zingen

Het lijkt wel oorlog in de achtertuin van columniste Noor Fiers: merels zingen een strijdlied, katten vliegen elkaar gillend in de haren en duiven duwen elkaar van hun tak af. Het is gelukkig goed te verklaren: het is territoriumdrift. En niet alleen de dieren in onze achtertuin hebben daar zo af en toe last van…

Het lijkt er de laatste weken steeds meer op, dat de derde wereldoorlog is uitgebroken in onze achtertuin. ’s Ochtends vroeg (heel vroeg, als het net licht begint te worden) zit er vlak naast mijn slaapkamerraam een merel te zingen alsof zijn leven er vanaf hangt. Het lied is prachtig, maar niet op het moment dat ik intens lig te genieten van mijn laatste drie kwartier slaap van de nacht. Temeer, omdat ik in dezelfde nacht drie keer bruut ben gewekt door katten uit de buurt die met een van onze katers luidruchtig vechtend over de schutting rolden en twee keer zwijgend ruzie had met manlief, omdat hij driekwart van de ruimte in bed lijkt nodig te hebben. Overdag lijkt de tuin rustig, maar als u goed kijkt, ziet u ook dan heimelijk uitgevoerde terroristische acties. Klapwiekende duiven die elkaar van de takken van de hoge kastanjeboom proberen te duwen, de dikke gevlekte buurtkat die dreigend over het muurtje patrouilleert, de hond van de achterburen die zijn poot optilt en zijn merkteken achterlaat op de lantarenpaal achter ons huis en onze kat die met dikke staart, platliggende oren en opgezette rugharen binnen komt stuiven om mij met een gehavend oor kopjes te komen geven. Vanwaar al deze gewelddadigheid? Simpel: territoriumdrift. Blijkbaar is onze achtertuin verworden tot een zeer gewild plekje voor een aantal dieren in de buurt.

Territorium
Een territorium is een gebied, dat toebehoort aan een dier of aan een groep dieren en dat wordt verdedigd tegen soortgenoten. Het territorium biedt het dier voldoende eten, schuilplaatsen en nestgelegenheid en is een veilige plaats om jongen groot te brengen. Geen wonder dat mannetjesdieren met een groot territorium gewild zijn bij de vrouwtjes. Hoe beter het territorium, hoe groter de kans op gezond opgroeiende jongen en het voortbestaan van de eigen genen. Bovendien zou een mannetje dat een groot territorium moet verdedigen tegen allerlei kapers op de kust, over genen beschikken die hem slim of sterk genoeg maken om deze gevechten te winnen. Deze genen kunnen de overlevingskans van de jongen natuurlijk ook vergroten. Een goed territorium is voor een mannetje zeer voordelig; voldoende voedsel, een lekker bed en de vrouwen staan voor hem in de rij. Helaas is er, zeker in tijden van schaarste, geen overvloed aan goede territoria. Dat betekent dat je als mannetje moeite moet doen om een territorium te veroveren, en daarna alles op alles moet zetten om eigenaar te blijven van al die weelde.

“Er worden vleugels gespreid, keelkragen, veren en haren opgezet, er wordt op achterpoten gelopen, om het hardst gezongen en op de grond gestampt om eventuele indringers te laten zien dat ze op verboden terrein zijn. De dreigende handelingen die in de richting van concurrenten worden uitgevoerd, zullen echter zelden leiden tot verwondingen.”

