binnenoor

Wetenschappers hebben de resten van een archaïsche mens ontdekt. Het is geen Neanderthaler, maar hij vertoont wel een Neanderthaler-kenmerk. Hét bewijs dat archaïsche mensen en Neanderthalers seks hadden?

Vandaag de dag is er nog maar één soort mens in leven: de Homo sapiens. Maar wanneer we terugkijken op de stamboom van de mens zien we dat dat ooit anders was. Binnen het geslacht Homo waren verschillende variëteiten te vinden. Met de term ‘archaïsche mens’ duiden we de variëteiten binnen het geslacht Homo aan die korter dan 500.000 jaar geleden – en soms zij aan zij – leefden. Denk bijvoorbeeld aan de Homo heidelbergensis. Maar ook de Homo neanderthalensis (de Neanderthaler) valt onder de archaïsche mensen.

Geen Neanderthaler
In China hebben onderzoekers nu de resten teruggevonden van zo’n archaïsche mens. Ze troffen tanden, een schedel en verschillende botfragmenten aan. Al deze resten wezen erop dat ze een archaïsche mens hadden teruggevonden die in ieder geval geen Neanderthaler was.

Het betreffende binnenoor. Afbeelding: Institute of vertebrate paleontology & paleoanthropology / Chinese Academy of Science.

Het betreffende binnenoor. Afbeelding: Institute of vertebrate paleontology & paleoanthropology / Chinese Academy of Science.

Binnenoor
Tot zover niets bijzonders. Maar dan besluiten de onderzoekers de resten eens aan een gedetailleerder onderzoek te onderwerpen. Ze bestudeerden het binnenoor van de archaïsche mens en ontdekten dat dit binnenoor sterk leek op dat van de Neanderthaler. “We waren heel verbaasd,” vertelt onderzoeker Erik Trinkhaus. “We verwachtten dat de scan een evenwichtsorgaan zou laten zien dat leek op dat van moderne mensen, maar in plaats daarvan leek het een typisch Neanderthaler-evenwichtsorgaan te zijn.”

Het evenwichtsorgaan
Het evenwichtsorgaan van Neanderthalers steekt iets anders in elkaar dan dat van moderne mensen. Tot op heden is dit iets afwijkende evenwichtsorgaan in alle binnenoren die van Neanderthalers zijn teruggevonden, aangetroffen. Onderzoekers vermoedden dan ook dat deze variant van het evenwichtsorgaan enkel in Neanderthalers voorkwam. Dit afwijkende binnenoor werd dan ook veelvuldig gebruikt als één van de kenmerken die bewezen dat teruggevonden resten aan een Neanderthaler en niet aan een archaïsche of moderne mens toebehoorde.

Het is natuurlijk heel verleidelijk om de vondst van zo’n Neanderthaler-evenwichtsorgaan in het binnenoor van een niet-Neanderthaler te presenteren als het ultieme bewijs dat Neanderthalers en andere mensachtigen seks hadden. Maar daar is het nog te vroeg voor, zo waarschuwt Trinhaus. “Het onderzoek naar de evolutie van de mens is altijd wat rommelig geweest en dit maakt het nog rommeliger. Het suggereert dat de latere fasen van de menselijke evolutie meer een doolhof waren. Menselijke populaties in de echte wereld gedragen zich niet zoals de mooie, eenvoudige patronen suggereren.”