Het is op het moment ongetwijfeld één van de meest besproken figuren in Nederland – en waarschijnlijk ook daarbuiten: Zwarte Piet. Meer dan ooit staat zijn positie en herkomst ter discussie. Is dat terecht? En hoe moet het verder?

Het is niet voor het eerst dat de zwarte knecht van Sinterklaas ter discussie staat. Dat gebeurde al veel vaker en veel eerder. Zo rond de jaren zestig begonnen de eersten bezwaar te maken tegen Zwarte Piet. En al in 1968 stelde mevrouw Grünbauer – een blanke dame die zich bijzonder ergerde aan de Zwarte Pieten die ervoor zorgden dat wij ‘maar blijven doorsukkelen met de oude traditie de neger als slaaf voor te stellen’ – voor om Zwarte Piet in te ruilen voor een Witte Piet. Hoewel haar vurige pleidooi mensen ongetwijfeld aan het denken zette, kwam die Witte Piet er niet. Maar in de jaren die volgden, namen de klachten omtrent Zwarte Piet toe. Vooral mensen met een getinte huidskleur hebben moeite met de Nederlandse traditie, waarschijnlijk omdat ‘de stereotiepe uitbeelding, ondergeschikte positie en het karikaturale rolpatroon van Zwarte Piet botsten met hun zelfbeeld’, zo legt John Helsloot, onderzoeker aan het Meertens Instituut in het boek ‘Sinterklaas verklaard‘ uit.

Zwarte Piet als schatbewaarder

Tegenwoordig is Zwarte Piet een olijke, grappenmakende figuur. Een karikatuur zelfs. Vroeger was dat anders. Zwarte Piet werd als onmisbare hulp afgeschilderd; een schatbewaarder die waakte over alle mooie cadeaus.

Gevoelens
Mensen voelen zich dus gekwetst, omdat ze in Zwarte Piet herinnerd worden aan tijden waarin de gelijkheid tussen mensen op alle fronten ver te zoeken was. En op basis van dat gevoel pleiten ze voor een aanpassing of afschaffing van het Sinterklaasfeest. De vraag die in deze hele discussie centraal staat, is: zijn die gevoelens die aan dat pleidooi voorafgaan terecht? In andere woorden: is Zwarte Piet inderdaad een overblijfsel uit een tijd waar donkergetinte (en de meeste blanke!) mensen met afschuw op terugkijken?

Zwarte Piet in het boekje van Schenkman. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Duik in de geschiedenis
Daarvoor moeten we in de geschiedenis van Sinterklaas duiken. Zoekend naar Zwarte Piet komen we dan in 1828 uit. De Italiaan Dominico Arata – die ‘hoewel van geboorte een vreemdeling, in gewoonten en manieren een Nederlander geworden’ was – organiseerde een Sinterklaasavond waarop een ‘kinderlievende Bisschop’ met een lange witte baard en een mijter snoep deelde. In zijn kielzog volde ‘Pieter me knecht’. Dit was volgens de overleveringen ‘een kroesharige neger’ die een mand vol met cadeautjes bij zich droeg. Onduidelijk is of deze knecht verkleed ging als ‘kroesharige neger’ of een ‘kroesharige neger’ was. Iets meer dan twintig jaar later wordt de zwarte knecht officieel geïntroduceerd in een boekje van onderwijzer Jan Schenkman.

Herkomst onbekend
En zo wordt Zwarte Piet halverwege de negentiende eeuw in de bronnen die we uit die tijd nog hebben als een voldongen feit gepresenteerd. Waar hij vandaan komt? Dat wordt niet verteld en biedt dus ruimte voor speculatie. En gespeculeerd wordt er. Zo zou Sint – die in eerste instantie alleen op pad ging – een zwart knechtje hebben gekregen om zo statiger over te komen. Geen vreemde gedachte: in de zeventiende en achttiende eeuw lieten rijken zich vaak afbeelden met een slaaf, waarbij die slaaf dienst deed als statussymbool. Andere historici denken dat Zwarte Piet geïnspireerd is op de donkere mannen die in grote steden werkzaam waren – waarvan overigens twijfelachtig is dat het echte slaven waren. Met name aan het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw was het heel gebruikelijk dat bevrijde slaven aan de slag gingen als dienstbodes. Weer anderen denken dat de Zwarte Piet eigenlijk een Moor is die de Spaanse Goedheiligman bijstaat.

