Onderzoekers vinden hard bewijs dat Polynesiërs en Native Americans elkaar 800 jaar geleden al ontmoetten.

Lang voor de Europeanen Amerika ontdekten, hebben de Native Americans kortstondig contact gehad met de bewoners van Polynesië: een grote eilandengroep in de Stille Oceaan. Dat blijkt uit genetisch onderzoek. Het is opzienbarend. Zeker als je bedenkt dat beide groepen ook in de Middeleeuwen al van elkaar gescheiden waren door een uitgestrekte, duizenden kilometers ver reikende, oceaan.

Genoom
En toch hebben ze elkaar ontmoet. Zo blijkt nadat onderzoekers het genoom van 800 inheemse bewoners van verschillende Zuid-Amerikaanse landen en 17 Polynesische eilanden (waaronder het bekende Paaseiland) onder de loep namen. Ze gingen daarbij specifiek op zoek naar stukjes DNA die afkomstig zijn van een gezamenlijke voorouder. En met succes. “We ontdekten op verschillende Polynesische eilanden segmenten die wijzen op een voorouder die tot de Native Americans behoorde,” vertelt onderzoeker Alexander Ioannidis. Het wijst erop dat de paden van de voorouders van de Polynesiërs zich kruisten met die van de voorouders van de moderne Native Americans.


En op basis van het genoom van deze moderne nazaten kunnen Ioannidis en collega’s zelfs vrij nauwkeurig vaststellen wanneer die ontmoeting tussen de twee populaties moet hebben plaatsgevonden. Zo’n 800 jaar geleden, rond het jaar 1200. “We kijken naar de lengte van deze segmenten in het DNA van moderne Polynesiërs,” zo legt Ioannidis aan Scientias.nl uit. “In elke nieuwe generatie ontstaat een recombinatie van de ouderlijke chromosomen, waarbij een kopie van het chromosoom van de moeder delen uitwisselt met het chromosoom van de vader. Zo erft het kind ook wat DNA van zowel de grootvader als grootmoeder. Stel je nu voor dat de grootvader Native American is en de grootmoeder Polynesisch. Dan zal dit proces ervoor zorgen dat stukjes van het Native American-DNA afkomstig van de grootvader kleiner worden doordat delen van het Polynesische DNA van de grootmoeder er mee worden vermengd. Omdat dit proces met elke generatie die na dat oorspronkelijke contact tussen de Native Americans en Polynesiërs ontstaat, herhaald wordt, worden de stukjes DNA afkomstig van de Native Americans steeds kleiner en gefragmenteerder. Door te kijken naar de distributie van Native American-DNA in de populatie (van een Polynesisch eiland, red.) kunnen we achterhalen wanneer er contact is geweest.” De onderzoekers stelden zo voor elk Polynesisch eiland een moment van contact vast. “En dat kwam eigenlijk op elk eiland mooi overeen,” zo vertelt Ioannidis. “Elk eiland getuigt van een contactdatum rond het jaar 1200.”

Wie bezocht wie?
Het betekent dat óf de Native Americans óf de Polynesiërs zich in het hart van de Middeleeuwen waagden aan een epische zeereis. Op basis van het genetisch onderzoek is niet vast te stellen wie de open oceaan op trok, maar de onderzoekers hebben daar wel ideeën over. Zo achten ze het waarschijnlijker dat de Polynesiërs naar de Native Americans (in Colombia, om precies te zijn) reisden. “Archeologen vermoeden dat de Polynesiërs precies rond het jaar 1200 enkele van hun langste zeereizen ondernamen in uitleggerkano’s (catamaran-achtige snelle en stabiele boten, red.) en omdat we weten dat ze in staat waren en het verlangen hadden om duizenden kilometers aan oceaan over te steken – iets wat ze moesten doen om sommige eilanden waarop ze zich vestigden te ontdekken – acht ik het iets aannemelijker dat de Polynesiërs naar Amerika reisden.” Toch kan niet helemaal worden uitgesloten dat Native Americans – die doorgaans liever nabij de kust bleven – per abuis in Polynesië zijn beland. “We weten dat er een pre-Columbiaanse maritieme handelsroute was die van Colombia en Ecuador naar Centraal-Amerika leidde en als een boot van een Native Americans van die route afraakte, zou de stroming en wind deze naar Tuamotus of Marquesas (Polynesische eilanden in de regio waar de mensen die zich met de Native Americans vermengden, woonden, red.) hebben gevoerd.”

