De Tweede Kamer-verkiezingen komen eraan en dus vliegen de peilingen je om de oren. Maar wat vertellen ze ons nu eigenlijk? En hoe betrouwbaar zijn ze?

Peilingen zijn eigenlijk niets anders dan steekproeven, zo vertelt politicoloog Tom Louwerse, verbonden aan de Universiteit Leiden, aan Scientias.nl. “In Nederland wordt er vooral online gepeild. Mensen worden uitgenodigd of melden zichzelf aan en komen dan in een panel terecht. En uit dat panel wordt voor elke peiling een aantal mensen geselecteerd.” In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen gaan die peilingen natuurlijk maar over één ding: de politieke voorkeuren. Op basis van de politieke voorkeuren van de ondervraagden – die als het goed is samen een redelijke afspiegeling vormen van de stemgerechtigde bevolking – worden vervolgens conclusies getrokken over de politieke voorkeuren van alle stemgerechtigden.

Foto: J.M. Luijt (via Wikimedia Commons)

Verschillen in de peilingen
Maurice de Hond is misschien wel de bekendste peiler. Maar hij is lang niet de enige. Ook bijvoorbeeld IPSOS (bekend van de Politieke Barometer) en EenVandaag peilen. “En hoewel de verschillende peilers vaak hetzelfde meten, komen ze toch tot verschillende uitkomsten,” vertelt Louwerse. “Daar zijn ruwweg twee redenen voor: toevalligheden en structurele afwijkingen.” Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een steekproef toevallig wat meer VVD’ers bevat. Dan zal een peiling in het voordeel van de VVD uitvallen. “Met structurele afwijkingen bedoel ik dat een onderzoeksbureau één van de partijen consistent hoger inschat. Bijvoorbeeld door de manier waarop de vragenlijst of het panel is samengesteld.” Peilingen kunnen dus van elkaar verschillen en elkaar soms zelfs tegenspreken. Daarom ontwikkelde Louwerse de Peilingwijzer. “Deze corrigeert zowel de toevalligheden als de structurele afwijkingen.” En komt – op basis van alle beschikbare peilingen die draaien om de politieke voorkeur – tot een soort gemiddelde schatting van de electorale steun.

“Dat de peilers er met de Brexit naast zouden hebben gezeten, is een wijdverbreid misverstand”

In de media
Die electorale steun vinden de media natuurlijk machtig interessant. In aanloop naar de Tweede Kamer-verkiezingen kun je dan ook bijna niet om de peilingen heen. Maar lang niet alle media gaan er op de juiste manier mee om, vindt Louwerse. “Sommige kranten en websites vergeten de foutmarges en stellen zich niet de vraag: ‘Wat zegt dit over de kiezer?'” Ze roepen wat zetelaantallen en laten het daarbij. Maar daarmee weet je eigenlijk nog niets. “Een medium moet melden hoe groot de foutmarge is, wie de peiling heeft uitgevoerd, hoeveel mensen er mee hebben gedaan en wanneer de peiling is uitgevoerd,” vindt Louwerse. “De NRC doet dat bijvoorbeeld keurig. Maar de Telegraaf niet.”

Van Brexit tot Trump

Na de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen was er veel kritiek op de peilers die er enorm naast zouden hebben gezeten. Niet helemaal terecht, vindt Louwerse. “Dat de peilers er met de Brexit naast zouden hebben gezeten, is een wijdverbreid misverstand. De peilingen zaten er echt niet ver naast, maar het remain- en leave-kamp zaten gewoon heel dicht op elkaar.” Sommige peilingen voorspelden met 51 procent van de stemmen een nipte winst voor het remain-kamp. Maar uiteindelijk verloor het remain-kamp met 48,9 procent van de stemmen. “Als het uiteindelijk 60% voor het leave-kamp en 40 procent voor het remain-kamp was geworden en de peilingen respectievelijk 62% en 38% hadden voorspeld, dan had je daar niemand over gehoord. Maar omdat de twee zo dicht bij elkaar lagen, werden de peilingen onder een vergrootglas gelegd.” En ook in de VS waren er heus peilingen die akelig dicht bij de uiteindelijk uitslag in de buurt kwamen. “Nationale peilingen voorspelden dat Clinton 3 procent meer stemmen (popular votes) zou krijgen. Inmiddels weten we dat ze 2,1 procent meer stemmen kreeg dan Trump. Dus dat verschil is niet zo groot.” Op regionaal niveau ging het tijdens deze verkiezingen wel mis. Zo onderschatten peilingen het aantal stemmen dat Trump in een aantal belangrijke staten binnenhaalde.”

