Een ambitieus reddingsplan: tijgers uitzetten in een leefgebied waar ooit een uitgestorven subsoort de dienst uitmaakte. Zou het kunnen werken?

Aan het begin van de twintigste eeuw waren er wereldwijd nog zo’n 100.000 tijgers in het wild te vinden. Een eeuw later, rond 2010, is de tijger officieel een zorgenkindje geworden. Op dat moment zijn er nog maar 3200 wilde tijgers in leven. “De populatie is als een plumpudding in elkaar gezakt,” stelt tijgerexpert Gert Polet, verbonden aan het Wereld Natuur Fonds. Iedereen lijkt er van doordrongen te zijn dat er iets moet gebeuren. Natuurbeschermingsorganisaties en de overheden van de dertien landen waarin de tijger nog in het wild voorkomt, slaan de handen ineen. Het resulteert in een actieplan en belofte: in 2022 moet het aantal tijgers verdubbeld zijn. Inmiddels is het 2017 en zijn er wereldwijd zo’n 3900 wilde tijgers te vinden. Zeker een verbetering ten opzichte van 2010, maar een verdubbeling van die 3200 exemplaren uit datzelfde jaar, is nog ver weg. Langzaam wordt dan ook wel duidelijk dat er drastischere maatregelen nodig zijn om de tijger definitief van de ondergang te redden…


Een Kaspische tijger, gefotografeerd aan het eind van de negentiende eeuw. De tijger stierf ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw uit. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Ruimtegebrek
“De tijgerlanden willen het aantal tijgers in het wild verdubbelen, zonder dat het al te veel problemen oplevert voor de mensen die in tijgergebieden wonen,” vertelt Polet aan Scientias.nl. Maar dat vereist ruimte. En dat is er niet in het drukbevolkte deel van Azië waarin vrijwel alle tijgerlanden gelegen zijn. “Het grootste deel van het oorspronkelijke leefgebied van tijgers is teloorgegaan door landbouw.” En dus niet langer geschikt als tijgerhabitat. Maar hoe kan het aantal tijgers toenemen als er letterlijk geen ruimte voor is? “We hebben heel Centraal-Azië met behulp van satellietbeelden uitgekamd en een laatste plek in Centraal-Azië gevonden waar het oorspronkelijke leefgebied van de tijger nog tamelijk intact is.” Het gebied waar Polet over spreekt, is het Ili Balkash-gebied in Kazachstan. Het herbergde tot de jaren vijftig van de vorige eeuw de inmiddels uitgestorven Kaspische tijger. En in het leefgebied van die uitgestorven subsoort wil het Wereld Natuur Fonds de komende decennia enkele tientallen Amoertijgers uitzetten en zo een verdubbeling van het totale aantal tijgers wereldwijd een boost geven. Het is een ambitieus plan. “Een soort uitzetten in het leefgebied van een uitgestorven subsoort: dat is nog nooit eerder gedaan,” vertelt Polet.

Nieuwe soort

Als alles goed gaat, leeft in Kazachstan straks – tamelijk geïsoleerd – een populatie van zo’n 150 Amoertijgers. Is het denkbaar dat zij zich aan gaan passen aan hun nieuwe leefgebied en uitgroeien tot een nieuwe subsoort? “Het zou kunnen,” denkt Polet. “Ik heb me laten vertellen dat de Kaspische tijger (die dus oorspronkelijk in dit deel van Kazachstan leefde, red.) er heel anders uitzag dan andere tijgers.” En ook het gedrag was iets anders. “Zo kon deze tijger op zijn achterpoten gaan staan om over het riet heen te kijken en prooien op te sporen. Het zou kunnen dat de Amoertijger straks vergelijkbaar gedrag gaat vertonen. Ook is het mogelijk dat deze er iets anders uit gaat zien. Ik kan me met name voorstellen dat de winter- en zomervacht iets verandert. Maar ik denk niet dat het weer als een nieuwe ondersoort zoals de Kaspische tijger van weleer, zal worden aangemerkt: genetisch waren de Kaspische tijgers al vrijwel identiek aan de Amoertijgers”

