De slijmzwam Dictyostelium discoideum mag dan wel niet over een tractor en vele hectaren grond beschikken: het kleine organisme is een echte boer. De slijmzwam reist regelmatig en weet nooit of er in het nieuwe gebied wel genoeg voedsel is. Om er zeker van te zijn dat het nageslacht geen honger hoeft te lijden, spaart de slijmzwam bacteriën en ‘zaait’ deze op de nieuwe locatie.

Zodra het voedsel schaars wordt, gaat de Dictyostelium discoideum op zoek naar een gebied dat vruchtbaarder is. Als de kleine organismen daar aankomen, planten ze zichzelf voort.

Voedselbron
De onderzoekers verzamelden zo’n 35 stammen wilde slijmzwammen en bestudeerden deze in het laboratorium. Ze ontdekten dat zo’n éénderde van de slijmzwammen voorafgaande aan de lange trip niet al het voedsel opat. De organismen bewaarden wat bacteriën en namen deze mee. Eenmaal in het nieuwe gebied aangekomen, zetten ze de bacteriën uit. Deze begonnen zich te vermenigvuldigen en vormden zo een voedselbron voor de komende generaties.

WIST U DAT…

…de rifbaars een moestuintje bijhoudt?

Gevaarlijk
Het gedrag van de slijmzwam lijkt een slimme zet, maar heeft ook een nadeel. De slijmzwammen huisvesten tijdens hun reis namelijk ook mogelijke gevaarlijke bacteriën.

Gok
En dan is er nog iets. Uit het onderzoek blijkt dat slijmzwammen die bacteriën meebrengen meer nageslacht opleveren dan slijmzwammen die geen bacteriën bewaren. Maar dat geldt alleen als het nieuwe gebied van zichzelf weinig voedsel te bieden heeft. Als het gebied rijk is aan bacteriën doen de slijmzwammen die geen bacteriën bij zich hebben, het beter. Het is dus een gok.

De onderzoeksresultaten kunnen de wetenschappers meer vertellen over het ontstaan van de landbouw. Wij mensen zijn namelijk niet de enigen die ‘boeren’. Ook kevers en vissen doen het. En als de voorouders van de slijmzwam zich er ook al met bezighielden, kan de soort weleens de oudste boerenfamilie ooit zijn. De soort was namelijk één van de eerste landdieren.