11,7 tot 11,3 miljard jaar geleden was het heelal oververhit. Quasars produceerden enorm veel straling, waardoor de groei van dwergstelsels 500 miljoen jaar verstoord was. Dit concluderen wetenschappers na het analyseren van data van de Cosmic Origins spectrograaf, een nieuw instrument aan boord van NASA’s Hubble ruimtetelescoop.

Ruim elf miljard jaar geleden produceerden jonge sterrenstelsels erg veel ultraviolette straling. Door deze straling raakten heliumatomen elektronen kwijt. Dit proces heet ionisatie en resulteerde in een verhitting van het intergalactische helium. De temperatuur steeg van 10.000 graden Celsius naar 22.000 graden Celsius. Deze verhitting zorgde ervoor dat de vorming van nieuwe sterren in sommige kleine dwergstelsels werd afgeremd.

“De gegevens van de Cosmic Origins spectrograaf laten een belangrijke fase in de geschiedenis van het universum zien”, zegt wetenschapper Eric Smith van het Hubble-programma.

Michael Shull van de universiteit van Colorado en zijn team bestudeerden het spectrum van ultraviolet licht van een quasar en vonden tekenen van geïoniseerd helium. Het kostte het heelal twee miljard jaar om bronnen van ultraviolette straling te creëren met genoeg energie om helium opnieuw te ioniseren. Helium was immers als eens eerder geïoniseerd, namelijk tijdens de oerknal.

“Ik denk dat er meer dwergstelsels waren ontstaan als de reïonisatie van helium niet had plaatsgevonden”, zegt Shull.