De ontdekking is opmerkelijk: wetenschappers hadden geen idee dat deze substantie de tand des tijds kon doorstaan.

Terwijl onderzoeker Emily Roberts zich over gefossiliseerde bladeren van de zogenoemde Welwitschiophyllum-plant boog, kwam ze ineens tot een opvallende ontdekking. In de 110 miljoen jaar oude Braziliaanse bladeren trof ze namelijk een prachtige amberkleurige substantie aan. Na nadere bestudering blijkt het te gaan om gom. En dat is ontzettend bijzonder: want lang werd gedacht dat deze substantie in gefossiliseerde plantenresten allang zou zijn vergaan.

Gom
Gom is een kleverige vloeistof die wordt gefabriceerd door verschillende planten en bomen. Gom wordt nog weleens verward het hars. En hoewel de twee behoorlijk op elkaar lijken, is er een belangrijk verschil: gommen lossen namelijk op in water. Hierdoor werd lange tijd aangenomen dat gom tijdens fossilisatie langzaam vergaat. Maar niets blijkt nu minder waar. De nieuwe ontdekking veegt de theorie dat plantengom niet bewaard blijft in fossielen dan ook rigoureus van tafel. “Ik was verbaasd toen we bewijs vonden voor iets waarvan we dachten dat het onmogelijk was,” zegt Roberts. “Het laat maar weer eens zien dat fossiele planten ons kunnen verrassen.”


De witte pijlen wijzen naar de ontdekte stukjes gom in een gefossiliseerd blad. Afbeelding: University of Portsmouth

Hars vs gom
Planten produceren verschillende vloeistoffen, waaronder hars en gom. Deze hebben verschillende functies voor de plant. Bomen produceren bijvoorbeeld vaak hars als reactie op een beschadiging of ‘wondje’. Ook beschermt hars tegen virussen en ongedierte die het mogelijk op het binnenste van de boom hebben voorzien. Gom is daarentegen betrokken bij de voedselopslag en bij het afdichten van wondjes. Hoewel hars en gom er hetzelfde uitzien, verschillen ze chemisch wel van elkaar.

Het is voor het eerst dat onderzoekers gefossiliseerde plantengom thuisbrengen. Maar dat betekent niet dat andere fossielen geen gom bevatten, zo stellen de onderzoekers. Omdat de versteende gom zo op barnsteen lijkt, zou het kunnen dat wetenschappers ook in andere fossielen gom hebben aangetroffen, maar de substantie voor iets anders hebben aangezien. “De ontdekking verwerpt de aanname dat plantengom niet in het fossielenbestand bewaard kan zijn gebleven,” zegt Roberts. “Bovendien heeft het onze ogen geopend voor het feit dat ook andere plantaardige chemicaliën mogelijk bewaard blijven. Het betekent dat we niet langer op aannames kunnen vertrouwen.”

De gefossiliseerde bladeren van de Welwitschiophyllum-plant. Afbeelding: University of Portsmouth

Welwitschiophyllum
De studie onthult bovendien ook nog een hele andere belangrijke bevinding. De Welwitschiophyllum-plant blijkt namelijk verwant te zijn aan één van de oudste planten die hebben bestaan. Daarnaast blijkt een familielid van deze plant – de Welwitschia – nog steeds in woestijngebieden in Namibië en Zuid-Angola te groeien. “De bevindingen bevestigen dat de Welwitschia die tegenwoordig nog in Afrika wordt gevonden, een gom produceert die vergelijkbaar is met een plant die 110 miljoen jaar geleden in Brazilië groeide,” zegt onderzoeker David Martill. Welwitschia is de enige overlevende uit zijn geslacht en gedijt in één van de zwaarste omgevingen op aarde. En dat doet hij al meer dan 120 miljoen jaar. Deze ontdekking is dan ook buitengewoon opwindend. Zeker ook wanneer je je bedenkt dat de plant stamt uit de tijd dat de twee continenten Afrika en Zuid-Amerika nog één stuk land vormden.”

Volgens de onderzoekers is er nog veel werk te verzetten. Want op dit moment begrijpen ze nog niet helemaal hoe het kan dat de gom al 110 miljoen jaar in de oude bladeren bewaard is gebleven. Toekomstig onderzoek zal daar hopelijk verandering in brengen.