Bijna de helft van het Nieuwe Testament is niet geschreven door apostelen, maar door oplichters. Dat beweert professor Bart Ehrman in een nieuw boek.

Volgens de agnostische professor schreef de apostel Paulus lang niet alle brieven die nu aan hem worden toegeschreven. En Petrus zou zelfs nooit de pen ter hand hebben genomen. Ook zijn er twijfels over het evangelie van Mattheüs, Marcus en Johannes.

Boek
In het boek Writing in the Name of God – Why the Bible’s Authors Are Not Who We Think They Are doet Ehrman uit de boeken hoe het volgens hem werkelijk zit. Hij concludeert dat elf van de 27 boeken van het Nieuwe Testament geschreven zijn door mensen die zich wilden voordoen als de apostelen. Paulus wordt daarbij het hardst getroffen: maar liefst zeven van zijn boeken zouden vervalsingen zijn.

WIST U DAT…

…onderzoek aantoont dat de Bijbelse plagen echt hebben plaatsgevonden?

Paulus
“Vrijwel alle wetenschappers zijn het er over eens dat zeven van de brieven van Paulus authentiek zijn: Romeinen, 1 en 2 Korinthiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon,” vertelt Ehrman. Dat betekent dat de eerste en tweede brief aan Timotheüs, de brief aan Titus, 2 Thessalonicenzen, Efeze en Kolossenzen door anderen geschreven zijn.

Woordkeuze
Ehrman baseert zijn conclusie op onderzoek naar de woordkeuze, tegenstrijdigheden in de teksten en de taal. Zo bestaat de brief aan Efeze uit lange Griekse zinnen en dat komt niet overeen met Paulus’ schrijfstijl: de apostel gebruikte korte zinnetjes. Bovendien zou de brief niet in lijn zijn met het gedachtegoed van Paulus en meer overeenkomen met hoe de Efeziërs zelf tegen het geloof aankeken.

WIST U DAT…

…er nog steeds weinig bekend is over het lot van de steden Sodom en Gomorra. Lees er hier alles over.

Petrus
Ook Petrus’ naam zou door vervalsers misbruikt zijn. Volgens Ehrman is het aannemelijk dat de eenvoudige visser niet kon lezen en schrijven. Datzelfde zou gelden voor de apostel Johannes. Ook zijn er twijfels over het evangelie van Mattheüs en Marcus.

Vervalsers
Volgens Ehrman is het historisch gezien heel logisch dat mensen zich wilden voordoen als de apostelen. De eerste christenen hadden het niet gemakkelijk en dat kwam vooral door interne conflicten. Zo was er veel twijfel over hoe er nu geleefd en geloofd moest worden. Sommige christenen zouden het recht in eigen hand hebben genomen en geschriften hebben geschreven over hoe het moest. Om er zeker van te zijn dat mensen ze als een autoriteit zouden zien, werden ze toegeschreven aan de apostelen.

Het boek doet heel wat stof opwaaien. Zeker in de christelijke gezindte. Christenen wijzen erop dat het niet bewezen is dat oplichters een deel van het Nieuwe Testament schreven. Ze benadrukken dat het mogelijk is dat een deel van de evangeliën in eerste instantie mondeling werden doorgegeven en later pas door anderen dan de apostelen zijn opgetekend. Dat zou verklaren waarom de schrijfstijl en woordkeuze niet overeenkomt. Ook wordt er getwijfeld aan de intenties van de agnostische professor die zelf eerst ook christen was. Hij zou met zijn boek vooral willen provoceren in plaats van informeren.