Voor het eerst is bewijs gevonden dat de schokgolf van een supernova ervoor kan zorgen dat een supernova extreem helder lijkt.

Begin oktober 2010 ontstond er in het sterrenstelsel UGC 5189A een supernova. Een maandje later ontdekten astronomen de supernova SN 2010jl. In december 2010 en oktober 2011 gebruikten ze de Chandra-telescoop om de supernova te bestuderen.

SN 2010jl

Supernova SN 2010jl bevindt zich in een sterrenstelsel dat zo’n 160 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd is. De supernova is op de foto hierboven goed te zien: het is de heldere vlek bovenaan. De paarse kleuren op de foto laten de röntgenstraling zien.

Röntgenstraling
Uit de waarnemingen die Chandra in december 2010 deed, bleek dat de röntgenstraling van de supernova grotendeels geabsorbeerd werd door het gas eromheen. Dat gas had de ster nog voor deze een supernova werd weggeblazen. In oktober 2011 bleek er al veel minder röntenstraling te worden geabsorbeerd. Dat wijst erop dat de schokgolf die de supernova veroorzaakt had door het gas heen was gebroken. Het omringende gas bleek bovendien heel warm te zijn en dat wijst erop dat het door de schokgolf is verwarmd.

Helder
SN 2010jl was in zichtbaar licht veel helderder dan een doorsnee supernova. En de waarnemingen van Chandra kunnen dat mogelijk verklaren. De schokgolf die door het exploderen van de ster ontstaat, dringt zich in het materiaal er rond heen. Dat materiaal wordt verwarmd en geïoniseerd en gaat dan net als de supernova röntgenstraling afgeven. Daardoor lijkt de supernova veel helderder. In werkelijkheid ontleent deze een deel van zijn helderheid dus aan het omringende materiaal.

Wetenschappers voorspelden eerder al dat dit kon verklaren waarom de ene supernova veel energierijker was dan de andere. Maar het is voor het eerst dat daar ook direct bewijs voor wordt gevonden.