Komende week – 30 juni – is het de dag van de planetoïde. Een goede reden om ons eens even in deze ruimtestenen te verdiepen!

Planetoïde Mathilde: één van de weinige planetoïden waar we close-up foto's van bezitten. Deze planetoïde heeft een diameter van ongeveer 50 kilometer. Afbeelding: NASA.

Planetoïde Mathilde: één van de weinige planetoïden waar we close-up foto’s van bezitten. Deze planetoïde heeft een diameter van ongeveer 50 kilometer. Afbeelding: NASA.

1. Ze zijn niet moeders mooiste
Planetoïden zijn ruimtestenen die – net als bijvoorbeeld de aarde – om de zon heen draaien. Ze onderscheiden zich van (dwerg)planeten doordat ze kleiner zijn en onvoldoende zwaartekracht bezitten om een mooie ronde vorm aan te nemen. Echt mooi zijn planetoïden dan ook niet: ze hebben vaak grillige vormen en zijn bovendien vaak bedekt met kraters. Mooi of niet: onderzoekers vinden planetoïden machtig interessant. De ruimtestenen zijn namelijk restanten uit de jonge jaren van het zonnestelsel en kunnen ons naar verwachting veel meer vertellen over hoe het er in die tijd in ons stelsel aan toeging. De meeste planetoïden bevinden zich tussen de baan van Mars en Jupiter, in de zogenoemde planetoïdengordel. Hier zijn miljoenen planetoïden te vinden.

De planetoïden die samen de planetoïdengordel vormen, hebben op deze afbeelding een grijze kleur gekregen. Ze bevinden zich tussen de baan van Mars en Jupiter. Afbeelding: Mdf (via Wikimedia Commons).

De planetoïden die samen de planetoïdengordel vormen, hebben op deze afbeelding een grijze kleur gekregen. Ze bevinden zich tussen de baan van Mars en Jupiter. Afbeelding: Mdf (via Wikimedia Commons).

2. Sommige planetoïden hebben een maantje
En de planetoïde Ida is er daar één van. In 1993 scheerde ruimtesonde Galileo langs de ongeveer 30 kilometer grote ruimtesteen. En op de beelden die Galileo maakte, ontdekten onderzoekers iets bijzonders. Ida is niet alleen. De planetoïde bleek een eigen maantje te hebben dat de naam Dactylo kreeg. Vandaag de dag is van ongeveer 150 planetoïden bekend dat ze een maan bezitten.

Planetoïde Ida met rechts het maantje Dactylo. Afbeelding: NASA.

Planetoïde Ida met rechts het maantje Dactylo. Afbeelding: NASA.

3. Sommige planetoïden hebben ringen
Nog niet zo heel lang geleden – in 2014 – ontdekten onderzoekers dat planetoïden niet alleen maantjes, maar ook ringen kunnen bezitten. Hoewel we ringen associëren met gasreuzen zoals Saturnus, blijken ook kleine planetoïden er soms over te beschikken. In 2014 werden ze ontdekt rond planetoïde Chariklo (deze planetoïde is 230 kilometer groot). Inmiddels denken onderzoekers te weten hoe die ringen ontstaan en achten ze het heel aannemelijk dat er nog veel meer planetoïden met ringen zijn.

Een artistieke impressie van Chariklo en zijn ringen. Afbeelding: ESO / L. Calçada / M. Kornmesser / Nick Risinger (skysurvey.org).

Een artistieke impressie van Chariklo en zijn ringen. Afbeelding: ESO / L. Calçada / M. Kornmesser / Nick Risinger (skysurvey.org).

4. Soms zet een planetoïde zijn zinnen op een bezoek aan aarde
Het kan zomaar gebeuren dat de baan van een planetoïde deze richting de aarde voert. Dat is niet direct reden voor paniek. Alle ruimtestenen kleiner dan 25 meter verbranden in principe in de atmosfeer en vormen dus geen of nauwelijks een bedreiging voor het leven op aarde. Ernstiger wordt het als we met een grotere planetoïde te maken hebben. Als een planetoïde die tussen de 25 en 1000 meter groot is de aarde raakt, resulteert dat lokaal in schade. Is de planetoïde groter dan 1 à 2 kilometer dan kunnen de effecten van deze inslag wel eens wereldwijd gevoeld worden. Volgens NASA wordt de atmosfeer van de aarde ongeveer elk jaar geraakt door een planetoïde ter grootte van een auto. Zo’n planetoïde verbrandt in de atmosfeer (vanaf de aarde zien we dan een vuurbal langs de hemel scheren). Ongeveer elke 2000 jaar slaat een planetoïde groter dan 100 meter op aarde in, waarbij er lokaal heel wat schade ontstaat. Slechts één keer in de paar miljoen jaar krijgen we te maken met een planetoïde die een bedreiging vormt voor de mensheid.

