Maar daarmee is het nog steeds niet vanzelfsprekend dat we de planeet binnenkort gaan spotten.

Dat is te lezen in een nieuwe studie die nog peer-review moet ondergaan, maar online al is in te zien. In het onderzoek stellen de wetenschappers die jaren geleden de eerste aanwijzingen voor het bestaan van Planeet X presenteerden, dat het bewijs voor het bestaan van de mysterieuze planeet nog altijd robuust is. Én stellen ze nauwkeuriger vast waar deze planeet zich bevinden kan.

Hoe het begon
Enkele jaren geleden deden de astronomen Mike Brown en Konstantin Batygin een opmerkelijke ontdekking. Ze stuitten op zes Kuipergordelobjecten die allemaal elliptische banen hebben en dezelfde richting in de fysieke ruimte volgen. Bizar toeval? Bijna onmogelijk, zo stelde Brown. “De kans dat dit toeval is, is slechts 0,007 procent. Kortom, het kán haast geen toeval zijn. Er moet iets zijn dat de koers van deze objecten bepaalt.” Maar wat dan? De onderzoekers onderzochten verschillende scenario’s en kwamen tot een spectaculaire conclusie. Ergens aan de rand van het zonnestelsel zou zich een ons tot op heden onbekende, grote planeet ophouden.

Grote aandacht
De mysterieuze planeet werd al snel aangeduid als Planeet X. Talloze media schreven erover en mensen wereldwijd verwonderden zich over het idee dat er in ons eigen zonnestelsel nog zo’n groot object voor ons verborgen zou gaan. “Ik had eerlijk gezegd nooit gedacht dat onze berekeningen zo tot de verbeelding van het grote publiek zouden spreken,” vertelt Batygin aan Scientias.nl.

Vervolgonderzoek
Ook wetenschappers beten zich in de berekeningen van Brown en Batygin vast. En waar sommigen tot de conclusie kwamen dat er inderdaad een negende planeet in ons zonnestelsel verstopt moest zitten, hadden anderen juist hun vraagtekens bij de door Brown en Batygin als bewijsstuk aangevoerde clustering van Kuipergordelobjecten. Deze clustering zou niet het resultaat zijn van een mysterieuze planeet, maar van een zogenoemde waarnemersbias. “Dat is eigenlijk een heel simpel concept,” legt Batygin uit. “Het is in feite het idee dat je enkel hemellichamen kunt ontdekken op plekken waar je ernaar zoekt. Dus als je een studie hebt waarbinnen enkel naar één stukje van het heelal wordt gekeken, dan kan dat leiden tot de ontdekking van een populatie van objecten die geclusterd lijken te zijn.”

Kleine kans
In een nieuwe studie schoffelen Brown en Batygin die vermeende waarnemersbias echter stevig onderuit. “We hebben de gecombineerde waarnemersbias van alle studies waarin afgelegen Kuipergordelobjecten zijn ontdekt, gesimuleerd en ontdekt dat de kans dat de clustering (die door Brown en Batygin is waargenomen en lijkt te wijzen op de aanwezigheid van een negende planeet, red.) vals alarm is tussen de 0,2 en 0,4 procent ligt.” En daarmee is het bewijs voor het bestaan van Planeet X nog altijd robuust.

Baan
Maar Brown en Batygin gaan in hun nieuwe studie nog een stap verder. Ze gebruiken de observaties van de hierboven al even aangehaalde Kuipergordelobjecten om de eigenschappen en baan van Planeet X nauwkeuriger vast te stellen. Zo wordt de massa van de planeet op basis van al deze data vastgesteld op ongeveer 6.2 aardmassa’s. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat Planeet X zich dichterbij waagt dan tot voor kort werd gedacht. Wanneer de planeet (in zijn elliptische baan) het verst van de zon verwijderd is, bedraagt de afstand tussen de zon en Planeet X 380 AU (1 AU is de afstand tussen de aarde en de zon). En wanneer de planeet het dichtst bij de zon staat, is deze zo’n 300 AU van onze moederster verwijderd. De glooiingshoek van de omloopbaan – oftewel de hoek die deze ten opzichte van het baanvlak van de aarde maakt – wordt ingeschat op 16 graden.

Schatkaart
En zo hebben we op basis van de beschikbare data een veel nauwkeuriger beeld van de mogelijke baan van Planeet X. Mike Brown meldt gekscherend dat het onderzoek resulteert in een ‘schatkaart’. Maar dat wil niet zeggen dat de schat – Planeet X – voor het oprapen ligt. Allereerst is het namelijk zo dat de onderzoekers niet één omloopbaan, maar meerdere omloopbanen presenteren waarvan de ene net wat aannemelijker is dan de andere. “Er is dus een breed scala aan mogelijke omloopbanen en ook de minder aannemelijke banen kunnen geenszins worden uitgesloten,” waarschuwt Batygin. Daarnaast is elke baan in feite een aaneenrijging van mogelijke locaties en we hebben geen idee waar de planeet zich op dit moment bevindt. Dus hoewel het zeker goed nieuws kan zijn dat Planeet X waarschijnlijk dichterbij staat dan gedacht en we nu ook een iets beter afgebakend zoekgebied hebben, is het niet vanzelfsprekend dat we de planeet ook binnenkort gaan vinden.

Vera C. Rubin Observatory
En toch is Batygin heel hoopvol dat Planeet X ergens in de komende jaren gevonden gaat worden. Afgaand op wat we nu van de vermeende planeet weten, zou deze bijvoorbeeld gedetecteerd kunnen worden door het in aanbouw zijnde Vera C. Rubin Observatory in Chili. Het observatorium zou volgend jaar het eerste licht moeten zien.

Wetenschap op zijn best
Dat er in de tussentijd door andere wetenschappers opnieuw kritisch naar het onderzoek van Brown en Batygin gekeken gaat worden, staat vrijwel vast. Want dat is wetenschap op zijn best, zo stelt Batygin. “En dat maakt het zó leuk!”

Temidden van alle berekeningen en discussies blijft er in afwachting van de daadwerkelijke detectie van Planeet X natuurlijk ook altijd nog de mogelijkheid dat de planeet niet bestaat. Het zou voor Brown en Batygin ongetwijfeld even slikken zijn, maar ergens zou de conclusie dat Planeet X een luchtspiegeling is, ook heel opwindend kunnen zijn. “Als Planeet X niet bestaat, neemt het aantal open vragen dat er omtrent de buitenste regionen van ons zonnestelsel is, opeens sterk toe,” vertelt Batygin. “En dat is op zichzelf heel interessant. Want onthoud: de clustering van de omloopbanen van Kuipergordelobjecten is slechts één van de aanwijzingen voor het bestaan van Planeet X. Als Planeet X er niet is, wat zorgt er dan voor dat het perihelium van afgelegen Kuipergordelobjecten opschuift? Wat is de bron van de retrograde Centaurs? Zonder Planeet X blijven al die vragen onbeantwoord. Dus in die zin zou het zowel teleurstellend als opwindend zijn als Planeet X niet blijkt te bestaan.”