Ken je Clark Kent nog? Het alter-ego van Superman? Hij kan razendsnel lezen en alles wat hij leest onthouden. En volgens psycholoog Mark Tigchelaar is dat ook voor jou weggelegd! Maar het gaat niet vanzelf…

We worden overspoeld met informatie. En een groot deel van die informatie is relevant voor ons werk of onze opleiding. Tegelijkertijd lukt het ons niet goed om al die informatie te verwerken. Noodgedwongen nemen we de informatie maar half op en na enige tijd kunnen we de informatie niet of nauwelijks nog bovenhalen of toepassen. “Je zou kunnen zeggen dat we op een bepaalde manier weer analfabeet zijn geworden,” schrijft Tigchelaar in zijn boek ‘Lezen, weten en niet vergeten’. Dat dat voor serieuze problemen kan zorgen, is logisch. Want op basis van onze verzamelde kennis maken we keuzes. En als die verzamelde kennis onvolledig is, gaan we daarbij de mist in. Met alle gevolgen van dien. “We hebben niet de vaardigheden en methodes geleerd om met de realiteit van vandaag om te gaan, waarin we overladen worden met informatie die we moeten verwerken om ons werk te kunnen uitvoeren.”

“Je zou kunnen zeggen dat we op een bepaalde manier weer analfabeet zijn geworden”

UseClark
Is dat iets waar we ons bij neer moeten leggen? Zeker niet. Tigchelaar komt liever in actie. “Hoe zorgen we ervoor dat het verwerken van informatie sneller, beter en vooral makkelijker gaat?” Tigchelaar heeft er lang over nagedacht en komt nu met de UseClark-methode (vernoemd dus naar Clark Kent). “Met deze methode optimaliseer je de informatieoverdracht naar de hersenen. Daardoor wordt het veel gemakkelijker en prettiger om informatie op te nemen, te verwerken en te onthouden.”

Een slecht geheugen bestaat niet
UseClark is dus eigenlijk een methode om informatie tot je te nemen, te verwerken en toe te passen, oftewel een methode om informatie beter te onthouden. Misschien zakt de moed je al in de schoenen: je had je er allang bij neergelegd dat je een slecht geheugen hebt. Nou, dan zal Tigchelaar je wereld eens op zijn kop zetten. Want: een slecht geheugen bestaat niet. Er is alleen zoiets als een ongetraind geheugen. Wie de juiste methodes gebruikt, kan in principe ontzettend veel, langdurig onthouden.

lezen

Stapsgewijs
In het boek neemt Tigchelaar je bij de hand en helpt hij je – stapsgewijs – aan een getraind brein, oftewel een brein dat ontzettend efficiënt informatie opneemt, verwerkt en onthoudt. Je begrijpt: we gaan de methode waar hij tien jaar aan gewerkt heeft natuurlijk hier niet helemaal uit de doeken doen. De beste man heeft het bijzonder interessante boek tenslotte niet voor niets geschreven. Maar we gaan wel een tipje van de sluier oplichten.

Docenten, opgelet!
Het boek van Tigchelaar is ook een statement aan het adres van docenten. “Leer docenten hoe zij hun vakkennis breinvriendelijk kunnen overbrengen, zodat deze kennis op de beste manier wordt opgeslagen in de hersenen van hun studenten.” En ook studenten zouden meer lering moeten trekken uit de vele wetenschappelijke onderzoeken die aan Tigchelaars methode ten grondslag liggen. “Het wordt tijd dat leren leren een hoofdvak voor elke student wordt. Leer studenten hoe ze zich moeten concentreren, hoe ze om moeten gaan met grote hoeveelheden informatie en hoe ze dat alles kunnen onthouden.”

Vul de leegte
De methode van Tigchelaar is onder te verdelen in wat hij ‘breinprincipes’ noemt. En elk principe is weer onder te verdelen in technieken. Het eerste principe hebben we net al kort even genoemd: het is allemaal een methode en er is niet zoiets als een slecht brein, maar wel zoiets als een ongetraind brein. Het tweede principe is eveneens heel herkenbaar en draait om concentratie: iets wat we nodig hebben om informatie snel en accuraat op te kunnen nemen, te kunnen verwerken en te kunnen onthouden. Maar jezelf concentreren wanneer je informatie tot je neemt, valt nog niet mee. Je wordt afgeleid door je eigen gedachten (interne afleiders), door je mobieltje of collega (externe afleiders) en door de informatie zelf, zo kun je je bijvoorbeeld afvragen of je het wel eens bent met wat je leest of in hoeverre hetgeen je leest relevant is (inhoudelijke afleiders). Wat moet je nu met al die afleiders? Simpel: vul de leegte op. “Wat houdt dit in? Het heeft te maken met de snelheid waarmee onze hersenen van nature informatie verwerken. Die snelheid ligt tussen de 800 en 1400 woorden per minuut (wpm). In een minuut tijd kun je dus aan 1400 verschillende dingen denken. Ons leestempo ligt gemiddeld rond de 200 woorden per minuut. Met andere woorden: tijdens het lezen hebben we ontzettend veel tijd over om aan andere dingen te denken (…) Een manier om de leegte op te vullen is door de informatie sneller op te nemen. Als je leest met een snelheid van 300, 400 of 500 woorden per minuut, heb je minder tijd over om aan andere dingen te denken. Het gevolg hiervan is dat je concentratie stijgt en je daardoor een veel beter tekstbegrip hebt, waardoor je de informatie beter onthoudt.” Sneller lezen: het klinkt simpel. Maar het is belangrijk dat je daarin een balans vindt. Je moet natuurlijk ook weer niet zo snel gaan lezen dat je de tekst niet meer begrijpt. Om sneller te kunnen lezen, kun je gebruik maken van een pen die langs de regels glijdt en je ogen te dwingen die pen te volgen. Ook je oogspieren trainen, kan helpen. Lees je niet, maar luister je naar een spreker of docent? Dan kun je informatie beter opnemen door de leegte op te vullen door doodling (simpele tekeningetjes te maken) of de spreker vragen om sneller te praten.

Meer
Natuurlijk blijft het niet bij het opvullen van een leegte. We moeten onder meer single tasking omarmen, informatie verbinden en creatief zijn. In het boek legt Tigchelaar de verschillende principes en technieken keurig uit en onderbouwt ze waar nodig met wetenschappelijk onderzoek en voorbeelden. Van een man die gedegen onderzoek heeft gedaan naar hoe we informatie verwerken, onthouden en toepassen mag je verwachten dat hij ook weet hoe hij informatie aan een reeds met informatie overgoten publiek moet aanbieden. En dat klopt: Tigchelaar houdt het kort en bondig, gebruikt tekeningetjes en blijkt een enorme fan van samenvattingen.

Nu de hamvraag: ben je aan het eind van dit boek een Clark Kent? Zeker niet. Maar je hebt wel de gereedschappen om Clark Kent-achtig te worden. Een Superman op het gebied van informatie-absorptie. Hoe cool is dat?