oxytocine

Oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, kan ervoor zorgen dat de spieren van oude muizen zich sneller herstellen. Dat blijkt uit onderzoek. Wellicht kan het molecuul ook de spieren van oudere mensen een boost geven.

De hoeveelheid oxytocine in het bloed van muizen loopt terug naarmate ze ouder worden, zo schrijven onderzoekers in het blad Nature Communications. De onderzoekers vroegen zich af wat er zou gebeuren als ze ervoor zouden zorgen dat de hoeveelheid oxytocine in het bloed van oude muizen steeg. Ze dienden oude muizen gedurende vier dagen extra oxytocine toe. Vervolgens beschadigden ze de spieren van de muizen en gaven ze nog vijf dagen op rij extra oxytocine. Na de negen dagen durende behandeling bleken de spieren van de muizen die oxytocine ontvangen hadden veel beter te zijn geheeld dan die van de controlegroep (bestaande uit muizen die geen oxytocine hadden gekregen). “De oxytocine kwam snel in actie,” stelt onderzoeker Christian Elabd.

Kanker
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers een molecuul ontdekken dat het herstel van spieren kan bevorderen. “Helaas worden de meeste moleculen die de weefselgeneratie een boost geven ook geassocieerd met kanker en daarmee zijn ze niet zo geschikt voor de behandeling van mensen,” stelt onderzoeker Irina Conboy. “Wij zoeken een molecuul dat niet alleen oude spieren en ander weefsel weer jong maakt, maar dat ook op lange termijn kan doen, zonder dat de kans op kanker toeneemt.”

Knuffelhormoon

Oxytocine is een hormoon dat onder meer vrijkomt wanneer vrouwen een kind krijgen. Het hormoon brengt de borstvoeding op gang en helpt de moeder om zich aan haar kind te binden. Maar ook wanneer we een knuffel krijgen of vertederende plaatjes van puppy’s zien, maken we het hormoon aan. Onduidelijk is wanneer de hoeveelheid oxytocine in het menselijk lichaam begint te dalen en hoeveel oxytocine er in het bloed aanwezig moet zijn om ervoor te zorgen dat onze weefsels gezond blijven.

Positief
Uit experimenten blijkt dat een extra dosis oxytocine geen significante verandering in de regeneratie van spieren van jonge muizen teweeg brengt. “Dat is positief, want het laat zien dat extra oxytocine de oudere weefselstamcellen een boost geeft, zonder dat spierstamcellen zich ongecontroleerd gaan delen,” vertelt Wendy Cousin.

Het oxytocine-gen
De onderzoekers experimenteerden ook met muizen waarin het oxytocine-gen geblokkeerd werd. Ze vergeleken die groep muizen met een groep die wel de effecten van oxytocine ondervond. Toen de muizen nog jong waren, waren er geen verschillen tussen de twee groepen muizen. Maar toen de muizen volwassen werden, ontstonden er wel verschillen. De muizen die de effecten van oxytocine niet ondervonden, werden versneld oud. “Wanneer we andere soorten genen die geassocieerd worden met het herstel van weefsel uitschakelen dan zien we al tijdens de embryonale ontwikkeling of vroeg in het leven gebreken ontstaan,” stelt Conboy. “Voor zover wij weten is het oxytocine-gen het enige gen waarbij de invloed later in het leven te zien is. Dat suggereert dat de rol ervan nauw samenhangt met het verouderingsproces.”

De onderzoekers vermoeden dat het knuffelhormoon niet alleen iets kan betekenen voor de regeneratie van spieren. Ook de gezondheid van botten zou door het hormoon bevorderd kunnen worden. Tevens denken onderzoekers dat het hormoon belangrijk kan zijn in de strijd tegen obesitas. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of het hormoon er inderdaad voor kan zorgen dat dieren langer in goede gezondheid leven. Een volgende stap is dan kijken of het hormoon gebruikt kan worden om de veroudering van mensen tegen te gaan. Dat laatste is belangrijk, omdat onderzoekers vermoeden dat ouderdom het onderliggende probleem is bij ziekten als Parkinson en diabetes type II. “Als je jezelf richt op processen die samenhangen met ouderdom dan pak je wellicht direct ook deze ziekten aan. Ouder worden is een natuurlijk proces, maar ik geloof dat we de door ouderdom ingegeven degeneratie van organen op een betekenisvolle manier kunnen verstoren en zo de snelheid waarmee onze gezondheid gaandeweg achteruitgaat, kunnen beperken.”