Oorlogsgebied
Op de grenzen van territoria is het voor dieren oorlogsgebied. Er moet een strategie bepaald worden, voors en tegens moeten worden afgewogen en er moet worden beslist op het scherpst van de snede. Voor mannetjes die nog geen territorium hebben, zal de nood gedurende het broedseizoen steeds hoger worden. Door de stijgende concentratie geslachtshormonen in het bloed wordt de voortplantingsdrang steeds dwingender en zullen mannetjes gaan proberen een territorium te veroveren. Daarbij is het van levensbelang dat ze een reële inschatting maken van hun kansen in een gevecht tegen de eigenaar van het gebied. Al te stoere, zichzelf overschattende dieren die het opnemen tegen een soortgenoot die tweemaal zo groot en drie keer zo zwaar is, zullen zeer waarschijnlijk hun genen niet terugvinden in de volgende generatie. Maar ook de bangeriken die alleen al bij het ruiken van hun concurrent het hazenpad kiezen, zijn weinig succesvol in het verwekken van nageslacht. Gevechten kosten energie en tijd (die ook gestoken kan worden in het zoeken naar voedsel, het versieren van een vrouwtje of de paring zelf) en brengen altijd het risico op verwondingen met zich mee. Aan de randen van territoria zullen dieren daarom vaker dreigen dan vechten. Een belangrijk onderdeel van het dreigen is imponeergedrag. Hiermee probeert een dier zijn tegenstander te overtuigen van zijn superioriteit, hopend dat de concurrent de aftocht blaast en er dus zonder gevecht een paradijs vol voedsel, veiligheid en vrouwen voor hen open ligt. Ook eigenaars van territoria zullen alles uit de kast halen om groot en gevaarlijk te lijken. Er worden vleugels gespreid, keelkragen, veren en haren opgezet, er wordt op achterpoten gelopen, om het hardst gezongen en op de grond gestampt om eventuele indringers te laten zien dat ze op verboden terrein zijn. De dreigende handelingen die in de richting van concurrenten worden uitgevoerd, zullen echter zelden leiden tot verwondingen. Zo bestaat dreiggedrag bij het edelhert uit burlen en het in elkaar haken van de geweien, zwaaien wenkkrabben tijdens het dreigen om het hardst naar elkaar met hun uit de kluiten gewassen schaar, slaan heremietkreeften herhaaldelijk hun schelpen tegen elkaar en staan katten soms minutenlang met een dikke staart en hoge rug en naar elkaar te blazen en miauwen. Dit gedrag is niet alleen om te imponeren, maar wordt ook gebruikt om de ander te ‘lezen’ en te besluiten wat de slimste actie is, aanvallen of vluchten. Het is dus keihard werken, waarbij het dier steeds alert moet zijn op mogelijke indringers of aldoor slinkse veroveringstactieken moet uitproberen. Dit kost ontzettend veel energie en is moeilijk vol te houden. Vandaar dat de meeste territoria niet het hele jaar door bestaan, maar enkel in broedseizoenen, paaiseizoenen en andere perioden waarin dieren zich gaan voortplanten. Alleen dan weegt het voortbestaan van de genen op tegen de kosten van het onderhouden van het territorium.

Territoriumdrift op het strand. Afbeelding: Cleferson (via Freeimages.com).

Territoriumdrift op het strand. Afbeelding: Cleferson (via Freeimages.com).

“Mensen kennen geen broedseizoenen; onze territoriumdrang is dan ook het hele jaar door waar te nemen. Bijvoorbeeld thuis, op het strand of rond het zwembad op vakantie”

