Een stofje dat op Paaseiland werd ontdekt, blijkt ervoor te zorgen dat jonge muizen beter kunnen leren. En het voorkomt dat het brein van oude muizen aftakelt. Ook maakt het muizen minder angstig en minder depressief.

Het draait allemaal om het stofje Sirolimus, ook wel bekend als rapamycin. Het stofje werd op Paaseiland ontdekt en is een bacterieel product. Het stofje wordt reeds in de medische wereld gebruikt en wel als medicijn dat moet voorkomen dat getransplanteerde organen worden afgestoten.

Experiment
Wetenschappers van The University of Texas Health Science Center waren benieuwd of het stofje nog meer bijwerkingen had. En dus verzamelden ze muizen en zetten ze op een dieet met daarin rapamycin. Zowel onder jonge als oude muizen maakte het stofje een groot verschil. “We zorgden er (middels rapamycin, red.) voor dat de jonge muizen dingen beter leerden en dingen die ze geleerd hadden, beter onthielden dan normaal,” vertelt onderzoeker Veronica Galvan. En ook onder oude muizen had het stofje effect. “De oude muizen die een dieet met daarin rapamycin kregen, lieten een verbetering zien en niet de normale achteruitgang die je naarmate ze ouder werden, verwacht.”

WIST U DAT…

…een gevecht van 60 seconden het geheugen al beschadigt?

Angst
Ook bleken de muizen dankzij rapamycin minder last te hebben van depressieve gevoelens en angst. Dat blijkt eveneens uit experimenten. De onderzoekers lieten de muizen door een doolhof dwalen dat plotseling uitkwam op een grote lege vlakte die ook nog eens veel lager lag dan de rest van het doolhof. Best eng voor de dieren. Muizen die rapamycin nuttigden, bleken veel vaker lef genoeg te hebben om de open vlakte te verkennen. De mate van depressie werd ook middels een experiment vastgesteld. De onderzoekers hielden de muizen bij de staart vast en keken wat de dieren deden. De muizen die zich fel verzetten, waren minder depressief dan de muizen die zich er al snel bij neerlegden. Muizen die rapamycin tot zich namen, verzetten zich vaker. “We ontdekten dat rapamycin zich net zo gedraagt als een antidepressivum: het vergroot de periode waarin muizen zich uit de situatie proberen te redden. Ze geven niet op, ze worstelen meer.”

Neurotransmitters
Ook hadden de muizen die rapamycin toegediend kregen, meer serotonine, dopamine en norephinefrine in hun brein. Dit zijn ‘feel-good-neurotransmitters’: ze geven ons een goed gevoel en zorgen er ook voor dat chemische boodschappen in het brein worden doorgegeven. Uit een eerder onderzoek dat door dezelfde onderzoekers werd uitgevoerd, bleek al dat rapamycin ervoor zorgt dat muizen met een soort van Alzheimer toch nog in staat zijn om te leren en zich dingen te herinneren. Dit onderzoek kan dat mogelijk verklaren: de verhoogde hoeveelheid neurotransmitters kan er wel eens voor zorgen dat het brein beter communiceert en dus meer informatie tot zich kan nemen en kan onthouden.

De onderzoekers zetten hun studie voort en hopen uiteindelijk natuurlijk dat het leidt tot een behandeling waar ook mensen bij gebaat zijn. Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Neuroscience.