Halverwege de vorige eeuw voerde de VS boven de eilandengroep talloze kernproeven uit. En dat heeft nog altijd gevolgen, zo toont een nieuw onderzoek aan.

In meerdere papers – allen verschenen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences – doen wetenschappers uit de doeken hoe het er nu voor staat op de Marshalleilanden. Ze keken daarbij onder meer naar het stralingsniveau op de noordelijke Marshalleilanden, waar de Amerikanen jaren op rij tientallen kernproeven uitvoerden. (zie kader).

Afbeelding: via Wikimedia Commons.

De Marshalleilanden zijn een behoorlijke eilandengroep in de Stille Oceaan. Tussen 1946 en 1958 voerden de Verenigde Staten boven de atollen Bikini en Enewetak 67 kernproeven uit. Voorafgaand aan deze kernproeven werd de bevolking van beide eilanden geëvacueerd. De oorspronkelijke bewoners van Bikini keerden enkele jaren na de kernproeven weer terug, om al snel weer te vertrekken, omdat bleek dat het stralingsniveau er veel te hoog lag en het te gevaarlijk was om langdurig op het atol te vertoeven. Ook Enewetak was jarenlang verboden terrein. En ook de omringende eilanden kwamen niet ongeschonden uit de strijd. Zo ligt het stralingsniveau op de nabijgelegen atollen Rongelap en Utirik ook bijzonder hoog.

De onderzoekers maten onder meer de gammastraling op negen eilanden, die onderdeel zijn van vier verschillende atollen, gelegen in het noordelijke deel van de eilandengroep. Namelijk: Enjebi, Ikuren en Japtan (onderdeel van het atol Enewetak), Bikini en Enyu (onderdeel van het atol Bikin) en Naen (onderdeel van het atol Rongelap) en Aon, Elluk en Utirik (onderdeel van het ataol Utirik). “Gammastraling is een soort licht,” legt onderzoeker Ivana Nikolić-Hughes uit aan Scientias.nl. “Net als radiogolven, microgolven, infrarode straling, zichtbaar licht, UV- en röntgenstraling. Radiogolven, microgolven en infrarode straling herbergen minder energie dan zichtbaar licht en UV-straling en gammastraling herbergen meer energie dan zichtbaar licht. Sterker nog: gammastraling is de meest energetische straling en kan biologische weefsels beschadigen. Net zoals je niet te veel wilt worden blootgesteld aan röntgenstraling, wil je ook niet te veel worden blootgesteld aan gammastraling. Gammastraling kan celbeschadigingen, waaronder DNA-mutaties, veroorzaken en zelfs lage hoeveelheden gammastraling kunnen de kans op kanker en genetische mutaties vergroten.” Het nieuwe onderzoek van Nikolić-Hughes en collega’s wijst uit dat men op veel eilanden aan veel meer gammastraling wordt blootgesteld dan goed is. Zo maten onderzoekers op het eiland Bikini een gemiddelde achtergrondstraling van 190 mrem/y. Daarmee ligt het stralingsniveau hier bijna twee keer hoger dan wat de overheden van de VS en de Marshalleilanden acceptabel achten na proeven met kernwapens.


Radioactieve isotopen
De onderzoekers bestudeerden op de eerder genoemde negen eilanden ook de grond en keken daarbij met name naar de concentratie radioactieve isotopen, zoals americium-241 en plutonium-238, -239 en -240. Het onderzoek wijst onder meer uit dat de concentraties plutonium-239 en -240 op Bikini tot wel 1000 keer hoger lagen dan in monsters verzameld nabij Tsjernobyl en Fukushima. “De stralingsniveaus op het eiland Bikini – het eiland dat van alle eilanden in het atol Bikini voor en na de kernproeven het meest dichtbevolkt was – te hoog ligt om mensen terug te sturen naar Bikini,” zo schrijven de onderzoekers. Ze benadrukken dat er daarbij nog niet eens rekening is gehouden met de straling waar mensen door het nuttigen van voedsel dat op dit eiland verbouwd is, aan worden blootgesteld.

