Nog niet zolang geleden kon u op Scientias lezen dat Tibetanen dankzij een genetische aanpassing geëvolueerd zijn tot mensen die geen last hebben van hoogteziekte. Nieuw onderzoek toont aan dat die evolutie snel is gegaan: binnen 3000 jaar waren de Tibetanen klaar. Dat is het snelste evolutieproces ooit.

U kon eerder al op Scientias lezen dat de Tibetanen andere genen hebben dan de mensen die in lagere gebieden wonen. De onderzoekers vergeleken daartoe de genen van Han-Chinezen – de grootste etnische groep in China – en de Tibetanen. De laatstgenoemde groep bleek minstens dertig genetische veranderingen te hebben doorstaan die het leven op hoogte mogelijk maken.

Snel
Het onderzoek komt nu echter in een heel ander daglicht te staan. De Han-Chinezen en Tibetanen blijken namelijk tot 3000 jaar geleden in één (laag) gebied te hebben gewoond. De Tibetanen zijn pas na die splitsing op grotere hoogte gaan wonen. Dat zou betekenen dat de Tibetanen zich in drie millennia hebben moeten evolueren tot mensen zonder hoogteziekte.

Melk
Als dat laatste officieel bevestigd kan worden, hebben de Tibetanen de snelste evolutie ooit doorgemaakt. Die titel staat nu nog op naam van de Noord-Europeanen: zij evolueerden binnen 7500 jaar van mens tot een mens die op volwassen leeftijd melk kon verteren.

Het is niet helemaal duidelijk of de Tibetanen de hogere plateaus pas 3000 jaar geleden betrokken. Er zijn archeologen die menen dat het plateau al veel eerder bewoond was. Nader onderzoek moet uitwijzen of de Tibetanen zich echt zo snel aan de omgeving konden aanpassen.