De omloopbanen van planeten die rond deze ster ontstaan, zullen dus ‘verkeerd’ zijn uitgelijnd.

Met behulp van het Atacama Large Millimetre/Submillimetre Array (ALMA) hebben onderzoekers voor het eerst een wel hele vreemde stofschijf rond een jonge ster waargenomen. De onderzoekers hielden de telescoop gericht op L1527; een jonge protoster die slechts enkele tienduizenden jaren oud is. Rond de ster ontdekten de onderzoekers een scheefgetrokken stofschijf. En hierdoor kunnen we meer leren over hoe planeten in een ‘verkeerd’ uitgelijnde baan rond een ster terecht komen.

Omloopbaan
Planeten in ons zonnestelsel draaien om de zon in banen die hoogstens zeven graden afwijken ten opzichte van de evenaar van de zon zelf. Echter zijn er ook gevallen bekend waarin planeten in totaal andere omloopbanen rond hun ster draaien. Een verklaring hiervoor is dat de richting van sommige planeten wellicht is veranderd door botsingen met andere objecten. Echter brengen onderzoekers in een nieuwe studie een andere verklaring voor dit fenomeen aan het licht.

Verkeerd uitgelijnd
De piepjonge ster L1527 bevindt zich nog steeds in een dikke wolk van kosmisch stof en gassen. Terwijl de onderzoekers de ster observeerden, ontdekten ze dat de protoplanetaire schijf – de roterende schijf waarin planeten zich vormen – van de ster uit twee delen bestaat; een binnenste en een buitenste schijf. En deze twee schijven blijken beiden in een heel ander vlak rond te draaien. Deze ‘verkeerde’ uitlijning rond dezelfde ster is erg opvallend. Dit kan namelijk betekenen dat de verkeerde uitlijning van de omloopbanen van sommige planeten wellicht wordt veroorzaakt door vervormingen die al heel vroeg – tijdens het ontstaan van planeten – plaatsvinden.

Op deze illustratie is de scheefgetrokken schijf rond de protoster L1527 te zien, waarop ook de binnenste en buitenste schijf zijn afgebeeld. Afbeelding: Riken

Stofschijf
Maar hoe ontstaat zo’n scheefgetrokken stofschijf? De onderzoekers geven daarvoor twee mogelijke verklaringen. “Eén mogelijkheid is dat oneffenheden in de stroom van gas en stof in de protostellaire wolk behouden blijven, wat zich vervolgens uit in een scheefgetrokken schijf,” zegt onderzoeksleider Nami Sakai. “Een tweede verklaring is dat het magnetische veld van de protoster zich in een ander vlak bevindt dan het rotatievlak van de schijf. Hierdoor wordt de binnenste schijf door het magnetische veld in een ander vlak dan de rest van de schijf getrokken.”

In een vervolgstudie zijn de onderzoekers van plan om te achterhalen welke van de twee verklaringen juist is. Ook willen ze meerdere sterren onder de loep nemen om te bepalen hoe vaak scheefgetrokken schijven in ons universum voorkomen.