Op de dag zelf kwamen 412 hulpverleners om het leven. In de jaren die volgden, stierven er nog eens meer dan 3400.

Dat blijkt uit cijfers van het World Trade Center Health Program (WTCHP) dat kort na de aanslagen werd opgezet. Het programma – dat in principe tot het jaar 2090 loopt – biedt medische hulp aan onder meer 80.745 hulpverleners die na de aanslagen in New York en Washington en de vliegtuigcrash in Shanksville in actie kwamen. Denk aan brandweerlieden, maar ook mensen die maandenlang bezig waren met het bergen van lichamen en betrokken waren bij sloopwerkzaamheden en het opruimen en schoonmaken van het rampgebied.

Over de aanslagen
Op 11 september 2001 vlogen twee vliegtuigen in de torens van het World Trade Center in New York. Een derde vliegtuig boorde zich in het Pentagon in Washington. En een vierde vliegtuig – waarvan vermoed wordt dat het de bedoeling was dat het zich in het Witte Huis of Capitool zou boren – crashte nabij Shanksville in Pennsylvania. Alle inzittenden van de vier vliegtuigen kwamen om het leven. Daarnaast vielen in het World Trade Center meer dan 2600 doden. In het Pentagon kwamen 125 mensen om het leven. In totaal eisten de aanslagen – die al snel aan de terreurorganisatie Al Qaida konden worden gelinkt – bijna 3000 mensenlevens.

Gevaarlijke omstandigheden
Dat de werkzaamheden van de hulpverleners niet zonder gevaar waren, werd al heel snel duidelijk; op de dag van de aanslagen kwamen al 412 hulpverleners om het leven. Maar de aanslagen hebben in de weken, maanden en jaren daarna nog veel meer levens geëist. Van de meer dan 80.000 hulpverleners die zich bij het WTCHP meldden, zijn er in de afgelopen 20 jaar 3439 overleden, zo stellen onderzoekers in het blad Prehospital and Disaster Medicine. En veelal is hun overlijden (waarschijnlijk) te herleiden naar die noodlottige elfde september.

Doodsoorzaken
De belangrijkste doodsoorzaak onder de 3439 hulpverleners die na 11 september overleden, zijn aandoeningen aan het bovenste deel van de luchtwegen en het spijsverteringskanaal. Maar liefst 34 procent van de hulpverleners die zich bij het WTCHP meldden en enige tijd later overleden, hebben deze doodsoorzaak op hun akte van overlijden staan. Ook kanker en mentale gezondheidsproblemen zijn belangrijke doodsoorzaken en respectievelijk verantwoordelijk voor 30 en 15 procent van de na 9/11 genoteerde sterfgevallen.

Gezondheidsklachten
En dan zijn er nog tienduizenden hulpverleners die met ernstige gezondheidsklachten kampen. Zo heeft zo’n 45 procent van de hulpverleners (oftewel meer dan 36.000 mensen) die bij het WTCHP aanklopten, te maken met luchtwegaandoeningen. Zestien procent van de hulpverleners lijdt aan kanker. En nog eens zestien procent heeft mentale problemen.

Toename van gezondheidsklachten
Sommige hulpverleners kregen kort na de aanslagen al te maken met gezondheidsklachten. Maar bij velen openbaarden de eerste klachten zich pas veel later. Dat blijkt onder meer uit het feit dat het aantal hulpverleners dat een beroep doet op de (kosteloze) medische hulp die het WTCHP biedt, de laatste jaren flink is toegenomen. Van de meer dan 80.000 hulpverleners die nu een beroep doen op het WTCHP meldden meer dan 16.000 zich in de laatste vijf jaar aan. “De studie laat zien dat het probleem groeit – het aantal hulpverleners dat zich elk jaar bij het WTCHP meldt, neemt toe. En dat wijst erop dat hun gezondheid en welzijn erop achteruit gaat, in plaats van vooruit,” zo vertelt onderzoeker Erin Smith aan Scientias.nl.

Stijging van het aantal kankergevallen
Ook moeten onderzoekers concluderen dat bepaalde gezondheidsklachten steeds frequenter worden vastgesteld. Zo steeg het aantal hulpverleners dat gediagnosticeerd wordt met kanker in de afgelopen vijf jaar met 185 procent. “Dat is niet verrassend,” vertelt Smith. “Meestal ontstaat kanker pas jaren nadat mensen aan schadelijke substanties zijn blootgesteld.”

Waar darm- en blaaskanker tot voor kort het vaakst onder hulpverleners voorkwam, is dat nu leukemie. Het aantal hulpverleners waarbij leukemie is vastgesteld, is in vijf jaar tijd met 175 procent gestegen. “Ook dat is niet verrassend: er is een bewezen verband tussen blootstelling aan benzeen en acute myeloïde leukemie,” aldus Smith. “En benzeen zit in vliegtuigbrandstof en was één van de giftige stoffen waar hulpverleners bij het WTC aan zijn blootgesteld.” Ook blaas- en darmkanker komt nog altijd veel voor onder hulpverleners. “Het is lastig om met zekerheid te zeggen wat de oorzaak daarvan is, maar in het stof en puin dat door de aanslagen ontstond, bevonden zich hoge concentraties arseen.” En dat is een kankerverwekkende stof die onder meer in verband gebracht wordt met blaaskanker.

Mentale gezondheid
Naast lichamelijke aandoeningen hebben veel hulpverleners ook te maken met mentale problemen. Zo komt PTSS (posttraumatische stressstoornis) onder de hulpverleners zo’n vier keer vaker voor dan binnen de algemene populatie. En bijna de helft van de hulpverleners doet nog altijd een beroep op psychische zorgverlening.

Dementie
Daarnaast wijzen hersenscans uit dat het brein van veel hulpverleners de eerste tekenen van dementie vertoont. “Veel hulpverleners hebben te maken met een alarmerende cognitieve achteruitgang,” stelt Smith. “De meesten zijn nu begin vijftig en hun aantallen en andere tekenen van cognitieve achteruitgang nemen alleen maar toe. Wetenschappers en artsen vragen zich nu af of dat te wijten is aan 9/11.” Vervolgonderzoek moet dat uitwijzen.

Ondertussen blijven artsen en wetenschappers de gezondheid van deze hulpverleners goed in de gaten houden. “We beginnen nu pas de lange termijneffecten van de terreuraanslagen van 9/11 te begrijpen,” merkt Smith op. “9/11 tast nog steeds zowel de fysieke als mentale gezondheid van de hulpverleners aan en waarschijnlijk zijn hulpverleners door toedoen van de aanslagen nog steeds ziekten aan het ontwikkelen.” Zo wordt gevreesd dat het aantal hulpverleners dat kanker ontwikkelt door blootstelling aan asbest, de komende jaren gaat toenemen. Vaak verstrijken na blootstelling aan deze kankerverwekkende stof namelijk meerdere decennia alvorens de ziekte zich openbaart. “Degenen die die dag de brandende gebouwen in renden en in de maanden erna over, onder en door het nog nasmeulende puin klommen en daarbij aan giftige stoffen zijn blootgesteld, blijven een hoge prijs betalen voor hun moed,” zo concludeert Smith.