Terwijl iedereen het over CO2 heeft, neemt de uitstoot van lachgas sinds 2009 schrikbarend snel toe, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Op dit moment pompt de mensheid aanzienlijk wat broeikasgassen de atmosfeer in die een belangrijke bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Iedereen kent natuurlijk het befaamde broeikasgas koolstofdioxide, maar ook methaan draagt bij aan de versterking van het broeikaseffect. Het derde belangrijkste broeikasgas is distikstofoxide, ook wel bekend als lachgas. En onderzoekers zijn er nu achtergekomen dat we veel meer van dit laatstgenoemde broeikasgas de atmosfeer in helpen dan gedacht.

Stijging
De onderzoekers baseren zich op schattingen van de wereldwijde uitstoot van lachgas verzameld door verschillende instanties tussen 1998 to 2016. “We zien dat de N2O-uitstoot de afgelopen twee decennia aanzienlijk is toegenomen, maar vooral vanaf 2009,” verklaart onderzoeksleider Rona Thompson. Uit de bevindingen blijkt echter dat al sinds halverwege de 20e eeuw de hoeveelheid lachgas in de atmosfeer gestaag is toegenomen. Deze stijging hangt nauw samen met een toename van stikstof substraten die door de productie van meststoffen, de teelt van verscheidende gewassen (zoals klaver, sojabonen, alfalfa en pinda’s) en de verbranding van fossiele biobrandstoffen een weg naar de atmosfeer vinden.


Discrepantie
Volgens de onderzoekers is er sprake van een discrepantie. “Onze schattingen laten zien dat de uitstoot van lachgas het afgelopen decennium sneller is gestegen dan geschat is door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change),” zegt Thompson. De resultaten uit de studie suggereren namelijk dat tussen 2000 en 2005 en 2010 en 2015 lachgas goed was voor ongeveer 10 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dit is echter bijna twee keer zoveel als gerapporteerd in het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. Gegevens uit dit verdrag worden gebruikt voor rapporten zoals die van het IPCC. Het betekent dat de al slechte vooruitzichten in deze rapporten geen rekening hebben gehouden met de extra uitstoot van lachgas.

Verklaring
De onderzoekers geven in hun studie ook een verklaring voor deze discrepantie. Volgens hen is dit namelijk te wijten aan een toename van de emissiefactor. Anders gezegd, omdat de hoeveelheid stikstof in de bodem gestaag toeneemt, zal een bepaalde hoeveelheid stikstofmeststof ook meer lachgas in de lucht vrijgeven dan vroeger. Het IPCC gaat echter uit van een constante emissiefactor. En hierdoor is de uitstoot onderschat.

Aanpassen
“Hoewel de toegenomen beschikbaarheid van stikstof het mogelijk heeft gemaakt om meer voedsel te produceren, zijn de samenhangende milieuproblemen zoals de stijging van de concentratie lachgas in de atmosfeer een groot nadeel,” stelt Thompson. Volgens de onderzoekers zullen we daarom de handen uit de mouwen moeten steken om de uitstoot terug te dringen. Hoe? Daar hebben de onderzoekers ook al over nagedacht. Zij pleiten voor een vermindering van het gebruik van stikstofmeststoffen in regio’s waar er al veel stikstof wordt uitgestoten. Dit geldt bijvoorbeeld voor Oost-Azië, waar men efficiënter gebruik kan maken van meststoffen zonder dat dit invloed heeft op de opbrengst.

Volgens de onderzoekers is het belangrijk om de uitstoot terug te dringen. Zeker nu de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer waarschijnlijk ook in 2019 naar een recordhoogte zal stijgen. Deze stijgende concentratie broeikasgassen heeft een enorm effect op het klimaat, met alle gevolgen van dien. Gelukkig werken wetenschappers ook aan mogelijke oplossingen. Want onlangs presenteerde een onderzoeksgroep een innovatieve en veelbelovende methode waarmee ze vervuilende broeikasgassen om kunnen zetten in producten die vrijwel iedere dag door onze handen gaan.