De tand is tussen de 45.000 en 48.000 jaar oud en stamt daarmee uit de nog altijd vrij mysterieuze nadagen van de Neanderthalers.

In de heuvels nabij het Italiaanse Vicenza hebben onderzoekers een kleine, maar belangrijke vondst gedaan. Ze troffen er een melktandje aan van een Neanderthalerkind dat hier tussen 48.000 en 45.000 jaar geleden leefde. Nog niet eerder zijn in het gebied zulke jonge resten van Neanderthalers aangetroffen en volgens de onderzoekers moet het tandje dan ook aan één van de laatste Italiaanse Neanderthalers hebben toebehoord.

De laatste
“Vandaag de dag spreken we als het gaat om het ‘verdwijnen’ van de Neanderthalers eigenlijk niet meer over hun extinctie, maar over hun genetische assimulatie door de Homo sapiens,” zo vertelt onderzoeker Matteo Romandini aan Scientias.nl. “We weten dat de Homo sapiens ongeveer 45.000 jaar geleden in het zuiden van Italië aankwamen en vervolgens naar het noorden trokken. En het is heel waarschijnlijk dat ze onderweg op enkele van de laatste Neanderthalers op het Italiaanse Schiereiland stuitten.”


De onderzoekers hebben de tand nauwkeurig onderzocht en deze aan de hand van vondsten in de nabijheid gedateerd. Ook is er genetisch onderzoek verricht, waaruit blijkt dat het Neanderthalerkind dat deze melktand kwijtraakte van moeders kant verwant was aan Neanderthalers die in België leefden. Een interessante bevinding, zo meent Romandini. “Dit is nieuwe informatie in het voortdurend evoluerende verhaal over de periode waarin Neanderthalers plaatsmaakten voor de Homo sapiens en geeft nieuwe inzichten in hoe groepen mensachtigen zich bewogen en genen voor en na de ontmoetingen tussen deze twee soorten werden uitgewisseld. En het wordt nog interessanter als je bedenkt dat recent is aangetoond dat er in dezelfde tijd in Bulgarije – op zo’n 1000 kilometer afstand van dit Noord-Italiaanse Neanderthalerkind – moderne mensen leefden.” Het onderschrijft het idee dat moderne mensen op het punt stonden deze Neanderthalers voor het eerst te ontmoeten – met alle gevolgen vandien.

Ondergang
“Dit kleine tandje is extreem belangrijk,” benadrukt onderzoeker Stefano Benazzi nog eens. Het kan op zichzelf niet vertellen hoe de Neanderthalers verdwenen, maar vormt wel een nieuw puzzelstukje en kan dus zeker een bijdrage leveren aan een beter begrip van de ondergang van de Neanderthalers en de opkomst van onze voorouders. En Romandini sluit niet uit dat dit melktandje ons meer te vertellen heeft dan we nu kunnen vermoeden. Zo is tot op heden enkel het mitochondriaal DNA – klein ringvormig DNA dat zich niet in de celkern, maar in de mitochondriën bevindt en via de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven – geanalyseerd. Het DNA in de celkern moet nog onderzocht worden. “En dat zal op zijn tijd misschien nog meer details opleveren.”

Isotopen
En via isotopenonderzoek kunnen we ook nog meer te weten komen over het Neanderthalerkind zelf. “Bijvoorbeeld wat hij of zij at en wat zijn of haar moeder in de periode dat zij het kind aan de borst voedde, at.”


Andere vondsten
Daarnaast kunnen onderzoekers zich ook nog buigen over de talloze vondsten die in de nabijheid van de melktand zijn gedaan. “Er zijn al heel veel objecten, resten van dieren en gereedschappen gevonden en we blijven nieuwe ontdekkingen doen,” vertelt Romandini. Vaststaat inmiddels dat de Neanderthalers hier gedurende lange tijd actief waren en hun gereedschappen onthullen dat ze zich helemaal aan de omgeving en de grondstoffen die deze te bieden had, hadden aangepast.

Ultieme vondst
Hoewel elke nieuwe vondst weer een steentje bijdraagt aan ons beeld van deze laatste Italiaanse Neanderthalers blijven er toch ook heel veel vragen. En Romandini blijft zoeken naar antwoorden, er ondertussen rekening mee houdend dat sommige vragen misschien wel altijd onbeantwoord zullen blijven. “Ik hoop dat we op een dag begrijpen hoe de cultuur van deze Neanderthalers zich verhield tot die van de eerste Homo sapiens die zij tegenkwamen, hoe ze communiceerden, hoe ze informatie uitwisselden.. Maar uiteindelijk zullen we zeker nooit alles over onze naaste neef, de Neanderthaler te weten komen.” Dat weerhoudt Romandini er echter niet van om te blijven dromen van dé ultieme vondst. “Het zou natuurlijk fantastisch zijn als we de complete en onverstoorde resten van beide soorten (Neanderthalers en Homo sapiens, red.) in dezelfde context aantreffen en zo heel gedetailleerd onderzoek kunnen doen naar hun eerste ontmoeting.”

Of er ergens in Noord-Italië resten op ontdekking wachten die daadwerkelijk van deze ontmoeting getuigen, blijft afwachten. Maar Romandini en collega’s blijven onverminderd zoeken naar sporen uit de tijd waarin de wegen van de twee soorten elkaar (bijna) kruisten. Uiteindelijk hopen ze zo helder te krijgen wanneer onze voorouders precies in Zuid-Europa aankwamen, hoe ze zich zo succesvol aan hun nieuwe leefgebied aanpasten en wat er uiteindelijk voor zorgde dat de Neanderthaler voorgoed van het wereldtoneel verdween.