De evolutietheorie: wie kent ‘m niet? Alweer ruim anderhalve eeuw in omloop en wereldberoemd. Toch bestaan er nog wel enkele misvattingen omtrent de wereldberoemde theorie. Tijd om er drie uit de doeken te doen.

In 1859 deed Charles Darwin de biologische wetenschappen op zijn grondvesten daveren met de publicatie van The Origin of Species. De evolutietheorie, die daarin werd uitgelegd, is ondertussen een aanvaard feit in wetenschappelijk kringen en is sinds 1859 uitgegroeid tot een belangrijke tak van de biologie. Desondanks bestaan er bij het brede publiek nog vele misverstanden rond evolutie.

evolutie1. Het is maar een theorie
Deze eerste misvatting heeft te maken met het gebruik van verschillende definities voor een theorie. In het dagelijkse leven volgen we (onbewust) de definitie uit de Van Dale: een theorie is kennis die niet met praktische oefening verbonden is. Met andere woorden, een theorie is nog niet bewezen in de praktijk. Maar in wetenschappelijke kringen staat theorie voor iets heel anders.

Een voorbeeld helpt om te begrijpen hoe wetenschappers tot een theorie komen. Men start meestal met een observatie van een bepaald fenomeen, bijvoorbeeld het gras is groen. Vervolgens wordt een hypothese geformuleerd die de observatie probeert te verklaren. In dit geval zou men kunnen stellen dat gras groen is door een chlorofyl-molecuul. Om deze hypothese te testen worden allerlei experimenten uitgevoerd waarbij het chlorofyl wordt verwijderd. En het blijkt dat chlorofyl inderdaad verantwoordelijk is voor de groene kleur van het gras. De bevestiging van deze hypothese leidt tot de theorie dat gras groen is door de aanwezigheid van chlorofyl. Deze theorie kan heel makkelijk onderuit gehaald worden. Wanneer iemand gras ontdekt dat groen is, maar geen chlorofyl bevat, dan moet de theorie herbekeken en mogelijk aangepast worden. Maar tot op heden heeft nog niemand deze ontdekking gedaan en houdt de gras-is-groen-door-chlorofyl-theorie stand. Men kan het zelfs als een feit gaan beschouwen. Daarnaast kan een goede theorie ook gebruikt worden om nieuwe hypothesen formuleren, die (indien de theorie correct is) ook bevestigd zullen worden.
Dit laatste is het geval voor de evolutie, op basis van de evolutietheorie kan men diverse hypothesen formuleren over domesticatie van dieren, verdeling van fossielen, de verspreiding van organismen, en meer recent, genetica. Alle hypothesen die voortbouwen op de grote lijnen van de evolutietheorie werden steeds bevestigd. Dus de fundamenten van de evolutietheorie staan zeer stevig verankerd. Bijvoorbeeld, volgens evolutie moeten we in het fossiele bestand steeds simpelere organismen tegenkomen naarmate we verder teruggaan in de tijd. En dit blijkt ook het geval. Deze hypothese is nochtans zeer makkelijk onderuit te halen, er moet slechts één fossiel op de verkeerde plaats voorkomen. Zoals J.B.S. Haldane het mooi stelde: je kan de evolutie onderuit halen door een fossiel konijn terug te vinden in het Precambrium (een periode waarin er nog geen meercelligen bestonden). Tot op heden is dit nog niet gebeurd en houdt de evolutietheorie stand. Dit geldt ook voor andere domeinen van de biologie, zoals vergelijkende morfologie, biogeografie en genetica.

Een karikatuur van Charles Darwin, verschenen in 1871. Afbeelding: University College London.

Een karikatuur van Charles Darwin, verschenen in 1871. Afbeelding: University College London.

2. De evolutietheorie kan het ontstaan van het leven niet verklaren
Grappig genoeg klopt deze stelling: de evolutietheorie kan inderdaad niet verklaren hoe het leven hier op aarde ontstaan is. Maar evolutiebiologen proberen ook niet om dit mysterie op te lossen. Evolutie is het proces dat plaatsvindt wanneer het leven eenmaal aanwezig is. Dus het ontstaan van het leven heeft geen impact op de validiteit van de evolutietheorie. Er zijn uiteraard diverse hypothesen geformuleerd over het ontstaan van het leven, maar een allesomvattende theorie is voorlopig nog niet aan de orde.

3. De mens stamt af van de apen
Het idee dat mensen van apen afstammen heeft voor veel verwarring gezorgd en leidde tot uitspraken, zoals “als wij van de apen afstammen, waarom zijn er dan nog apen?” Dit probleem is zeer simpel uit te leggen. Wij stammen niet af van de huidige apen, maar delen een gemeenschappelijke voorouder met hen, ongeveer 6 miljoen jaar geleden. De huidige apen zijn dus niet onze voorouders, maar eerder onze neven en nichten.

Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier.