We blijven binnen, zien onze vrienden amper en knuffelen slechts selectief. Terwijl de maatregelen versoepelen en we voorzichtig weer naar openheid schuifelen, staan we voor de vraag: heeft corona ons psychisch beschadigd?

“Daar valt niets met zekerheid over te zeggen. Dit is namelijk nog nooit eerder gebeurd,” aldus professor in de psychologie dr. Agneta Fischer van de Universiteit Amsterdam. “Overall zal het voor niemand positieve gevolgen hebben. Je hebt wel mensen die praktische voordelen opmerken aan de crisis. Zo hoor ik over het thuiswerken nog wel eens, dat mensen het prettig vinden dat ze niet meer met collega’s zitten, die ze vervelend vonden. Of dat ze geen reistijd meer hebben.”

Minder problematisch voor de introverten
“Er zijn verschillende factoren die bepalen hoe moeilijk we de maatregelen vinden. Zo zijn er verschillen in persoonlijkheid. Introverte mensen zullen de maatregelen natuurlijk wel minder erg vinden dan extraverte mensen, die meer behoefte hebben aan contact. Er zijn ook mensen, voor wie het leven niet heel veel anders dan anders werd. Denk aan bewoners van rustige dorpjes, of mensen die gewoon geen uitgaanstypes zijn en voor de crisis al niet in de kroeg kwamen of evenementen afliepen. Dan hebben we ook nog verschillen in de fysieke en sociale situaties waarin mensen zich bevinden. Als je bijvoorbeeld opeens dag en nacht je kinderen om je heen hebt, terwijl je die eigenlijk niet zo goed in de hand hebt, kan dat voor mensen zeer zeker heel moeilijk zijn.”


Geen totale isolatie
Fischer wijst erop dat de sociale isolatie niet totaal is, wat naar haar mening nogal een verschil uitmaakt in de psychologische beschadiging aan mensen. “We kunnen nog wel degelijk contact hebben met elkaar, over de telefoon en via social media. Dat maakt veel verschil. Er is geen sprake van gehele sociale isolatie, want daar ga je zeker aan onderdoor. Het is meer het fysieke contact, dat mensen missen. Ook missen mensen de leuke dingen van het leven. Feestjes, concerten, kroegbezoek: dat zijn zaken waarnaar mensen uitkijken. Die vallen nu weg. Maar mensen houden daar geen ernstige psychische schade aan over. We hoeven maar te kijken naar mensen in vroegere tijden of in andere landen: die hadden en hebben die verzetjes ook niet. Zonder ernstige schade.”

“Als de situatie weer als vanouds is, zal ons gedrag ook weer als vanouds zijn”

Gewoontevorming
Het is geruststellend om te weten dat we dalijk dus niet als sociale holbewoners onze grotten uitkomen. De Amsterdamse professor meent dat het niet te lang zal duren voordat de meesten van ons weer in hun sociale routine zullen zitten. “We weten het één en ander over gewoontevorming. Als we bijvoorbeeld willen afvallen, moeten we nieuwe gewoonten aanleren. We moeten een glas water nemen in plaats van sap. We weten dat het ongeveer 2 maanden duurt voordat we die nieuwe gewoontes aanleren. Maar soms moeten we ook gewoontes afleren. Dat is over het algemeen lastiger. Ingesleten gewoontes dat zijn de routines waarbij we niet meer nadenken, de dingen die we al heel lang doen. Als je dan kijkt naar onze gewoontes vóór de crisis, elkaar een knuffel of een hand geven bijvoorbeeld, dat is een gewoonte die zeer ingesleten is.”

Corona-trauma?
“Als iemand zijn hand naar je uitsteekt, neem je ‘m zonder er veel bij na te denken, aan. Zo’n gewoonte zal na een paar maanden niet verdwenen zijn. Als de situatie weer als vanouds is, zal ons gedrag ook weer als vanouds zijn. In het begin zal dat misschien aarzelend zijn of meer overwogen, maar ik denk dat ons gedrag na de crisis niet structureel veranderd zal blijken. We vervallen in onze oude gedragspatronen op het moment dat het weer mogelijk is, daarin te vervallen.”


Een zogeheten corona-trauma ziet zij dan ook niet massaal in het verschiet. “De gebeurtenissen zullen nog wel lang in ons geheugen verankerd zijn. Echte trauma’s: daarvoor waren de maatregelen te weinig ingrijpend. We mogen ook gewoon naar buiten bijvoorbeeld en kunnen binnenshuis nog wel redelijk zelf onze dagen inrichten. We hebben nog steeds een bepaalde mate van autonomie. Om een trauma op te lopen, moet er sprake zijn van een extreem negatieve situatie waarin er sprake is van een grote dreiging en de onmogelijkheid om je eigen leven in te kunnen richten. Elementen daarvan zie je wel terug bij bepaalde groepen in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Mensen die dement zijn, begrijpen niet goed wat er aan de hand is. Ze zien alleen hun kinderen of kleinkinderen niet meer. Dat zorgt voor veel verdriet en kan traumatisch zijn.”

Breekbaarheid van het bestaan
Wat Fischer wel voorspelt is een bewustzijn van onze kwetsbaarheid als mens. “We hebben het dan over de breekbaarheid van het bestaan. Ook bij natuurrampen zie je dat. Dat het leven er opeens heel anders uitziet en dat zo’n virus toch wel heel veel impact heeft op onze dagen, daar gaan mensen bij stil staan. Ik denk dat we er weleens een blijvende grotere klimaatvriendelijkheid aan zouden kunnen overhouden. Minder in de auto, minder in het vliegtuig: de schone luchten bevallen ons wel. Als we voortaan naar het buitenland moeten om te vergaderen, grijpen we misschien eerder naar apps als Zoom in plaats van het vliegtuig.”

We komen dus (klimaat-)bewuster, sociaal iets voorzichtiger misschien, maar op den duur zeker weer kussend en handen schuddend, de crisis uit. Dat zijn in ieder geval weer leuke dingen om naar uit te kijken, ook als we niet naar kroeg of festival kunnen.