Wanneer artsen denken dat iemand Alzheimer heeft, kan het geen kwaad om die diagnose met behulp van een ruggenprik te stellen of te verstevigen. Zeker wanneer er nog sterke twijfel bestaat of iemand ziek is of niet. Dat concludeert onderzoeker Petra Spies van het UMC St Radboud na een uitgebreid onderzoek op Nederlandse geheugenpoli’s.

Wanneer nu het vermoeden bestaat dat iemand Alzheimer heeft, grijpen artsen naar diverse middelen om de diagnose met zekerheid te stellen. Ze kijken naar de dagelijkse symptomen, doen enkele neuropsychologische tests en maken eventueel een MRI-scan van het brein. Dat is vaak voldoende om met een duidelijke diagnose te komen.

Betrouwbaar
Spies concludeert echter dat de ruggenprik een betrouwbare aanvulling op al die tests kan zijn. Biomarkers in het hersenvocht van de patiënt kunnen duidelijk aangeven of iemand aan Alzheimer lijdt of niet. Spies onderzocht hoe vaak er op dit moment gebruik gemaakt wordt van zo’n ruggenprik en stelt dat dat best wat vaker mag gebeuren. “Zestig procent van de artsen doet dat bij ongeveer vijf procent van de patiënten. In de meeste gevallen bevestigt de prik de aanvankelijke diagnose, maar bij ruim een kwart moet de diagnose toch nog worden bijgesteld. Wanneer er twijfel bestaat over de diagnose is een ruggenprik dus een waardevolle aanvulling.”

WIST U DAT…

…vitamine B het brein beschermt en Alzheimer afremt?

Complicatie
Spies denkt wel te weten waarom artsen de ruggenprik soms lijken te mijden. “Misschien omdat het idee bestaat dat zo’n ruggenprik vaak met complicaties gepaard gaat. In mijn onderzoek kwam ik dat niet tegen. Hoofdpijn was de enige geregistreerde complicatie. Volgens de artsen zelf is de afwezigheid van een duidelijke richtlijn echter de voornaamste factor om geen ruggenprik te doen. Op basis van ons onderzoek vinden we dan ook dat de richtlijn voor Alzheimer op dit punt snel moet worden aangepast.”

Spies publiceerde haar bevindingen in het blad European Journal of Neurology.