rif

Koraalriffen zijn oasen in een grote oceaan, die verder grotendeels leeg is. Hoe is het mogelijk dat er op het koraalrif zoveel organismen leven, terwijl een paar meter verderop de oceaan wel een woestijn lijkt? Darwin vroeg zich dit 171 jaar geleden ook al af. Later werd dit raadsel ‘Darwins Paradox’ genoemd. Wetenschappers uit Nederland hebben nu het antwoord gevonden!

Tropische zeeën zijn over het algemeen voedselarm. Hoe kan het dat er zoveel organismen op een koraalrif kunnen leven, terwijl er zo weinig voedsel beschikbaar is? Het antwoord is: sponzenpoep! Sponzen kunnen het water heel goed filteren, waarbij ze bacteriën, eencellige algen en zelfs virussen eten. Het grootste deel van hun dieet bestaat echter uit organische stoffen, zoals suikers die zijn opgelost in het zeewater. Deze opgeloste organische stoffen zijn de belangrijkste bron van voedsel op de koraalriffen: ze worden geproduceerd door de koralen en algen op het rif. Deze voedselbron is echter niet beschikbaar voor de meeste andere bewoners van het koraalrif en dreigt daarom weg te lekken naar de omliggende tropische zee-woestijn.

Spons
Jasper de Goeij van de Universiteit van Amsterdam en Dick van Oevelen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee hebben samen met een aantal collega’s onderzoek gedaan aan het koraalrif bij Curaçao. Daar ontdekten ze dat de binnenkant van het koraalrif – een soort grotten – bedekt is met een dun laagje spons. Omdat deze binnenkant van de koraalgrotten heel sterk geplooid is, is het toch een groot oppervlak. Al deze sponzen bij elkaar blijken in staat om de opgeloste suikers uit het zeewater te filteren. Ondanks al dit voedsel, groeiden de sponzen niet. Wat gebeurde er dan wel?

Close-up van de spons Halisarca caerulea met uitstroomopening voor het gefilterde water (stervormig). De sponzenpoep (detritus) is zichtbaar als lichtbruine vlokjes op het oppervlak van de spons. © Jasper de Goeij.

Close-up van de spons Halisarca caerulea met uitstroomopening voor het gefilterde water (stervormig). De sponzenpoep (detritus) is zichtbaar als lichtbruine vlokjes op het oppervlak van de spons. © Jasper de Goeij.

Sponzenpoep
Het bleek dat de sponzen enorm veel nieuwe cellen produceerden. Maar als ze niet groeien, waar bleven die cellen dan? Uiteindelijk bleek dat ze hun cellen heel snel vernieuwen en de oude cellen als dood organisch materiaal uitpoepten. En die sponzenpoep, dat is een lekker maaltje voor krabbetjes, wormen en slakjes. En die worden op hun beurt weer gegeten door grotere dieren, zoals vissen. De Goeij en collega’s toonden hierdoor aan dat sponzen een tot nu toe onbekende en onmisbare schakel zijn in de voedselkringloop van koraalriffen.

Onopvallend
Hoe kan het dat dat niet veel eerder ontdekt is? De sponzen leven vooral aan de binnenkant van het rif, en vallen dus niet op als u langs het rif zwemt. Bovendien poepen de sponzen ook nog eens vooral ‘s nachts. En wie gaat er nu midden in de nacht in het pikkedonker aan de binnenkant van een koraalrif kijken?!

De Goeij en Van Oevelen wijzen op de belangrijke rol van sponzen in toekomstig onderzoek en in de bescherming van koraalriffen. Deze rol is tot nu onderbelicht gebleven terwijl het voortbestaan van de koraalriffen wereldwijd ernstig wordt bedreigd. Het sponzenonderzoek maakt niet alleen duidelijker hoe het koraalrif werkt, maar ook hoe het ecosysteem productief kan zijn zonder dat er energie verloren gaat. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van duurzame vormen van aquacultuur en het opzetten van zeeboerderijen.

Nienke Bloksma is wetenschapsvoorlichter bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. Sinds haar jeugd heeft ze een passie voor de natuur en het milieu, met een speciale voorkeur voor het Waddengebied en de zeeën. Na een studie Biologie en Geografie heeft ze voor de milieucommunicatie gekozen.