Trauma’s die kinderen tussen hun geboorte en vijfde levensjaar meemaken, drukken een stempel op het brein.

Ook al kunnen we bepaalde stressvolle, of traumatische momenten uit onze jeugd niet meer herinneren, dat betekent nog niet dat ze geen invloed hebben. Dat concluderen onderzoekers in een nieuwe studie gepubliceerd in het tijdschrift Developmental Science. Trauma’s die bij kinderen plaatsvinden tot hun vijfde levensjaar, kunnen namelijk gevolgen hebben voor de omvang van de hippocampus in het brein.

Onderzoek
In de studie verzamelden de onderzoekers 178 jongvolwassenen die een kernspintomografie ondergingen; een vorm van medische beeldvorming. Ondertussen werden ze geïnterviewd. Meer dan dertig verschillende stressfactoren werden er onderzocht. Zo kwam onder andere de echtscheiding van ouders ter sprake, verhuizingen en het ziek worden of overlijden van een goede vriend of familielid. Ook getuige zijn van geweld en misbruik werden onderzocht.


Hippocampus
De studie laat zien dat het volume van de hippocampus kleiner is bij de jongvolwassenen die in hun eerste levensjaren traumatische ervaringen meemaakten. “Uit de bevindingen blijkt dat er een ‘gevoelige periode’ bestaat, waarin stress grote invloed heeft op de ontwikkeling van de hippocampus,” stelt onderzoeksleider Kathryn L. Humphreys. De hippocampus is een deel van ons brein dat samenhangt met het geheugen, leren en je stemming. “De hippocampus ondergaat in de eerste levensjaren snelle veranderingen,” gaat Humphreys verder. “Hierdoor kunnen de effecten van stressvolle ervaringen tijdens deze periode – zelfs wanneer het kind zich deze later niet herinnert – bijzonder belangrijk zijn om de ontwikkeling van dit deel van de hersenen te begrijpen.”

Het werk onderstreept de kwetsbaarheid van de hersenen in de kinderjaren. “Onze bevindingen hebben belangrijke klinische implicaties,” zegt Humphreys. Zo wordt een kleinere hippocampus in verband gebracht met geheugenstoornissen en een grotere kans op psychische ziekten na een trauma.