Madeleine Hardus zag hoe een orang-oetan een halfaap verorbert. Aan Scientias.nl vertelt ze haar verhaal.

Madeleine Hardus van de universiteit van Amsterdam bestudeerde orang-oetans in Indonesië toen ze er getuige van was hoe zo’n orang-oetan een Nycticebus coucang (grote plompe lori) ving en verorberde. Het is een heel zeldzame gebeurtenis. “Het is in twee onderzoeksstations geobserveerd en in één van deze hebben onderzoekers in dertig jaar tijd maar negen keer gezien hoe orang-oetans lori’s eten,” vertelt Hardus.

Vangen
Hardus zag hoe een vrouwelijke orang-oetan een lori ving en deze later met frisse tegenzin met haar jong deelde. “Ik heb gezien hoe de moeder de lori heeft gepakt. De moeder slaat de lori uit de boom, beweegt zich snel naar beneden om de lori te pakken en met één beet doodt de orang-oetan de lori.” De methode van deze orang-oetan is vergelijkbaar met de methoden die andere orang-oetans er op nahouden.

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs de eerste beelden van een nieuwe aapsoort hebben vrijgegeven?

Waarom?
Maar waarom eten orang-oetans eigenlijk vlees? Het zijn toch geen echte vleeseters? Hardus onderschrijft dat. Orang-oetans eten het liefst fruit. Maar als dat er niet is, kan het dier overstappen op bijvoorbeeld een lori. “Zie het als een soort van delicatesse.”

Model
Hardus gebruikte haar observaties en waarnemingen van anderen om meer te weten te komen over de manier waarop orang-oetans rauw vlees verwerken. Beelden van orang-oetans die het vlees naar binnen werken, zijn hieronder te zien (© Madeleine Hardus). “We hebben de orang-oetans als model gebruikt om te kijken hoeveel tijd ze nodig hebben om rauw vlees te eten.” Hopelijk krijgen we zo ook een beter beeld van het dieet van de eerste mensachtigen.

Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad International Journal of Primatology. Het is een belangrijke studie, zo benadrukt Hardus. “Alles wat we op dit moment – terwijl de mensapen met uitsterven bedreigd worden – over de mensapen te weten kunnen komen, is belangrijk. Niet alleen voor de evolutie van de mens, maar ook voor het behoud van de soort.”