Hoe zit dat bij mensen?
Mensen kennen geen broedseizoenen; onze territoriumdrang is dan ook het hele jaar door waar te nemen. Mensen zijn sociale dieren die leven in groepen van wisselende samenstelling. Binnen die groepen bestaan weer kleinere subgroepen, en elke subgroep beschikt over een eigen territorium. Binnen dat territorium zijn de leden van de subgroep de baas, hoe ondergeschikt zij in de grotere groep ook zijn. Wanneer een buitenstaander het territorium betreedt, zal hij worden gedoogd zolang hij zich houdt aan de regels van het territorium. Is dit niet het geval, dan zullen de territoriumeigenaren de indringer verjagen, desnoods met geweld. Dit is duidelijk zichtbaar op de werkplek, waar groepjes collega’s in de personeelskamer vaak hun eigen tafel en zelfs hun eigen plaats aan die tafel hebben. Gaat u als bloedgemotiveerde, ambitieuze nieuwkomer op uw eerste werkdag vriendelijk glimlachend per ongeluk op de stoel van een zeer gewaardeerde collega zitten, wordt u dat niet in dank afgenomen. Een andere subgroep met duidelijk zichtbare territoriumgrenzen is een huishouden. Of dit nu bestaat één persoon, uit twee partners of een gezin met zeven kinderen, het is een subgroep. De leefruimte van deze subgroep is visueel afgebakend: een tuin met hekjes, hegjes of schuttingen, een huis waarvan slechts enkelen de sleutel hebben. Zelfs achter de voordeur is de afbakening waarneembaar: geen geurvlaggen of urine sporen, maar een interieur met een inrichting waarin de leden van de subgroep laten zien: dit is van ons. Muren zijn geschilderd in de kleuren ‘kiezel’, ‘zeewind’ of ‘verbazing’, op de vloer ligt hout, linoleum of zand, er zijn beelden, miniatuurautootjes of laven uitgestald. Allemaal waarschuwingen dat er een territorium wordt betreden waarin de eigenaren de baas zijn, en degene die dat territorium betreedt, zal zich moeten onderwerpen. Als we ons territorium verlaten, bijvoorbeeld om op vakantie te gaan, bevinden we ons op neutraal terrein, maar ook daar slaat de territoriumdrift toe. Op de camping wordt de toegewezen plek vertrouwd gemaakt met spulletjes van thuis, op het strand graven we kuilen, steken demonstratief parasols in het zand en zetten windschermen op, waarachter niemand van buiten de eigen groep geduld wordt. Als schaarste optreedt (bij toenemende drukte op het strand, of aan het zwembad), neemt het territoriumgedrag toe. Grenzen worden nadrukkelijker aangeduid: handdoeken worden meteen na opening van het zwembad op de ligstoelen gelegd, koelboxen worden strategisch geplaatst aan de buitenranden van de picknickplaats en rondom de strandplek wordt nonchalant gevoetbald, waardoor buren op een afstand worden gehouden. Hoewel ons territoriumgedrag vooral gericht is op het afbakenen van de grenzen, kunnen er ook bij mensen gevechten ontstaan. Onze territoria zijn plaatsen waar we de baas kunnen zijn, waar we onbeperkt kunnen beschikken over voor ons belangrijke bronnen en waar onze kinderen veilig kunnen opgroeien. Wanneer deze zaken bedreigd worden, zullen we ons territorium met hand en tand verdedigen. Eigenlijk verschillen we wat dat betreft niet zoveel van dieren. Ons plekje moet van ons blijven, koste wat kost.

Ach, ik snap die katten in onze achtertuin ook eigenlijk wel. Het is een continu gevecht tussen de terrorkater van twee huizen verderop en onze dappere dikzakken. De winnaar kan beschikken over een fijne tuin vol vogels en muizen om op te jagen, bomen om de nagels aan te scherpen en heerlijk schaduwrijke ligplekken, dus daar hebben ze best een schrammetje voor over. En zolang het territoriumgedrag van de merels zich beperkt tot wat gepik en een mooi liedje in de ochtenduren, heb ik weinig reden tot klagen. Voor je het weet is het broedseizoen voorbij en heb ik mijn ochtenduurtje slaap weer terug. Ga ik zo nog even met mijn parfumfles geurvlaggen uitzetten in bed, kijken of ik daarmee het territoriale slaapgedrag van manlief onder controle kan houden.

Noor Fiers is docent biologie en NLT op een middelbare school in Brabant. Ze is gek op sciencefiction, spannende boeken en boeken over wetenschap. Ze raakt niet uitgepraat over biologie en onderwijs en twittert daar ook graag over. Naast elektronisch gekwetter is ze graag buiten om naar de tweets van echte vogels te luisteren en te genieten van de wondermooie wereld om ons heen.