Uit een analyse van enkele prehistorische reptielen blijkt dat zij naar alle waarschijnlijkheid warmbloedig waren. De warmbloedige varianten van de tegenwoordig koudbloedige reptielen zijn uitgestorven, maar zouden nog opvallend laat in de evolutie naast de koudbloedige dieren hebben bestaan.

De onderzoekers bestudeerden de ichthyosauria (zie de foto hieronder), plesiosauria (zie de foto hierboven) en mosasaurus (zie hieronder). De eerste twee dieren bleken inderdaad warmbloedig te zijn. De wetenschappers baseren zich daarbij op de gefossiliseerde tanden. Ze vergeleken de verhouding tussen zuurstof-16 en zuurstof-18. Deze verhouding verandert wanneer de lichaamswarmte verandert. Door de verhouding in beeld te brengen, wisten de onderzoekers te achterhalen hoe warm het lichaam van de dieren ten tijde van de groei van hun tanden was.

Volgens de onderzoekers is het niet zo dat de koudbloedige dieren de warmbloedige dieren per direct vervingen; de twee soorten hebben naast elkaar bestaan. Dat dat ook geldt voor de ichthyosauria en plesiosauria is overigens wel bijzonder; dat betekent dat de koudbloedigen en warmbloedigen veel later in de evolutie nog naast elkaar leefden.

De onderzoekers menen dat er nu eerst onderzocht moet worden welk dier als eerste tot een koudbloedige evolueerde. Maar andere onderzoekers trekken de conclusies in twijfel en vinden dat er eerst meer onderzoek gedaan moet worden naar de lichaamswarmte. Want waren de dieren wel echt warmbloedig? Waren ze niet gewoon goed in staat om hun lichaamswarmte op peil te houden?

Vandaag de dag zijn alle reptielen koudbloedig. Dat betekent dat ze hun lichaamstemperatuur niet intern regelen, maar aanpassen aan de temperatuur van hun omgeving. Dat heeft als gevolg dat de reptielen in periodes van kou zeer langzaam zijn en bij hitte pas echt actief worden.

De ichthyosauria

De mosasaurus