Blijkt uit een DNA-test dat jij een grotere kans op longkanker of een hartziekte hebt? Waarschijnlijk pas je jouw gedrag niet aan op basis van de uitkomsten van de test. Vreemd, want het is toch verstandiger om juist anders te gaan leven om zo de kans op een ziekte te verkleinen?

DNA-sequentie wordt steeds vaker gedaan. Door het DNA grondig te analyseren, is het mogelijk om bijvoorbeeld mutaties te identificeren. Als een individu een bepaald gen bij zich draagt, kunnen wetenschappers iets zeggen over een verhoogd of verlaagd risico op een ziekte. Maar vaak blijft het bij een kansberekening en hoeft het dus niet per se te betekenen dat de persoon in kwestie ook daadwerkelijk ziek wordt. Voorstanders van DNA-sequentie beweren dat het goed is om geïnformeerd te zijn, omdat een persoon zijn levensstijl kan aanpassen.

Wist je dat…

Maar dit gebeurt niet, zo blijkt uit onderzoek van wetenschappers van de universiteit van Cambridge. In het wetenschappelijke journaal The BMJ meldt professor Theresa Marteau dat het weinig zin heeft om de bevolking te informeren over een verhoogd of verlaagd genetisch risico op een ziekte. Mensen stoppen niet met roken of gaan niet meer bewegen als ze horen dat dit verstandig is om te doen op basis van DNA-sequentie.

Martaeu en haar collega’s hebben de samenvattingen van meer dan 10.000 papers geanalyseerd en hebben uiteindelijk achttien relevante papers gevonden. De resultaten hiervan zijn nader onderzocht. Er is geen bewijs gevonden dat personen hun levensstijl aanpassen, maar er is ook geen bewijs dat informatie over genetische afwijkingen mensen demotiveert of ontmoedigd om meer te bewegen of gezond te eten.

Moeten we dan maar stoppen met DNA-sequentie? Nee, dat is te kort door de bocht. “DNA-sequentie helpt doktoren om personen te vinden die een groot risico lopen”, vertelt co-auteur Dr Gareth Hollands. “Deze individuen kunnen vervolgens behandelingen ondergaan of medicijnen innemen voordat het te laat is.”