GESCHIEDENIS  Egyptische archeologen hebben een serie tombes gevonden die toebehoren aan de arbeiders die zo’n 4000 jaar geleden de grote piramides bouwden. De tombes voor de bouwers zijn opgetrokken uit modder en daarna bedekt met wit gips. De vondst gunt de archeologen een uniek kijkje in het leven van de gewone man.

De gevonden tombes stammen uit de vierde dynastie (2575 tot 2467 voor Christus): de tijd waarin de grote piramides werden gebouwd. Over de duizenden arbeiders die hiervoor verantwoordelijk waren, is weinig bekend. Maar dat is met de vondst van deze tombes veranderd. Zo blijken de arbeiders regelmatig vlees gekregen te hebben, werkten ze in ploegendiensten en werden ze na hun dood geëerd door in de schaduw van de door hen gebouwde piramide begraven te worden.

De eerste tombes van arbeiders werden al in 1990 aangetroffen. De analyse van die vondsten laat zien dat de piramidebouwers geen slaven, maar betaalde krachten waren. “Deze tombes werden naast de piramide van de koning gebouwd en dat indiceert dat deze mensen geen slaven konden zijn,” vertelt Zahi Hawass, hoofd van de Egyptische opperraad van oudheden. “Als het slaven waren, waren ze nooit in de gelegenheid geweest om hun eigen tombes naast die van de koning te bouwen.”

Uit de resten die in de tombes zijn gevonden, blijkt dat de 10.000 arbeiders samen zo’n 21 koeien en 23 schapen aten. De dieren kwamen dagelijks van boerderijen in het noorden en zuiden van Egypte naar de piramidebouwers toe. Alleen de arbeiders die tijdens de bouw van een piramide stierven, werden in de tombes naast hun bouwwerk begraven.