Uit onderzoek blijkt dat de fitheid van de vis bepaalt op welke plaats in de school deze zwemt. De zwakke vissen zwemmen achteraan.

Vissen vormen scholen om zo roofdieren op afstand te houden en om meer voedsel te kunnen verzamelen. Wetenschappers gingen er altijd vanuit dat alle vissen in de school een even grote kans hadden op voedsel.

Voedsel
Maar nieuw onderzoek laat iets heel anders zien. Lang niet alle vissen in de school zijn even fit en krijgen evenveel voedsel. Het meeste voedsel verdwijnt in de monden van de fitte vissen: de exemplaren die vooraan zwemmen.

WIST U DAT…

…sommige vissen in het broedseizoen nieuwe hersencellen krijgen?

Achteraan
De dieren die zwakker zijn, zwemmen achteraan. Zij krijgen minder (goed) voedsel. Toch heeft dat niet direct negatieve gevolgen. Doordat de vis achteraan zwemt, kan deze in het spoor van de vissen die voor hem zwemmen, blijven. Gevolg: hij heeft minder last van weerstand en heeft dus veel minder energie nodig dan bijvoorbeeld de voorste vissen om vooruit te komen.

Twaalf procent
En dat scheelt echt flink. Als vissen dertig centimeter per seconde afleggen, kost dat de vissen die achteraan zwemmen al snel twaalf procent minder energie dan de vissen die zich vooraan bevinden. De vissen achteraan kunnen het zich dus veroorloven om minder goed te eten.

De onderzoekers baseren hun conclusie op experimenten met vissen. Ze bestudeerden de stofwisseling en het energieverbruik van dieren op verschillende plaatsen in de school.

Bovenstaande foto is gemaakt door Tom Weilenmann (cc via Flickr.com).