Het is één van de snelst opwarmende gebieden op aarde. En de hogere temperaturen laten al jaren hun sporen na.

In de Noordelijke IJszee, zo’n 565 kilometer ten noorden van Noorwegen ligt de archipel Svalbard, bestaande uit 83 eilanden waaronder het hoofdeiland Spitsbergen en de oostelijke eilanden Edgeøya en Barentsøya. Wie zijn blik over het koude, kale en met sneeuw en ijs bedekte landschap laat glijden, kan niet anders dan onder de indruk zijn. “Het is indrukwekkend mooi,” zo bevestigt Wim Hoek, kwartairgeoloog aan de Universiteit Utrecht. Hoek weet waar hij het over heeft; in 2015 nam hij deel aan de Nederlandse SEES-expeditie die rondom het hoofdeiland – Spitsbergen – naar het oostelijk gelegen eiland Edgeøya leidde. “De natuur is er ongerept. Het is puur. En schoon.”

Enorme opwarming
Het vrijwel ongerepte karakter van Spitsbergen zou bijna doen vermoeden dat alles hier altijd zo geweest is. Maar wie de eilandengroep jaar na jaar bezoekt, weet wel beter. In de afgelopen decennia is Spitsbergen rap opgewarmd. Inmiddels ligt de gemiddelde temperatuur ‘s winters zo’n 7 graden(!) hoger dan in 1971. Het betekent heel concreet dat Spitsbergen in de afgelopen vijf decennia zo’n twee wintermaanden is kwijtgeraakt. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur is in dezelfde periode zo’n 4 graden Celsius gestegen. Ter vergelijking: de gemiddelde wereldwijde temperatuur is sinds 1971 ‘slechts’ met 0,87 graden Celsius toegenomen.


Zee-ijs
Dat Spitsbergen zo sterk en zo snel opwarmt, is grotendeels te herleiden naar het afsmelten van het omringende zee-ijs. “Wanneer zonlicht op het ijs valt, wordt een groot deel van het licht – en dus ook de warmte – weerkaatst,” legt Hoek uit. “Maar als dat ijs verdwijnt, stuit het zonlicht op een donker waterlichaam dat veel meer licht en warmte absorbeert.” Dat het zee-ijs het veld ruimt, heeft twee redenen. Het wordt van bovenaf aangetast doordat de luchttemperatuur – als een gevolg van de wereldwijde opwarming – stijgt. Tegelijkertijd wordt het van onderaf aangetast doordat ook de oceaan die zich onder het zee-ijs verbergt, warmer wordt.

Veranderingen
De sterke temperatuurstijging leidt op Spitsbergen reeds tot zichtbare veranderingen, zo vertelt Geir Wing Gabrielsen, verbonden aan het Noorse poolinstituut, aan Scientias.nl. “Na 38 zomers in Kongsfjorden op Spitsbergen te hebben gewerkt, hebben met name de afname van het zee-ijs in de fjorden aan de westkust van Spitsbergen en de dramatische afname van veel gletsjers in Kongsfjorden een diepe indruk op me gemaakt.” Ook Hoek is – ondanks dat hij Spitsbergen tot op heden maar één keer bezocht heeft – op behoorlijke veranderingen gestuit. “Tijdens de SEES-expeditie hebben wij met een holle boor sedimenten uit de bodem van twee meertjes op Barentsøya en Edgeøya gehaald. De afzettingen die we zo boven haalden, vormen als het ware het archief van die meertjes en de omgeving eromheen.” Hoek en collega’s – waaronder hoofdauteur van het onderzoek, Lineke Woelders – boorden tot een diepte van zo’n 90 centimeter en haalden zo ‘het archief’ van de afgelopen 3500 tot 4000 jaar boven. De eerste resultaten van het onderzoek – gebaseerd op een analyse van de bovenste laag modder, afgezet in de laatste 100 jaar – werden in 2018 gepubliceerd en zijn volgens Hoek “onthutsend”. “We hebben onze afzettingen verzameld in meertjes die slechts een paar meter boven de zeespiegel liggen en aan het begin van de zomer ijsvrij worden,” legt Hoek uit. “Wij waren er eind augustus, dus toen waren ze ijsvrij. Maar eind september bevriezen ze alweer.” Het betekent dat het groeiseizoen kort is. “Alleen als het meer ijsvrij is, kunnen algen, planten, mossen en kiezelwieren groeien en bloeien.” De door Hoek, Woelders en collega’s verzamelde afzettingen getuigen van het jaarlijks opbloeien van het leven in het meer, middels de hoeveelheid organisch materiaal die ze herbergen. “En wat wij in de bovenste laag modder zagen, was een enorme toename van het organische materiaal: bijna een verdubbeling ten opzichte van de basis.” Het wees op meer biologische activiteit en een langer groeiseizoen in de meren. In een poging die toename in organisch materiaal te verklaren, werkten Hoek, Woelders en collega’s samen met onderzoeker Jan Lenaerts die onder meer met behulp van satellietbeelden onderzoek doet naar de zee-ijsbedekking rondom Spitsbergen. “We zagen dat er een één op één relatie is tussen de toename van het organisch materiaal in de afzettingen en het verdwijnen van het zee-ijs,” vertelt Hoek. “Door de hogere temperaturen zien we een sterke afname van het zee-ijs in voornamelijk het voor- en najaar,” legt Lenaerts in een persbericht van de Universiteit Utrecht uit. “Dit proces versterkt zichzelf doordat wanneer het ijs is afgesmolten, het open water extra warmte kan opnemen, en de temperatuur verder stijgt. Datzelfde effect zien we op kleine schaal terug in het meer, met als gevolg dat dat het groeiseizoen een heel stuk langer is geworden.”

