keizerspinguin

Wetenschappers hebben ontdekt dat keizerspinguïns er soms voor zorgen dat het oppervlak van hun verenpak kouder is dan de omringende lucht. Het klinkt niet heel verstandig, maar dat is het wel: het helpt de pinguïns om op temperatuur te blijven.

Onderzoekers bestudeerden keizerspinguïns op Antarctica. Deze pinguïns hebben het niet gemakkelijk. De temperaturen kunnen er ‘s winters dalen tot -40 graden Celsius. Bovendien staat er een genadeloos harde wind, waardoor de gevoelstemperatuur nog lager ligt. Gelukkig zijn pinguïns daarop voorbereid. Hun lichaam beschikt over tal van eigenschappen die de pinguïns in staat stellen om ondanks de snijdende kou toch op temperatuur te blijven. Eén zo’n eigenschap is het verenpak van de pinguïn: het is lekker dik, isoleert goed en is winddicht.

Kou
Maar de pinguïn kent nog wel meer trucjes om warm te blijven, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Wetenschappers richtten een warmtecamera op de dieren om te achterhalen hoe hun temperatuur zich tot de temperatuur van de omringende lucht verhoudt. Ze ontdekten iets bijzonders. Een groot deel van het oppervlak van het lichaam van de pinguïn (met uitzondering van de snavel en de ogen) bleek kouder te zijn dan de omringende lucht.

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs twee nieuwe koloniën pinguïns ontdekt hebben op de Zuidpool?

Warmte winnen
Dat klinkt niet echt logisch: hoe kan de pinguïn nu op temperatuur blijven als de bovenste laag van zijn verenpak al kouder is dan de omgeving? Toch zijn de pinguïns erbij gebaat, zo schrijven de onderzoekers in het blad Biology Letters. “Onder deze omstandigheden zal het verenpak paradoxaal genoeg warmte winnen door convectie van de omringende lucht.” Hoe werkt dat precies? Wanneer wij op een koude winterdag naar buiten stappen, verliezen we warmte. Ons lichaam is immers warmer dan de omringende lucht. In het geval van de pinguïn kan het verlies van warmte al snel fataal zijn: de dieren moeten het lange tijd – zonder eten – zien vol te houden en kunnen zich het verlies van warmte niet veroorloven. Het verenpak helpt daarbij. Het oppervlak ervan is kouder dan de omringende lucht. De iets warmere lucht komt met deze laag in contact en geeft warmte aan de pinguïns af, in plaats van dat de pinguïns warmte aan de koude lucht verliezen.

Het is twijfelachtig of de pinguïns het daar echt warmer door krijgen. Hun veren geleiden warmte slecht, waardoor waarschijnlijk een heel klein deel van de warmte die het buitenste laagje van het verenpak verzamelt maar bij de huid van de pinguïn terecht komt. Maar goed: alle beetjes helpen. Bovendien voorkomt het natuurlijk wel dat de pinguïn heel veel lichaamswarmte verliest.