Het is misschien wel de grootste wetenschappelijke fraudezaak uit de geschiedenis: de Piltdown Man. En wetenschappers denken nu te weten wie erachter zat.

Tussen 1912 en 1914 kondigen paleontoloog Arthur Smith Woodward en amateur-antiquair Charles Dawson aan dat ze fossiele resten ontdekt hebben in Piltdown (Sussex). En dat waren heel bijzondere fossiele resten, zo stelden de mannen. Want ze toonden onomstotelijk aan dat er een evolutionaire link was tussen de apen en mensen. De fossiele resten waren namelijk van een nog onontdekte soort met een aapachtige kaak en een grote schedel (zoals die van een modern mens). Enkele jaren later beweert Dawson op nog een tweede plek resten van deze mysterieuze soort te hebben ontdekt.

Veertig jaar later
Hoewel er direct twijfels worden geuit over de ontdekking, duurt het veertig jaar voor onomstotelijk wordt vastgesteld dat Piltdown Man één grote fraudezaak is. De resten blijken te zijn behandeld om ze ouder te doen lijken. En nader onderzoek toont aan dat de veronderstelde voorouder van de mens een bijeengeraapt zooitje is: er zijn resten bij van een moderne mens, maar ook van een orang-oetan. Iemand heeft de boel beduveld. Maar wie?

De resten van de Piltdown Man worden bestudeerd. De derde van links (staand) is Charles Dawson. Een schilderij van John Cooke.

De resten van de Piltdown Man worden bestudeerd. De derde van links (staand) is Charles Dawson. Een schilderij van John Cooke.

Charles Dawson
Meer dan 100 jaar nadat Piltdown Man als een grootste ontdekking werd gepresenteerd, komen onderzoekers met een antwoord op die vraag. Hun studie wijst er sterk op dat er sprake is van één oplichter: Charles Dawson. De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onder meer de resten van Piltdown Man nog eens uitgebreid bestudeerd hebben. Ze wilden zo een beter beeld krijgen van de modus operandi: de werkwijze van degene die de boel beduvelde.

Hard werken
Degene die de Piltdown Man creëerde, ging niet over één nacht ijs. Zo werden de resten zorgvuldig behandeld om ze oud te laten lijken. Daartoe werden de kiezen zelfs één voor één uit de kaak gehaald, behandeld en weer teruggeplaatst. De resten van de tweede vindplaats zijn nog zorgvuldiger behandeld dan de resten op de eerste plaats. Dat suggereert dat degene die de boel oplichtte in die paar jaar tijd meer kennis had opgedaan en wellicht had geleerd van de kritiek die de eerste resten van Piltdown Man ontvingen.

De resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat Piltdown Man bestaat uit de resten van zeker twee moderne mensen (die waarschijnlijk in de Middeleeuwen leefden) en één orang-oetan. DNA-analyse laat zien dat de hoektand die tussen 1912 en 1914 werd teruggevonden aan dezelfde orang-oetan toebehoort als de kies die later op een andere plek door Dawson werd gevonden. Die kies lijkt bovendien weer afkomstig uit een kaak die tussen 1912 en 1914 werd aangetroffen. Het feit dat er maar een beperkt aantal mensen en dieren gebruikt werd om Piltdown Man 1 en 2 te creëren wijst er volgens de onderzoekers op dat er maar één oplichter was. De consistente werkwijze van degene die de boel probeerde te beduvelen, onderschrijft dat. Bovendien, zo stellen de onderzoekers, was het Dawson die de resten naar Arthur Smith Woodward bracht en had Dawson – als antiquair – toegang tot de resten waaruit Piltdown Man 1 en 2 zijn opgebouwd. Bovendien had hij voldoende kennis in huis om de resten oud te doen lijken.

Grote vraag blijft natuurlijk: waarom deed Dawson zoveel moeite (zie kader) om de boel te beduvelen? Mogelijk snakte hij naar erkenning, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen erop dat hij tussen 1883 en 1909 meewerkte aan meer dan vijftig papers (voornamelijk over archeologie en paleontologie), maar geen van deze papers hielpen zijn carrière echt verder. In 1909 schreef hij aan Smith Woodward: “Ik heb gewacht op de grote vondst die maar niet lijkt te komen..” In datzelfde jaar wordt de zeer succesvolle jongere broer van Dawson geridderd. Iets wat hem mogelijk motiveerde om op alternatieve wijze op zoek te gaan naar een stukje roem. Een paar jaar later presenteerde hij Eoanthropus dawsoni.