Insecten die bij regen schuilen onder het blad van de vleesetende bekerplant kunnen rekenen op een warm ontvangst. De plant katapulteert de insecten zo zijn ‘maag’ in.

Dat hebben onderzoekers van de Cambridge University ontdekt. Ze beschrijven hun studie en conclusies in het blad PLoS ONE.

In de beker
De onderzoekers bestudeerden de vleesetende plant Nepenthes gracilis. Het is een bekerplant. Deze worden gekenmerkt door een grote beker waarin ze insecten (en soms zelfs kleine zoogdieren) vangen en verteren. Boven de beker bevindt zich vaak een blad. Insecten zijn bij regen maar wat blij als ze zo’n blad spotten. Kunnen ze daar mooi even schuilen. Maar daar vergissen ze zich lelijk in, zo blijkt. “Het begon allemaal met de observatie van een kever die tijdens een regenbui zijn toevlucht zocht onder het blad van de N. gracilis,” vertelt onderzoeker Ulrike Bauer. “In plaats van een veilige en droge plek te vinden om te rusten, eindigde de kever in de vloeistof (deze bevindt zich in de beker, red.) van de bekerplant.”

Regen
Maar wat was er nu precies gebeurd? Hoe kon de kever opeens van het blad afglijden en in de beker belanden? “We hadden al gezien dat mieren moeite hadden om onder het blad te kruipen, dus we dachten al dat de regen een rol speelde, misschien dat die ervoor zorgde dat het blad trilde en de kevers als een katapult in de val schoten.”

Anti-slip coating
De onderzoekers zetten een experiment op. Ze lieten het regenen en keken wat er gebeurde toen mieren onder het blad hun toevlucht zochten. Bij regen bleek veertig procent van de mieren uiteindelijk in de beker van de plant terecht te komen. Als het droog was, gebeurde dat echter niet en waren de mieren veilig. Hoe kan dat? De onderzoekers ontdekten dat zich op de onderzijde van het blad een ‘anti-slip coating’ bevond die insecten in staat stelde om bij goed weer op het blad te lopen. Maar zodra een regendruppel op het blad viel, kon de coating de insecten niet langer houden en verdwijnen ze in de beker.

De plant maakt dus handig gebruik van de regen. Wel werkt het trucje natuurlijk alleen als zich op de onderzijde van het blad insecten bevinden. Maar daar heeft N. gracilis iets op gevonden. De plant maakt in vergelijking met andere bekerplanten veel meer nectar onder het blad en minder nectar op de rand van de beker aan. “Zo wordt de prooi voornamelijk richting het blad gestuurd,” schrijven de onderzoekers. Het is voor het eerst dat wetenschappers constateren dat het blad boven de beker direct bijdraagt aan het vangen van een prooi.