spin

De poten van de spin doen dienst als zeilen en de zijde functioneert als een heus anker, hebben onderzoekers ontdekt.

Veel spinnensoorten zijn in staat om te vliegen. Hierbij vangen ze met hun zijde de wind, waarna ze vervolgens het luchtruim kiezen. Spinnen kunnen op deze wijze – als de wind meewerkt – wel dertig kilometer per dag afleggen. Handig! Maar er is √©√©n nadeel: de spinnen hebben weinig controle over hun landingsplaats. Als het meezit, komen ze neer op land, maar het kan ook zomaar zijn dat ze in het water plonzen. Het zette Darwin al aan het denken. “Aangezien spinnen op het land leven en geen controle hebben over waar ze landen als ze door de lucht vliegen, hoe kan de evolutie dan toestaan dat dit risicovolle gedrag gehandhaafd wordt?” legt onderzoeker Morito Hayashi de bezwaren van Darwin uit.

Niet zo risicovol
Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat het gedrag van de spinnen niet zo risicovol is als gedacht. “We hebben ontdekt dat spinnen een houding aannemen die ze in staat stelt om de windrichting te gebruiken en zo hun reis op het water te bepalen. Ze laten zijde op het water vallen en stoppen op het wateroppervlak wanneer zij dat willen.”

WIST JE DAT…
…er recent een spin ontdekt is die de flikflak doet?

Hijs de zeilen!
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze 325 volwassen spinnen – die tot 21 verschillende soorten behoorden – verzamelden en toekeken hoe zij op water landden. De spinnen bleken boven water zijde te laten vallen om tot stilstand te komen: de zijde deed dienst als een soort anker dat zich aan drijvende objecten of de kust vastklemde (zie foto). Bovendien bleken de spinnen uitstekende zeilers te zijn en hun poten als zeilen te gebruiken.

“De spin kan van de ene landmassa naar de andere reizen en mogelijk enorme afstanden door de lucht afleggen,” stelt onderzoeker Sara Goodacre. “Als landen op water geen probleem is, dan kan de spin in een week of twee een heel eind verwijderd zijn van de plek waar deze vertrok.”