Wetenschappers ontdekken dat het rommelt in de bovenste regionen van de ranglijst der snelst smeltende Groenlandse gletsjers.

Als het zo snel mogelijk minimaliseren van de omvang van de Groenlandse ijskap een wedstrijd zou zijn, dan zou de Jakobshavn-gletsjer de beste winkansen hebben. De gletsjer raakt al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw jaar na jaar het meeste ijs kwijt door afkalving. Hierbij breken (soms grote) stukken ijs los van de gletsjertong, om vervolgens als ijsbergen hun leven voort te zetten. Dit ijsverlies leidt niet direct tot een stijging van de zeespiegel, omdat de gletsjertong en dus ook het ijs dat van de gletsjer loskomt, al op het water rust. Maar indirect draagt het proces wel bij aan het versneld afsmelten van de Groenlandse ijskap en het stijgen van de zeespiegel. De zware gletsjertong doet namelijk dienst als ‘stop’ en biedt tegenwicht aan het achterliggende, op het land gelegen deel van de gletsjer. Als de gletsjertong massa verliest, kan de gletsjer gemakkelijker en dus sneller gaan stromen, meer ijs vanaf het land naar zee vervoeren en zo een grotere bijdrage leveren aan de zeespiegelstijging.

De top acht
Volgens wetenschappers zijn er acht gletsjers op Groenland aan te wijzen die door afkalving een grote bijdrage leveren aan het massaverlies van de Groenlandse ijskap. De aanvoerder van deze acht is – zoals gezegd – al jaren de Jakobshavn-gletsjer. Maar nieuw onderzoek wijst nu uit dat die gletsjer niet altijd de koppositie in handen weet te houden.


Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat de Jakobshavn-gletsjer in de eerste vier maanden van 2019 en 2020 minder ijsbergen kwijtraakte dan de traditionele nummer twee op de ranglijst: de Helheim-gletsjer. “Helheim versnelde iets, maar de Jakobshavn-gletsjer bleek vooral iets te vertragen,” zo vertelt onderzoeker Ken Mankoff aan Scientias.nl. Het heeft belangrijke implicaties. “Het laat zien dat het systeem snel kan veranderen,” aldus Mankoff. “Het is heel dynamisch.”

Sentinel
De onderzoekers baseren hun conclusies op data van ESA’s Sentinel-1-satellieten. Met behulp van deze satellieten kunnen onderzoeker de situatie op Groenland heel frequent – elke 12 dagen – en gedetailleerd monitoren. “Zelfs bij bewolking of in de winter (als het donker is, red.),” stelt Mankoff, die moet concluderen dat het onderzoek zonder de data van Sentinel-1 onmogelijk was geweest. “Sentinel-1 heeft enorme potentie voor ons wetenschappers, omdat het bijvoorbeeld mogelijk is om bijna op een wekelijkse basis te berekenen hoeveel ijs de Groenlandse ijskap in de vorm van ijsbergen kwijtraakt,” voegt onderzoeker Anne Munch Solgaard toe. “Dit is unieke kennis, die ons in staat stelt om de dynamiek van gletsjers en processen (op Groenland, red.) nog gedetailleerder te onderzoeken.”

Andere gletsjers
Hoewel de onderzoekers in hun studie slechts twee gletsjers onder de loep namen, weet Mankoff zeker dat ook de prestaties van andere gletsjers behoorlijk kunnen fluctueren. “In het verleden zijn de Helheim- en Kangerlussuag-gletsjer (nr. 3 op het lijstje met gletsjers die het meeste ijs in de vorm van ijsbergen kwijtraken, red.) al eens van plek in de ranglijst gewisseld. En op dit moment zien we dat enkele kleinere gletsjers ook van plek wisselen. Dus een vergelijkbaar onderzoek naar meer gletsjers zou zeker uitwijzen dat de hoeveelheid ijs die gletsjers verliezen toe- en afneemt en dat gletsjers daarbij in de ranglijst van plek wisselen met de gletsjer onder of boven hen.”


En zo verandert onze kijk op Groenland doordat we gletsjers individueel en heel frequent gaan monitoren. De grovere data die eerst werd verzameld, schetste een globaal en schijnbaar vrij stabiel beeld van de gletsjers. Maar de werkelijkheid ligt genuanceerder. “Er spelen zeer dynamische, kleinschalige processen,” vertelt Mankoff. En het is belangrijk dat we daar grip op gaan krijgen. “Het begrijpen van de processen is van groot belang als we het aantal onzekerheden willen minimaliseren en betrouwbare toekomstscenario’s willen schetsen voor de ijskap.”