Indrukwekkend
Dat er überhaupt mensen waren die er rond 1200 in slaagden om zo’n groot deel van de oceaan over te steken, is hoe dan ook indrukwekkend. “Er waren in die tijd maar weinig culturen op aarde te vinden die zulke goede zeevaarders voortbrachten,” vertelt Ioannidis. “Zelfs van de Vikingen en Arabieren wordt aangenomen dat ze tijdens de meeste zeereizen het liefst langs de kust reisden.”


Zoete aardappelen
Het idee dat Native Americans lang geleden contact hadden met Polynesiërs is niet helemaal nieuw. Er zijn namelijk al eerder aanwijzingen gevonden die erop wezen dat de twee populaties elkaar lang geleden ontmoetten. De zoete aardappel is daar een mooi voorbeeld van. “De zoete aardappel komt oorspronkelijk uit Amerika, maar kan ook worden gevonden op eilanden die daar duizenden kilometers van verwijderd zijn,” vertelt Ioannidis. “Bovendien lijkt het woord voor ‘zoete aardappel’ in de Polynesische talen sterk verwant aan het woord voor ‘zoete aardappel’ dat we aantreffen in de inheemse Amerikaanse talen in de Andes.” Maar hard bewijs voor zo’n ontmoeting ontbrak al die tijd. En veel archeologen achtten het – denkend aan het enorme water dat de Native Americans van de Polynesiërs scheidde – eigenlijk onmogelijk.

Culturele invloeden
Dit onderzoek verandert dat alles. De Native Americans hadden lang voor de Europeanen in het gebied arriveerden contact met de Polynesiërs. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om slechts een eenmalige ontmoeting. Maar deze liet wel zijn sporen na, zowel in de genen als in de cultuur van de Polynesiërs. En mogelijk overzien we de culturele impact van die ontmoeting nog niet eens helemaal. “De vraag is of de contacten met Native Americans een grotere invloed hadden op de Polynesiërs en verder reikt dan de zoete aardappelen en hun naamgeving. Er zijn veel interessante aspecten van de afgelegen Oost-Polynesische cultuur (reikend van Paaseiland tot Marquesas) die door deze contacten beïnvloed kunnen zijn. Speculaties omtrent dergelijke invloeden gaan terug tot archeoloog Thor Heyerdahl die, heel controversieel, suggereerde dat de beelden op Paaseiland (een eiland dat Polynesiërs pas na de ontmoeting met Native Americans gingen bewonen, red.) beïnvloed waren door de pre-Columbiaanse culturen uit het noordelijke deel van Zuid-Amerika. Wij leveren daar geen bewijs voor (of tegen), maar archeologen schatten wel in dat de bouw van de beelden tegen het eind van de dertiende eeuw is aangevangen, wat betekent dat de bouwers ervan – afgaand op ons onderzoek – slechts enkele generaties eerder voorouders uit Amerika kregen.” Ioannidis blijft benadrukken dat dergelijke vermeende culturele invloeden nooit uit genen af te lezen zullen zijn en archeologisch onderzoek nodig is om daar meer over te kunnen zeggen. “En veel archeologen achten het niet nodig om de invloed van Native Americans erbij te halen om de oorsprong van deze beelden – ongeacht of er nu contact is geweest of niet – te verklaren.”

Voor nu geeft het onderzoek van Ioannidis en collega’s – via genetisch onderzoek – een fascinerend inkijkje in een nog altijd onderbelicht deel van de geschiedenis. “Geschiedenis leunt vaak sterk op geschreven bronnen, die gecontroleerd werden door en sterk draaien om de machthebbers uit die tijd,” stelt Ioannidis. “Maar nu zijn we in staat om misschien nog wel veel indrukwekkendere en niet minder waarheidsgetrouwe verhalen over de rest van de mensheid te vertellen en dat vind ik heel opwindend.”