Tegen de stroming in zwemmen gaat een stuk moeilijker dan met de stroming mee zwemmen. Bij zwarte gaten is dit niet zo. Tegendraadse zwarte gaten, die tegen de materieschijf van een sterrenstelsel in draaien, produceren waarschijnlijk grotere jets.

“Veel van wat er in een sterrenstelsel gebeurt, is afhankelijk van het supermassieve zwarte gat in het centrum”, legt astrofysicus David Garofalo van NASA’s Jet Propulsion Laboratorium uit.

Zwarte gaten zijn grote verstoringen in de ruimte-tijd met zo’n grote zwaartekracht, dat zelfs licht niet kan ontsnappen. Astronomen weten al vele jaren dat in principe ieder sterrenstelsel een supermassief zwart gat in de kern heeft. Zwarte gaten ejaculeren plasma boven en onder de materieschijf. Dit zijn jets.

Ieder zwart gat moet een belangrijke keuze maken: met de materieschijf meedraaien of er tegenin. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat tegendraadse zwarte gaten sterke jets hebben in vergelijking met meedraaiende zwarte gaten. Dit komt mogelijk omdat er meer ruimte zit tussen het zwarte gat en de materieschijf bij tegendraadse zwarte gaten, waardoor er gemakkelijker magnetische velden ontstaan. Magnetische gaten drijven de jets aan.

Lange tijd dachten wetenschappers dat snel roterende zwarte gaten de krachtigste jets hadden. Dit blijkt nu niet zo te zijn. Garofalo: “Wetenschappers in de wereld van de moderne astrofysica hechten veel waarde aan het begrijpen van het ontstaan van jets.”