Van Rusland naar Kazachstan
Al sinds 2010 wordt er achter de schermen aan het ambitieuze reddingsplan gewerkt. Inmiddels ligt er een draaiboek en is ook de Kazachstaanse overheid overstag: een afgevaardigde van de regering ondertekende eind deze week een samenwerkingsverdrag met WWF en daarmee kan het unieke traject van het terugbrengen van de tijger naar dit deel van Centraal-Azië beginnen. “Wat we nu eerst – in nauwe samenwerking met de Kazachstaanse overheid – willen gaan doen, is de beschermde status rond krijgen. Het gebied in kwestie moet een nationaal park worden. Vervolgens gaan we het gebied inrichten. Dat betekent bijvoorbeeld dat we de prooidieren terug gaan brengen naar het gebied, de diersoorten die nog in het gebied leven (wilde zwijnen en reeën) in aantal laten herstellen, maar ook inheemse soorten als het Bochara-hert terug gaan brenen en mensen gaan trainen om het gebied te beschermen.” Als dat alles is afgerond, is het tijd voor het spannendste deel van het reddingsplan: de tijger daadwerkelijk terugbrengen naar Kazachstan. “We zullen de tijgers uit het verre oosten van Rusland halen, want daar gaat het namelijk goed met de tijger,” vertelt Polet. Die tijgers – ook wel Amoertijgers genoemd – worden naar Kazachstan vervoerd en komen er in een rehabilitatiecentrum terecht, waar ze niet alleen kunnen wennen aan het klimaat en de omgeving, maar ook leren jagen op de prooidieren die Kazachstan te bieden heeft. “Een deel van die prooidieren zal nieuw zijn voor de tijgers,” aldus Polet. Ook de omgeving en het klimaat zal even schakelen zijn voor de Amoertijgers. “Hun oorspronkelijke leefgebied is een berken- en beukenbos met extreem koude winters waarin veel sneeuw valt en gematigde zomers. In Kazachstan worden ze uitgezet in een moerasgebied, waar de zomers smoorheet en vochtig zijn en het ‘s winters koud is, maar er geen sneeuw valt.” Polet verwacht dat de Kazachstaanse winters de Amoertijgers wel zullen bevallen. “De hitte tijdens de zomer zal een grotere uitdaging zijn.” Toch verwacht hij dat de tijgers zich goed kunnen aanpassen. “Tijgers houden ervan verkoeling te zoeken in het water. En we weten van andere grote katachtigen die naar een nieuw leefgebied zijn verplaats (zoals puma’s) dat ze best flexibel zijn. Het hele translocatietraject zelf gaat ook in kleine stappen met steeds een klein aantal dieren dat zal worden overgebracht naar Kazachstan, waar nodig kunnen we dus aanpassingen maken in de manier hoe we één en ander aanpakken.”

Een Siberische tijger, ook wel Amoertijger genoemd. Afbeelding: Appaloosa (via Wikimedia Commons).

Tot wel 150 tijgers
Uiteindelijk moeten er over een periode van tien jaar zo’n 40 tot 50 Amoertijgers naar Kazachstan getransporteerd worden. En als alles volgens plan verloopt, groeit die populatie vervolgens vanzelf. “We verwachten modelmatig dat er daarna in tien jaar tijd al zo’n 70 tot 80 tijgers in het gebied leven.” En hopelijk neemt dat aantal in de jaren die volgen, verder toe. “We denken – wederom op basis van modellen – dat het gebied, uitgaande van een gezonde prooistand, zo’n 150 Amoertijgers kan onderhouden.” Een prachtige aanvulling op de andere maatregelen die getroffen worden en tot een verdubbeling van het aantal tijgers moet leiden.

