ic 443

We weten al zo’n honderd jaar dat het bestaat: kosmische straling. Maar waar het precies door veroorzaakt wordt, was een raadsel. Tot nu: supernovarestanten blijken verantwoordelijk voor kosmische straling.

Dat blijkt uit observaties van NASA’s ruimtetelescoop Fermi. “Nu hebben we overtuigend bewijs dat supernovarestanten – al lange tijd de hoofdverdachten – ervoor zorgen dat kosmische straling ongelofelijke snelheden bereikt.”

Protonen
Kosmische straling bestaat uit deeltjes kleiner dan atomen die zich bijna met de snelheid van het licht door de ruimte bewegen. Zo’n negentig procent van deze deeltjes zijn protonen. De overige tien procent bestaat uit elektronen en atoomkernen. Wanneer de elektrisch geladen deeltjes door de ruimte bewegen, worden ze voortdurend bijgestuurd door magnetische velden. Daardoor is het heel lastig om de bron van de straling te achterhalen.

Supernovarestant W44. In magenta de gammastraling ide ontstaat wanneer gas met kosmische straling gebombardeerd wordt. Foto: NASA/DOE/Fermi LAT Collaboration, NRAO/AUI, JPL-Caltech, ROSAT.

Supernovarestant W44. In magenta de gammastraling ide ontstaat wanneer gas met kosmische straling gebombardeerd wordt. Foto: NASA / DOE / Fermi LAT Collaboration / NRAO / AUI / JPL-Caltech / ROSAT.

Supernovarestanten
En toch is het Fermi nu dus gelukt om vast te stellen waar de kosmische straling precies vandaan komt. Fermi bestudeerde daarvoor twee supernovarestanten: IC 443 (zie de foto bovenaan dit artikel) en W44 (zie de foto boven deze alinea). Uit het onderzoek blijkt dat de twee supernovarestanten gammastraling uitzenden. Die gammastraling wordt geproduceerd doordat pionen vervallen. En pionen zijn weer deeltjes die ontstaan wanneer protonen uit kosmische straling in botsing komen met normale protonen. “De ontdekking bewijst dat deze twee supernovarestanten versnelde protonen produceren,” vertelt onderzoeker Stefan Funk.

Fermi mag nu dan sluitend bewijs gevonden hebben dat supernovarestanten kosmische straling produceren: er blijven nog genoeg vragen. “Nu kunnen we aan de slag om beter te begrijpen en te bepalen hoe de supernovarestanten dat doen en of dit proces bij alle supernovarestanten die gammastraling afgeven, voorkomt.”