Als het experiment een succes is, kunnen windmolens voortaan ook probleemloos in tot wel 1 kilometer diep water verrijzen.

Het windmolenpark voor de kust van Peterhead (Schotland) is een pilot park. Het park bestaat uit vijf drijvende windmolens. Het eerste exemplaar staat reeds op zijn plaats. De andere vier zullen binnenkort naar hun plekje in de Noordzee worden gebracht.

Primeur
Samen vormen de vijf windmolens ‘s werelds eerste drijvende windmolenpark. Eind dit jaar moet het windmolenpark actief worden en zo’n 20.000 huishoudens van energie voorzien.

De windturbine is 178 meter hoog en de wieken zijn stuk voor stuk zo’n 75 meter lang. Afbeelding: Statoil.

Diep
De windmolens staan in water dat tussen de 95 en 100 meter diep is. Normaliter is de aanleg van een windmolenpark in zulk diep water geen optie: conventionele windmolens staan vaak niet veel dieper dan 50 meter. En daarmee is het gebied dat geschikt is voor plaatsing van windmolens dus beperkt. Maar als het experiment voor de kust van Schotland een succes is, komt daar verandering in. Dan wordt het gebied waarin windenergie kan worden opgewekt in één klap een stuk groter. Bovendien wordt windenergie dan opeens een optie voor landen die omringd worden door water dat voor de inzet van conventionele windmolens te diep is.

Op dit moment is de bouw van dergelijke drijvende windmolens nog vrij kostbaar. Maar volgens Statoil – dat het windmolenpark op dit moment aanlegt – gaat dat in de toekomst, zeker als er meer vraag naar drijvend windturbines komt, veranderen.