Wetenschappers lieten apen en mensen naar Clint Eastwoods ‘The Good, The Bad and The Ugly‘ kijken om meer te weten komen over ons brein.

Dat is te lezen in het blad Nature Methods. Terwijl de mensen en resusapen naar de film keken, werd de hersenactiviteit bestudeerd.

Methode
Het is een bijzondere methode om meer te weten te komen over ons brein en de totstandkoming ervan, zo legt onderzoeker Wim Vanduffel ons desgevraagd uit. “Het is de eerste keer dat men geen anatomische voorkennis hoefde te gebruiken om de functionele eigenschappen van diersoorten te vergelijken.” Wanneer wetenschappers in het verleden de hersenen van mensen en apen wilden vergelijken deden ze altijd een beroep op modellen. Bij deze modellen was enige anatomische kennis van groot belang. “Men weet dat bijvoorbeeld bij mensen gebied X vlak bij gebied Y ligt, dus men veronderstelde dat datzelfde ook gold voor apen (of andere soorten).” Erg betrouwbaar is die aanname niet. “Uiteraard kunnen bepaalde functies verschoven zijn naar andere (bestaande of evolutionair nieuwe) gebieden of functies kunnen verloren zijn gegaan of erbij gekomen zijn.” Die ontwikkelingen konden de modellen dus niet blootleggen. De methode die Vanduffel en zijn collega’s nu hebben gebruikt, kan dat wel.

The Good, The Bad, The Ugly

Waarom nu deze spaghettiwestern? We vroegen het Vanduffel. “Simpelweg omdat exact dezelfde film in 2004 gebruikt werd om naar een vergelijkbare synchronisiteit van hersensignalen tussen verschillende menselijke individuen (dus binnen één soort) te kijken. Dus we wisten vooraf wat we konden verwachten voor de groep menselijke vrijwilligers in onze studie. Onze resultaten bevestigen die van 2004. De vergelijking tussen twee soorten is uiteraard wel nieuw.” Ook de keuze voor een film is een hele bewuste. “Het voordeel van een film is dat een groot stuk van de hersenschors geactiveerd is en dat je dus een groot stuk van die hersenschors (van mens en aap) kunt vergelijken. Natuurlijk zijn we ons er wel van bewust dat mensen en apen niet op dezelfde manier naar een film kijken. Wij begrijpen de plot, de taal, we kunnen associaties maken tussen hetgeen getoond word en wat nog gaat komen en apen kunnen dat uiteraard niet. Het is daarom belangrijk om te benadrukken dat dit een methode-paper is: het is dus maar een eerste stap!”

Nieuw
En dat leverde dus nieuwe informatie op. “Op sommige plaatsen zijn er afwijkingen gevonden die op basis van onze anatomische en functionele voorkennis echt niet voorspeld hadden kunnen worden,” vertelt Vanduffel. Zo reageerde sommige delen van het brein van apen sterk op bepaalde delen van de film, maar vertoonden die delen van het menselijk brein geen extra activiteit. Blijkbaar zijn die delen – ook al bevinden ze zich op dezelfde plek en lijken ze heel sterk op elkaar – qua functionaliteit toch veranderd. “De resultaten van dit paper tonen aan dat men niet per definitie kan aannemen dat gebied A bij de mens noodzakelijkerwijze overeenkomt met gebied A dat bij de aap ongeveer op een vergelijkbare plaats ligt.” Wanneer er onderzoek met proefdieren wordt gedaan, moeten wetenschappers dus voorzichtig zijn met het trekken van conclusies. Soms lijken delen van ons brein wel op delen in het brein van dieren, maar functioneren ze heel anders.

Belangrijk
Vanduffel benadrukt dan ook belangrijk dit onderzoek is. Met deze methode kunnen echte verschillen tussen het brein van apen en mensen worden opgespoord. En daarmee krijgen we een beter beeld van de evolutie van ons brein. “De techniek kan aanwijzingen geven over gebieden die gemeenschappelijke functies hebben in beide soorten, die gedeeltelijke gemeenschappelijke functies hebben en gebieden die mogelijk totaal nieuw zijn bij de mens en waarvoor er dus nog geen tegenhanger is bij de aap en waar mogelijk mens-specifieke cognitieve processen plaatsvinden.” Door de evolutionaire veranderingen in het brein te begrijpen, krijgen we hopelijk ook een beter beeld van hoe onze hersenen precies werken.

Maar in hun paper beschrijven de onderzoekers alleen nog maar de techniek. Echte experimenten moeten nog plaatsvinden. En het onderzoek zal heus niet gemakkelijk zijn. Maar Vanduffel en zijn collega’s zetten door. “We proberen bijvoorbeeld de mens-specifieke hersengebieden te vinden. De eerste onderzoeksgegevens zijn veelbelovend.”