Keechy Akkerman en Lineke Woelders verzamelen monsters op een meer op Spitsbergen. Afbeelding: Wim Hoek.

“Als je dieper in de boorkernen gaat kijken, zie je ook wel fluctuaties in de hoeveelheid organisch materiaal,” vertelt Hoek. “Maar die zijn veel kleiner. We hebben het dan over toenames van tussen 15 of 20 procent of in wat extremere gevallen misschien 25%. Maar sinds 1985 is de hoeveelheid organisch materiaal meer dan verdubbeld. Dat is in dit meer nog nooit voorgekomen. Zelfs het Middeleeuws klimaatoptimum (een significant warmere periode tussen 950 en 1250, red.) resulteert slechts in een toename van het organische materiaal van 25%. Dat is een flink verschil met wat we in de laatste 100 jaar zien. Hier gebeurt momenteel echt iets. En dat is puur te herleiden naar de temperatuurstijging die het gebied doormaakt.”


IJsberen
Onder meer algen profiteren dus van de hogere temperaturen en een langer groeiseizoen. Maar er zijn lang niet alleen maar winnaars. De hogere temperaturen maken het leven van veel organismen veel lastiger, zo weet Gabrielsen. “Met name de soorten die sterk afhankelijk zijn van zee-ijs worden hard geraakt door klimaatverandering. Denk aan ringelrobben, baardrobben, ijsberen en ivoormeeuwen.” Ook zijn er zorgen om de narwal – een soort die zeer gevoelig is voor verstoring van het leefgebied. Daarnaast lijken ook rendieren het kind van de rekening te zijn. Deze zomer nog werden er 200 dode rendieren aangetroffen op Spitsbergen. Het is te herleiden naar de mildere winters waarin er regen in plaats van sneeuw valt. Het water vormt een harde ijskorst op de grond. En waar rendieren sneeuw gemakkelijk opzij kunnen schuiven om de voor hen zo smakelijke vegetatie te kunnen bereiken, lukt het ze niet om door die ijskorst heen te breken, waardoor ze verhongeren.

Een baardrob rust op zee-ijs rondom Spitsbergen. Afbeelding: Smudge 9000 (via Wikimedia Commons).

Lawines
De mildere winters zijn overigens niet alleen een probleem voor dieren, maar ook voor de mensen die op Spitsbergen wonen. Een dikke laag ijzel maakt wegen soms onbegaanbaar. Daarnaast leiden de grotere schommelingen in temperatuur ertoe dat de sneeuw die op bergen en heuvels rust, herhaaldelijk bevriest en (deels) ontdooit, waardoor het gemakkelijker gaat glijden. “Het resulteert in meer lawines die weer resulteren in grote schade aan de infrastructuur,” aldus Gabrielsen.

Toekomst
Het feit dat Gabrielsen – en met hem vele anderen op Spitsbergen – de archipel in zo’n snel tempo voor zijn ogen ziet veranderen, is veelzeggend. En vooralsnog wijst niets erop dat het tij op korte termijn gekeerd gaat worden. Een recent klimaatrapport, in opdracht van het Noorse Miljødirektoratet geschreven door wetenschappers verbonden aan twaalf onderzoeksinstituten, schetst een weinig rooskleurig beeld voor de toekomst van Spitsbergen. Als de uitstoot van de broeikasgassen niet wordt beperkt, zal de jaarlijkse gemiddelde temperatuur op Spitsbergen in 2100 7 tot 10 graden hoger liggen. “Dat zou desastreus zijn voor alles wat op Spitsbergen leeft,” stelt Hoek. Gabrielsen onderschrijft dat. “Spitsbergen wordt reeds beïnvloed door klimaatverandering en de veranderingen vinden snel plaats. De vraag is nu hoe het ecosysteem zich hieraan gaat aanpassen. Zowel de voedselecologie als de voedselketen en de plekken waar de dieren zich nu voortplanten, zullen veranderen. Het ecosysteem zal winnaars en verliezers kennen. En de veranderingen op het gebied van permafrost, neerslag, zee-ijs, sneeuw en gletsjers zullen ook de inwoners van Spitsbergen beïnvloeden.”

“De veranderingen treden met grote snelheid op”

Het moge duidelijk zijn: op Spitsbergen kun je niet om klimaatverandering heen. En dan kun je je verbazen over het feit dat sommige mensen er nog steeds van overtuigd zijn dat klimaatverandering een begrip is dat in het rijk der fabelen thuishoort. “Mensen vragen wel eens: ‘waar maak je je druk om’?” vertelt Hoek. “‘In een ver verleden is de planeet toch ook al eens ijsvrij geweest?’ Dat is wel zo, maar toen hadden wij er de hand niet in en er geen last van, omdat we er nog niet waren.” Dat is nu radicaal anders. “En daar mag je je best zorgen over maken.”

Wetenschappers houden de situatie op Spitsbergen nauwlettend in de gaten. En ook Nederlandse onderzoekers zijn volgend jaar weer in de archipel te vinden; in 2020 vindt een tweede SEES-expeditie plaats en ook Hoek hoopt er weer bij te zijn. “En dan verwacht ik echt veranderingen te zien ten opzichte van 2015.” Want zo hard gaat het momenteel; de SEES-expeditie van 2020 voert naar een archipel die grofweg 1,5 graad warmer is dan in 2015 het geval was. “Waar het heengaat, weet ik niet. Maar het gaat wel erg snel nu,” concludeert Hoek.