Hier zie je alle banen van de potentieel gevaarlijke planetoïden die groter zijn dan 140 meter en relatief dicht bij de aarde in de buurt komen. Hoewel het plaatje al wat ouder is (2013) laat het duidelijk zien dat het een drukke bedoening is in ons zonnestelsel. Afbeelding: NASA / JPL-Caltech.

Hier zie je alle banen van de potentieel gevaarlijke planetoïden die groter zijn dan 140 meter en relatief dicht bij de aarde in de buurt komen. Hoewel het plaatje al wat ouder is (2013) laat het duidelijk zien dat het een drukke bedoening is in ons zonnestelsel. Afbeelding: NASA / JPL-Caltech.

5. NASA heeft een lijstje
Juist omdat planetoïden een bedreiging kunnen vormen voor de aarde, is het zaak dat we ze – voor zover mogelijk – allemaal opsporen en de banen van deze planetoïden in kaart brengen. Alleen zo kunnen we voorspellen welke planetoïden nu of in de toekomst gevaarlijk kunnen worden. En dat is exact wat onderzoekers wereldwijd doen. Het resulteert in een lijstje met daarop ‘potentieel gevaarlijke planetoïden’. Het is niet bewezen dat de planetoïden op dit lijstje op aarde in gaan slaan, maar het zou wel kunnen. Op dit moment staan op het lijstje meer dan 1700 planetoïden. Dat zijn er heel wat, maar geen reden om vannacht wakker te liggen. De kans dat deze planetoïden de komende 100 jaar de aarde raken, ligt voor alle exemplaren lager dan 0,01 procent.

6. Bruce Willis kan ons niet redden
Mocht één van de potentieel gevaarlijke planetoïden toch op de aarde afstevenen, dan is het zeker niet aan te bevelen om Bruce Willis een belletje te geven. Willis redde in de beroemde film ‘Armageddon‘ de wereld door een op aarde afstevenende planetoïde op te blazen. Het leek heel effectief, maar onderzoek heeft al aangetoond dat die aanpak in het echt niet zou werken. Je zou er een bom voor nodig hebben die ongeveer een miljard keer krachtiger is dan de krachtigste bom die ooit is gebouwd (een kernwapen, bijgenaamd Big Ivan). Opblazen is dus geen optie. Maar dat wil niet zeggen dat we maar toe moeten kijken hoe een planetoïde de aarde vernietigt. Er zijn wellicht verschillende manieren om een planetoïde die op de aarde afkomt van richting te doen veranderen. Zo zouden laserstralen wellicht iets uit kunnen richten. Voorwaarde is wel dat we zo’n planetoïde tijdig ontdekken. Het van richting veranderen vereist namelijk tijd.

Ruimtesonde OSIRIS-REx in actie nabij het oppervlak van planetoïde Bennu. Afbeelding: NASA.

Ruimtesonde OSIRIS-REx in actie nabij het oppervlak van planetoïde Bennu. Afbeelding: NASA.

7. We gaan op korte termijn weer naar een planetoïde toe!
Een ontmoeting met een planetoïde is niet iets om naar uit te zien. Tenzij niet de planetoïde bij ons, maar wij bij de planetoïde op bezoek gaan. En dat laatste gaat op korte termijn weer gebeuren. Binnenkort wordt OSIRIS-REx gelanceerd. Deze ruimtesonde gaat een bezoekje brengen aan planetoïde Bennu. Bovendien is het de bedoeling dat de sonde materiaal van het oppervlak van Bennu verzameld en terug naar de aarde brengt voor analyse. Daarnaast wil NASA in de toekomst een robot naar een planetoïde sturen, een grote steen van het oppervlak van de planetoïde ‘jatten’ en deze steen vervolgens in een baan rondom de maan plaatsen. Eenmaal in een baan rond de maan is het de bedoeling dat astronauten de steen gaan bezoeken en bestuderen. Het is een ambitieuze missie bedoeld om meer te weten te komen over planetoïden en de mensheid klaar te stomen voor ruimtemissies naar verre oorden, zoals planetoïden of Mars.