GESCHIEDENIS  De gevreesde paalworm rukt op in de Oostzee en bedreigt daar het cultureel erfgoed; het diertje is in staat om in tien jaar tijd grote maritieme archeologische vondsten compleet te verwoesten. Onderzoekers achterhalen nu welke archeologische schatten gevaar lopen en hoe deze in veiligheid kunnen worden gebracht.

De paalworm komt oorspronkelijk niet in de Oostzee voor, omdat het diertje het niet zo op het lage zoutgehalte van de zee heeft. Maar dat is veranderd. De paalworm is al herhaaldelijk aan de Oostzeekust van Denemarken en Duitsland gespot. Daar laat de worm de nodige sporen van vernieling achter. “De paalworm heeft bijvoorbeeld scheepswrakken uit de dertiende eeuw voor de kust van Duitsland aangetast,” weet doctoraal studente Christin Appelqvist. Dat de paalworm nu ook in de Oostzee huist, heeft volgens de onderzoekers alles met het broeikaseffect te maken. De hogere watertemperaturen zouden de paalworm helpen om zich aan te passen aan het lage zoutgehalte.

Wetenschappers uit Zweden, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Nederland buigen zich nu in opdracht van de EU over de vraag welke archeologische schatten gevaar lopen. Ook wordt er nagedacht over hoe de schatten tegen de paalworm beschermd kunnen worden. Zo denkt men erover om alle scheepswrakken met waterdoorlatend textiel en bodemsedimenten te bedekken. “In het zuiden van de Oostzee zijn zo’n honderd wrakken aangetast, maar de paalworm heeft zich nog niet voorbij Falsterbo verspreid. We weten dat het diertje het zoutgehalte van de Stockholmarchipel kan overleven, ook al heeft het water met een hoger zoutgehalte nodig om zich te kunnen voortplanten.” Volgens de onderzoekers liggen er in de Oostzee zo’n 100.000 goed bewaard gebleven scheepswrakken. Of deze nog op tijd gered kunnen worden moet nader onderzoek uitwijzen.