Wetenschappers hebben verf ontwikkeld die zeker duizend jaar mee kan. Het geheim? De Maya’s! Het volk gebruikte honderden jaren geleden al felblauw pigment en dat heeft de tand der tijds goed doorstaan. De onderzoekers achterhaalden de formule en herhalen het kunstje van de Maya’s nu.

“Dit pigment is eeuwenlang in de gevaarlijke omstandigheden van de jungle bewaard gebleven,” vertelt onderzoeker Eric Dooryhee. “Wij proberen dat na te doen en zo nieuwe materialen te maken.” Jarenlang bestudeerden Dooryhee en zijn collega’s de verf van de Maya’s. Uiteindelijk slaagden ze er met behulp van röntgenstraling in om de structuur van de verf te achterhalen.

Sterk
De meeste organische soorten verf gaan na enige tijd verloren, maar het helderblauwe pigment van de Maya’s is sterk. Niet alleen doorstond het eeuwenlang regen, hitte en licht, ook de zuren die onderzoekers er in laboratoria opgooiden, konden geen schade berokkenen.

Moleculen
Hoe kan dat? De Maya’s maakten wierook van hars en verbrandden dat. De hitte daarvan gebruikten ze om een mengsel van indigoplanten en klei – palygorskiet – te verwarmen. Uit de röntgenbeelden blijkt dat de moleculen van de indigo tijdens het verhitten in de klei kropen en zo alle kleine gaatjes opvulden. Hierdoor kon de kleur niet verdwijnen. De klei beschermt vervolgens de indigo tegen bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden.

Zeoliet
Dooryhee wilde het kunstje van de Maya’s natuurlijk dolgraag herhalen. Maar dan wel op een manier dat wij daar tegenwoordig iets aan hebben. Hij combineerde indigo met de poreuze stof zeoliet. Zeoliet wordt tegenwoordig veel gebruik voor het maken van bijvoorbeeld cement. Door deze stoffen te combineren ontstond een nieuw soort, eeuwige verf. Volgens Dooryhee is deze verf zeer geschikt voor het restaureren van schilderijen. De verf zou ook heel goed kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van gekleurd cement.

Chaak
De Maya’s ontwikkelden de verf zo’n 1700 jaar geleden. In 1931 werd het pigment voor het eerst door archeologen ontdekt. De Maya’s gebruikten de kleuren niet alleen voor hun kunstwerken, maar zouden ook hun offers van een kleurtje voorzien hebben. Voorwerpen, maar ook mensenoffers werden blauw geverfd alvorens deze in een diepe natuurlijk bron werden gegooid. In deze bron woonde volgens de Maya’s de regengod Chaak.

De stoffen die de Maya’s in de verf stopten, werden door het volk als helend beschouwd. Het is dan ook logisch dat zij juist de offers voor de regengod van deze ‘helende’ verf voorzagen: de god van de regen was met zijn buien in staat om ook het land te helen.