Geen voorspelling
Maar zelfs de meest genuanceerde peilingen – zoals je die bijvoorbeeld in de NRC aantreft – vertellen je niet wie de verkiezingen uiteindelijk gaat winnen, zo benadrukt Louwerse. “Een peiling heeft een voorspellende waarde, maar is geen voorspelling.” Eigenlijk laat een peiling niet veel meer zien dan een trend. “Het is een meting van de voorkeuren op een bepaald moment. Een slotpeiling zal misschien nog het dichtst bij de werkelijke verkiezingsuitslag in de buurt komen. Maar je moet beseffen dat mensen op het laatste moment nog van mening kunnen veranderen. En soms besluiten mensen pas op de verkiezingsdag op wie ze gaan stemmen. Dat zagen we bijvoorbeeld in 2012 toen 15 procent van de stemgerechtigden op de dag van de verkiezingen de knoop doorhakte.”

Belangrijk
Ondanks die onzekerheden blijft de peiling echter een krachtig instrument, vindt Louwerse. “Een peiling kan op basis van de voorkeuren van een paar duizend mensen toch echt wel iets vertellen. Wie zou bijvoorbeeld weten hoe het met de PvdA gaat als we geen peilingen zouden hebben? Of ze in de peilingen nu 11 of 15 zetels hebben, is niet zo belangrijk. Veel interessanter is dat de peilingen laten zien dat de partij echt aan het verliezen is. En dat zouden we zonder die peilingen niet in de gaten hebben.”

“Peilingen hebben natuurlijk invloed”

Buitenland
Wij Nederlanders weten niet beter dan dat peilingen ons vertellen hoe de electorale steun voor partijen zich ontwikkelt. Maar in het buitenland is dat soms heel anders. Zo zijn er verschillende landen die de publicatie van peilingen op de verkiezingsdag of zelfs gedurende de hele verkiezingscampagne verbieden. “Dat is echt koudwatervrees,” denkt Louwerse. “Kijk, peilingen hebben natuurlijk invloed. Zo zijn er mensen die strategisch stemmen en dat kan alleen als je de verhoudingen een beetje weet en dus de peilingen in de gaten houdt. Daarnaast hebben peilingen invloed op de journalistieke keuzes.” Zo wordt op basis van de peilingen besloten welke lijsttrekkers op nationale tv met elkaar in debat gaan. “Maar het verbieden van peilingen (vanwege de invloed die ze op de kiezer hebben, red.) is mijns inziens echt een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Neem bijvoorbeeld Frankrijk. Daar mogen de peilingen niet worden gepubliceerd of uitgezonden. Journalisten en politieke partijen weten wat de peilingen vertellen. Alleen het publiek weet het niet. Ik vind dat een raar verschijnsel.”

We moeten dus gewoon blijven peilen. Maar ons er tegelijkertijd van bewust zijn dat een peiling geen glazen bol is. De kans dat peilingen in de toekomst beter in staat zullen zijn om te onthullen wat er in het hoofd van de stemgerechtigde omgaat, acht Louwerse klein. “Je zou het misschien niet verwachten, maar peilen wordt alleen maar lastiger. Het is steeds moeilijker om mensen te vinden die mee willen doen aan een peiling en daarmee wordt het dus ook lastiger om een representatieve steekproef uit te voeren.” En dan moet je nog bedenken dat zelfs een zeer representatieve steekproef in deze context niet zaligmakend is. Want niets is zo veranderlijk als een stemgerechtigd mens…