“Dit is in zekere zin onze laatste kans om de tijgers in Centraal-Azië terug te brengen”

Laatste kans
Zo’n succesje in Kazachstan zou natuurlijk naar meer smaken. Toch ziet Polet de verhuizing van tijgers naar eigen zeggen nog geen schering en inslag worden. “Daarvoor is er te weinig habitat van voldoende grote omvang. In heel Centraal-Azie is het Ili Balkash-gebied het enige geschikte wat nog over is. Dit is in zekere zin onze laatste kans om de tijgers in Centraal-Azië terug te brengen.”

Tijgers zijn enorme katachtigen, ze kunnen tot wel 2,8 meter lang worden en tot wel 300 kilo wegen. Het zijn echte roofdieren, die zelfs prooien groter dan zijzelf zijn, kunnen opjagen en verorberen. De grootste bedreigingen voor de tijger zijn de stroperij (verschillende delen van de tijger worden in Azië gebruikt als medicijn), verlies en fragmentatie van hun leefgebied en conflicten met mensen. De tijger is onder te verdelen in zes (nog levende) subsoorten: de Bengaalse tijger, Siberische tijger, Maleise tijger, Noord-Indochinese tijger, Chinese tijger en Sumatraanse tijger. De Siberische tijger is de grootste van allemaal.

Uitdagingen
De komende jaren zal moeten blijken of het reddingsplan kans van slagen heeft. Polet erkent dat er nog de nodige hindernissen te nemen zijn, maar is tegelijkertijd optimistisch. “De eerste uitdaging is het op orde brengen van het gebied. Maar dat gaat wel lukken, want de Kazachstaanse overheid is heel enthousiast. Daarna moeten we het prooibestand restaureren. Ook dat lijkt me haalbaar, want daar hebben we al veel ervaring mee.” Een andere grote uitdaging is natuurlijk de verhuizing van de tijgers. “Gaat de Amoertijger zich goed aanpassen in de nieuwe omgeving? Dat weten we niet. Maar als je kijkt naar grote katachtigen die bijvoorbeeld in Amerika verplaatst zijn, zie je dat ze zich goed aan lijken te passen aan een nieuwe omgeving.” Een vierde uitdaging is volgens Polet de rivier die het moerasgebied waarin de tijgers in Kazachstan zullen worden uitgezet, voedt. “Die rivier komt uit China en we zien dat er steeds meer water aan wordt onttrokken, waardoor dus minder water in Kazachstan aankomt. Als dat zo doorgaat, kan er uiteindelijk te weinig water voorhanden zijn om het moeras in stand te houden. Om dat te voorkomen moeten Kazachstan en China om de tafel. Dat zal nog niet zo gemakkelijk zijn, maar de tijgers maken het nut en de noodzaak van zo’n verdrag wel heel concreet.”

Het nieuwe thuis van de Siberische tijgers in Kazachstan. Afbeelding: Mari Lebedeva (via WNF).

Terwijl in Kazachstan misschien wel één van de meest ambitieuze reddingsplannen ten bate van een bedreigde diersoort wordt uitgerold, is Polet voorzichtig optimistisch over het lot van de tijger. Hij wijst erop dat verschillende landen – zoals India, Nepal en Rusland – heel actief bezig zijn met het beschermen van hun tijgerpopulaties. “En dan zie je ook gelijk groei. We kunnen de tijger dus redden! Als je de tijger en zijn leefgebied maar consistent beschermt en de handel aan banden legt.” Tegelijkertijd zijn er ook nog altijd tijgerlanden die wat minder succesvol zijn. Polet noemt Indonesië en Maleisië. “Daar heeft nog geen ommekeer plaatsgevonden en speelt stroperij nog een grote rol. Je ziet dan ook dat het zeker geen gelopen race is en er nog altijd zorgen zijn. Natuurbescherming op dit niveau is ook nooit af: er zullen altijd crisissen zijn, want de bescherming van de tijger is nu eenmaal mensenwerk, hun lot ligt in de hand van mensen alleen.”