Zwarte Piet krijgt een naam

Hoewel Zwarte Piet al rond 1830 ten tonele verschijnt, wordt deze dan nog niet zo aangeduid. Dat komt pas later: hoogstwaarschijnlijk in de eerste helft van de vorige eeuw. Het Sinterklaasfeest wint in die tijd terrein en groeit uit tot een nationaal feest. De exotische figuur van Sinterklaas’ knecht – daarvoor vaak aangeduid met exotische namen als ‘Assiepan’ of ‘Trappadoeli’ – krijgt dan zijn oer-Hollandse naam: Zwarte Piet. ‘Piet’ is waarschijnlijk gebaseerd op de naam die de knecht in de negentiende eeuw ook al wel eens toebedeeld kreeg: ‘Pieter’.

Culturele afasie
Hoewel we officieel niet precies weten op wie het personage van Zwarte Piet geïnspireerd is, zijn de uiterlijke overeenkomsten tussen Zwarte Piet en de slaven zoals we die in ons koloniale verleden kenden, onmiskenbaar. In die zin is het dan ook begrijpelijk dat de verschijning van Zwarte Piet aan slaven doet denken. Toch wil Nederland daar niet aan, zo concludeert Helsloot in het bijzonder interessante paper ‘Zwarte Piet and Cultural Aphasia in the Netherlands‘. Op de één of andere manier kunnen wij dat verband tussen slaven en Zwarte Piet – welke argumenten er ook worden aangedragen – maar niet zien. Helsloot spreekt van ‘culturele afasie’. “Een informatiecampagne gebaseerd op bestaand en nieuw onderzoek en ondersteund door veel beeldmateriaal, bedoeld om mensen bewust te maken van de culturele afasie en deze tegen te gaan en ervoor te zorgen dat ze overeenkomsten tussen Zwarte Piet en karikaturen van zwarte mensen gaan inzien, lijkt op zijn plaats.”

Afbeelding: olliebrands0 / Pixabay.

Er is inhoudelijk heel veel over deze discussie te zeggen. Maar laten we eerlijk zijn: deze discussie draait niet om historische feitjes, maar om gevoelens. En dat maakt het zo lastig. Want gevoelens zijn niet vatbaar voor argumenten, hoe steekhoudend ze ook zijn. Geen wonder dat we af dreigen te stevenen op een impasse waarbij de gemoederen steeds hoger oplopen. Is er een oplossing voorhanden? De discussie is zoals die nu gevoerd wordt, vruchteloos. Het enige wat deze oplevert is een verdere polarisering van de toch al zo op losse schroeven staande Nederlandse samenleving. Een trieste uitkomst als u bedenkt dat dit feest ooit verbroederde. Moeten we dan omwille van de lieve vrede toch maar afscheid nemen van ‘onze’ Zwarte Piet? Of moeten juist de tegenstanders water bij de wijn doen? Als het aan Helsloot ligt, allebei een beetje. “Ik zelf zou mijn kaarten zetten op een ‘grass-roots’ en ‘olievlekbenadering’,” stelt hij in ‘Cultuur en migratie in Nederland. Veranderingen van het alledaagse 1950-2000‘. “Laten enkelingen, die zich eigen hebben gemaakt dat een verandering niet per definitie een verlies betekent, in hun eigen, directe omgeving een onnadrukkelijk voorbeeld geven en blijmoedig afscheid nemen van Zwarte Piet – om juist daardoor bij te dragen aan de geleidelijke groei naar een werkelijk voor iedereen leuk Sinterklaasfeest.” Fervente voorstanders van het Sinterklaasfeest in de huidige vorm zullen zich niet kunnen vinden in de wijze woorden van Helsloot. Want, zo wordt er op de sociale media veelvuldig geroepen, ‘Sinterklaas is traditie en van ‘onze’ tradities blijf je af!’. Misschien wordt het tijd dat we eens teruggrijpen op de functie van tradities. Tradities zijn er om orde en de maatschappelijke stabiliteit te behouden. Op dit moment vervult het Sinterklaasfeest die functie op een aantal plekken in Nederland overduidelijk niet. Moeten we dan om deze traditie te behouden de traditie niet een beetje aanpassen? Gedachten en ideeën genoeg om deze discussie nog jaren levendig te houden. De toekomst zal leren waar de stoomboot uiteindelijk strandt.