En dat terwijl Denisovamensen meer verwant zijn aan Neanderthalers. Hoe kan dat?

De Denisovamensen zijn tot op de dag van vandaag een heus mysterie. In 2008 beschrijven onderzoekers deze mensachtige voor het eerst, als ze in een Siberische grot op een vingerkootje stuiten. Inmiddels zijn we meer dan tien jaar verder en weten we nog steeds maar weinig over deze mensensoort. Niet heel verwonderlijk trouwens, als je je bedenkt dat we in de tussentijd nauwelijks fossiele resten hebben weten terug te vinden. Onderzoekers besloten in een nieuwe studie terug te gaan naar het begin en bogen zich over het kleine vingerbotje. En tijdens hun analyse komen ze tot een opvallende ontdekking.

Kwijt
Het verhaal van het vingerkootje is een vrij opmerkelijke. Nadat het botje een decennia geleden werd opgegraven, werd het vervolgens in tweeën gebroken. Beide delen werden naar twee verschillende laboratoria gestuurd om DNA uit beide helften te extraheren. Eén deel werd naar het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Duitsland gestuurd en het andere zou op de Universiteit van Berkeley aangekomen moeten zijn. Maar toen raakte het gedeelte van het vingerkootje… zoek. “We weten niet waar het op dit moment is,” vertelt onderzoeker Andrew Bennett aan Scientias.nl. “Wel is het botje voorafgaand gemeten en gefotografeerd in het Institute Jacques Monod in Parijs. Op basis van deze foto’s heeft onderzoeker Isabelle Crevecoeur de vergelijkende analyse uitgevoerd en onderzoeker Benca Viola de virtuele reconstructie.”


Virtuele reconstructie van het vingerkootje. Afbeelding: uit paper

Vingerkootje
Deze gegevens stelden de onderzoekers gelukkig toch in staat om een goed beeld te krijgen van het vingerkootje. Zo ontdekten ze dat het ooit onderdeel was van de rechter pink van een jong Denisova meisje dat op ongeveer 13,5 jarige leeftijd overleed. Maar dat is niet alles wat ze wisten te ontrafelen. Zo blijkt dat de pink meer overeenkomsten heeft met de vingers van moderne mensen dan met die van Neanderthalers. En dat is opvallend. Denisovamensen zijn namelijk meer verwant aan Neanderthalers dan aan ons.

Evolutie
Hoe zit dit precies? “De vingers van Neanderthalers lopen proportioneel gezien een beetje breder naar boven uit dan die van moderne mensen,” legt Bennet desgevraagd uit. Maar de bestudeerde rechterpink is juist smaller en heeft daarom meer weg van de vingers van moderne mensen. Volgens de onderzoeker is hier een sluitende verklaring voor. “Over het algemeen wordt gedacht dat de vingertoppen van de voorouders van de moderne mens, Neanderthalers en Denisovamensen meer lijken op die van ons,” zegt Bennet. “Dit zou betekenen dat Neanderthalers een afgeleide morfologie hebben. Doordat de Denisovamensen deze afgeleide eigenschap missen, krijgen we niet alleen een beter inzicht in hoe deze mensachtigen eruit zagen, maar stelt het ons ook in staat om de opkomst van die karakteristieke vingertoppen van de Neanderthalers beter te plaatsen. Dit gebeurde dus na de splitsing met Denisovamensen.”

Inzicht
Beetje bij beetje geeft ons dit meer inzicht in de evolutie van de mens en hoe de Denisovamens precies in dit verhaal past. Want op dit moment is er zoals gezegd nog maar weinig over Denisovamensen bekend. Wat we weten baseren onderzoekers op slechts een handvol fossiele resten die voornamelijk in de Denisova-grot in Siberië zijn aangetroffen. Afgelopen mei ontdekten onderzoekers voor het eerst overblijfselen van Denisovamensen buiten die grot. Zo troffen ze op het Tibetaans Hoogland een 160.000 jaar oude onderkaak aan. Een vondst die kwam als geroepen. “Sporen van Denisovamensen zijn teruggevonden in huidige Aziatische, Australische en Melanesische mensen,” zei onderzoeker Jean-Jacques Hublin destijds. “Dit suggereert dat deze mensachtige zich ooit wijd heeft verspreid.” De vondst van het kaakbeen in de Tibetaanse grot is daarvan het eerste bewijs.


Geslachtsgemeenschap
Onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de Denisovamens zich zo’n 470.000 tot 190.000 jaar geleden van de Neanderthalers afsplitsten. Terwijl de Neanderthalers in Europa en West-Azië leefden, koloniseerden de Homo denisova Azië. Dit betekent echter niet dat deze mensachtigen elkaar misliepen. Uit meerdere studies blijkt namelijk dat de Neanderthaler, Denisovamensen en moderne mensen het regelmatig met elkaar deden. De Neanderthalers waren de eerste mensachtigen waarvan we weten dat ze geslachtsgemeenschap hadden met de moderne mens. Sporen van die geslachtsgemeenschap zijn nog altijd te vinden in alle niet-Afrikaanse populaties op aarde. Ongeveer 2 procent van ons genoom bevat namelijk een Neanderthaler-component. Het genoom van moderne Papoea’s blijkt bovendien voor ongeveer 5 procent afkomstig te zijn van de Denisovamens. Daarnaast blijkt uit eerder onderzoek dat ook Aziaten – weliswaar in mindere mate dan de mensen in Oceanië – DNA van de Denisovamens herbergen.

Overblijfselen
Tot nu toe houdt het bewijs van de mensachtige Homo Denisova dus niet over. En dat terwijl onderzoekers wel regelmatig op de overblijfselen van andere mensachtigen stuiten. “Dat komt omdat we op dit moment eigenlijk nog geen duidelijk idee hebben hoe de botten van Denisovamensen er precies uitzien,” legt Bennet uit. “Hierdoor is het moeilijk om ze te identificeren. Het zou goed kunnen dat we op dit moment al botten van Denisovamensen op de plank hebben liggen, maar dat die nog niet als zodanig zijn herkend. Voorlopig moeten de overblijfselen genetisch worden geïdentificeerd, dus het DNA moet bewaard zijn gebleven. Nu we weten dat sommige botten morfologische overlappingen hebben met andere archaïsche populaties, zal die DNA-analyse waarschijnlijk belangrijk blijven om botten correct te identificeren.”

De hoop is dat we uiteindelijk meer te weten zullen komen over het uiterlijk van de Denisovamens. “Maar om daar te komen, moeten er eerst veel meer botten worden gevonden,” zegt Bennet. “En als we ze daadwerkelijk een gezicht willen geven, dan hebben we ook een schedel nodig.” Het betekent dat er nog heel wat vondsten gedaan moeten worden willen we de Denisovamens echt goed doorgronden.” Het tempo van de ontdekkingen zijn tot nu toe traag verlopen,” concludeert Bennet, maar ik hoop dat dit in de toekomst zal veranderen.”