baby

Twee eiwitten in de longen van de foetus zorgen ervoor dat de bevalling begint, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

De ene vrouw bevalt netjes op de uitgerekende datum. De ander twee weken eerder, terwijl de ander na de uitgerekende datum nog twee weken geduld moet hebben. Wanneer de bevalling begint, is doorgaans lastig te voorspellen. Eerdere onderzoeken suggereerden al wel dat niet de moeder, maar de foetus uiteindelijk ‘bepaalt’ wanneer de bevalling start. Maar hoe de foetus dat dan precies deed? Dat bleef onduidelijk. Tot nu.

Eiwitten
Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat twee eiwitten in de longen van de foetus de bevalling doen starten. De eiwitten – SRC-1 en SRC-2 – activeren genen in de longen van de foetus en zorgen er zo voor dat twee stofjes geproduceerd worden. Die stofjes – SP-A en PAF – stellen de baby in staat om eenmaal buiten de baarmoeder adem te halen. Bovendien belanden de stofjes in het vruchtwater en veroorzaken een reactie in de baarmoeder die de bevalling in gang zet.

Muizen
Uit experimenten met muizen blijkt dat een tekort aan SRC-1 en SRC-2 ertoe leidt dat er aanzienlijk minder SP-A en PAF wordt geproduceerd. Daarop bevielen de muizen één tot twee dagen later dan gepland, dat is vergelijkbaar met een menselijke bevalling die drie tot vier weken later dan gepland op gang komt. Wanneer onderzoekers de muizen met een tekort aan SP-A en PAF de stofjes toedienden, bevielen de muizen wel op tijd.

Het onderzoek wijst er dan ook op dat de stofjes een belangrijke rol spelen bij het op gang brengen van de bevalling. Onderzoekers hopen dat de bevindingen gebruikt kunnen worden om vroeggeboortes in de toekomst te voorkomen.