Cesium-137
In een tweede onderzoek gingen de wetenschappers na hoe sterk fruit op de noordelijke Marshalleilanden besmet was met het radioactieve isotoop cesium-137. “Wanneer cesium-137 aanwezig is in de grond, nemen planten het op en verwerken het bijvoorbeeld in hun vruchten,” legt Nikolić-Hughes uit. “En cesium-137 brengt – als je het binnenkrijgt – gammastraling voort die de cellen in het lichaam kan beschadigen.” Met name op de atollen Bikini en Rongelap bleken vruchten meer cesium-137 te bevatten dan acceptabel wordt geacht. In sommige gevallen lagen de waarden zelfs hoger dan die in februari 2018 – dus zeven jaar na de kernramp – in Fukushima werden gemeten en hoger dan de waarden die tussen 2011 en 2015 in gebieden nabij Tsjernobyl werden gemeten. Het goede nieuws is dat men op de atollen Utirik en Enewetak geen aanwijzingen kon vinden voor besmetting van het fruit met cesium-137. “Beide atollen zijn bewoond, dus een gebrek aan besmetting met cesium-137 is een geruststelling voor de mensen die hier wonen,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. “Maar we hebben geen uitgebreid onderzoek gedaan op de meest noordelijke eilanden van deze atollen. En we verwachten daar – met name in het geval van Enewetak, omdat daar de meeste kernproeven zijn uitgevoerd – dat er in sterkere mate sprake is van besmetting met cesium-137.” De onderzoekers baseren die veronderstelling op de gammastraling die eerder op Enjebi – een noordelijk eilandje in het atol Enewetak – is gemeten. “Het stralingsniveau ligt daar meetbaar hoger dan in Majuro (een zuidelijker gelegen atol, red.) en op de zuidelijke eilanden van het atol Enewetak.”

Verschillen
Uit het onderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn tussen de eilandjes waaruit de Marshalleilandengroep is opgebouwd. Dat is op verschillende manieren te verklaren. Zo speelt allereerst de afstand tussen de eilandjes en de plaats waar de kernproeven plaatsvonden een rol. Daarnaast spelen ook schoonmaakwerkzaamheden een rol, legt Nikolić-Hughes desgevraagd uit. “Je ziet bijvoorbeeld heel lage stralingsniveaus op de zuidelijke eilanden van het atol Enewetak, omdat deze tussen 1978 en 1980 grondig zijn schoongemaakt door de Amerikaanse overheid. Andere gebieden in het noordelijke deel van de Marshalleilanden – waaronder het atol Bikini en het eiland Rongelap zijn ook enigszins gereinigd.” Verder speelt ook het landschap een rol. Op het ene eiland spoelen radioactieve isotopen gemakkelijker weg dan op het andere.

Wat de nieuwe studies volgens Nikolić-Hughes maar weer eens duidelijk laten zien, is dat de Amerikanen de impact van hun kernproeven zwaar onderschat hebben. “Wat we mede hopen te bewerkstelligen met dit onderzoek is dat mensen zich bewust worden van het gevaar van atoomwapens en er gewerkt wordt aan het beperken van de nucleaire wapenarsenalen en uiteindelijk zelfs complete ontwapening.” Daarnaast heeft het onderzoek natuurlijk voornamelijk implicaties voor de mensen die in de Marshalleilanden wonen. Hun aantallen zijn sinds de jaren zestig snel gegroeid. De meeste mensen leven op slechts twee dichtbevolkte eilanden en dit onderzoek toont aan dat het er voorlopig nog niet op lijkt dat ze zich weer kunnen gaan verspreiden over de eilandengroep. Met name op de noordelijke eilanden is het simpelweg nog veel te gevaarlijk om langdurig te kunnen vertoeven. “Afgaand op onze resultaten concluderen we dat een veilige terugkeer naar de atollen Bikini en Rongelap pas mogelijk is na verdere milieusanering,” zo schrijven de onderzoekers. Een hele klus, maar zeker niet onmogelijk, zo benadrukt Nikolić-Hughes. “Wij geloven dat het mogelijk is om deze eilanden schoon te maken en ze weer in de oude staat – dus voor de kernproeven plaatsvonden – te herstellen.” Ze baseert die uitspraak onder meer op wat er recent in Japan, waar in 2011 een kernramp plaatsvond, allemaal is bewerkstelligd. “Japan heeft geweldig werk verricht en de gebieden rond Fukushima schoongemaakt. Het kan echt.”