Wetenschappers hebben ontdekt dat het voor ons brein onmogelijk is om tegelijkertijd empathisch en rationeel te zijn. Het verklaart onder meer waarom zelfs de meest intelligente mensen soms zo gemakkelijk op te lichten zijn.

De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze een experiment met 45 studenten uitvoerden. De studenten ondergingen een MRI-scan en terwijl ze gescand werden, kregen ze twintig geschreven en twintig gefilmde problemen te zien waarbij ze de problemen alleen konden oplossen door zich in te beelden hoe anderen zich zouden voelen (empathie). Ook kregen ze twintig geschreven en gefilmpde problemen te zien die ze met behulp van de fysica (rationeel dus) moesten oplossen. Zodra de studenten het probleem hadden gelezen of gezien, kregen ze een gesloten vraag voorgelegd waarop ze binnen zeven seconden met ‘ja’ of ‘nee’ moesten reageren.

Resultaten
Uit het experiment bleek dat sociale problemen het sociale netwerk in het brein activeerden en tegelijkertijd het deel van het brein dat geassocieerd wordt met het analyseren en logisch beredeneren, onderdrukten. Het maakte daarbij niet uit of de vragen geschreven of gefilmd waren. Het experiment wijst erop dat het voor ons brein gewoon onmogelijk is om beide netwerken tegelijkertijd te activeren.

WIST U DAT…

Autisme
De studie kan mogelijk verklaren waarom zelfs de meest analytische mensen zich zo gemakkelijk laten oplichten. Een oplichter activeert met een zielig verhaal het empathische deel van het brein, waardoor het analytische netwerk geen schijn van kans meer heeft. Het onderzoek kan ook implicaties hebben voor mensen met bijvoorbeeld autisme. Mensen met autisme zijn er meestal heel goed in om ruimtelijke problemen op te lossen (waarbij logisch gedacht moet worden), maar minder goed in sociale omstandigheden. Maar ook andere aandoeningen, zoals ADHD, schizofrenie, angsten en depressies, kunnen door onderzoeken als deze in de toekomst wel eens beter behandeld worden. “Behandelingen moeten gericht zijn om een balans tussen de twee netwerken (het logische en sociale netwerk, red.),” vertelt onderzoeker Anthony Jack.

Balans
“Op dit moment richten de meeste behandelingen, maar ook het onderwijs zich op het versterken van het analytische netwerk.” En dat is een probleem. Want ook voor gezonde mensen is het belangrijk dat de twee netwerken in balans zijn. “Je redt het nooit zonder één van deze twee netwerken.” Als voorbeeld haalt Jack een algemeen directeur aan. “Je wilt dat een algemeen directeur zeer analytisch is, omdat hij daarmee het bedrijf efficiënt kan runnen en voorkomt dat je failliet gaat. Maar hij kan gemakkelijk zijn moreel kompas verliezen als hij te analytisch denkt.” Er zou dan ook geen voorkeur voor een bepaald netwerk moeten zijn. In plaats daarvan moeten mensen leren om efficiënt van het ene netwerk op het andere over te stappen en het juiste netwerk op het juiste moment te activeren.

De onderzoekers zetten hun studie voort. Zo willen ze bijvoorbeeld nog achterhalen of studenten wanneer ze mensen op een niet menselijke manier zien afgebeeld (bijvoorbeeld als dieren of objecten) wisselen van het sociale naar het analytische netwerk. Ook willen ze achterhalen welke invloed walging en sociale stereotypering heeft op welk deel van ons brein we activeren.