Archeologen hebben in Mexico-Stad de restanten van zestig lichamen gevonden. Het gaat om vijftig kinderen en tien volwassen: allemaal van het Azteekse volk. De lichamen zijn zo’n 500 jaar oud. De archeologen stuitten tevens op de funderingen van Azteekse woningen, honderden kleine beeldjes, potten en borden uit de periode tussen 1100 en 1500.

De vondst werd gedaan tijdens de voorbereidingen voor een nieuwe metrolijn. “In totaal zijn er zestig graven: tien volwassenen en zo’n vijftig kinderen van verschillende leeftijden,” vertelt archeoloog Maria de Jesus Sanchez. “Sommigen waren twee of drie jaar oud.”

De graven vertellen veel over de begrafenissen van de Azteken. Zo begroef het volk hun doden vaak onder hun huizen. Ook zaten sommige kinderen in een aardewerken pot. De Azteken geloofden dat de pot voor het kindje net zo zou aanvoelen als de baarmoeder: veilig en warm. Onder het graf van twee kinderen vonden de archeologen een vijftig centimeter groot beeld van een vrouw.

De Azteken kwamen zo rond het jaar 1200 op. Het volkje had grote ambities en voerde vele oorlogen om hun gebied uit te breiden. In 1520 ging de beschaving door toedoen van de Spanjaarden ten onder.