Wetenschappers zagen verre sterrenstelsels als vreetgrage en snelgroeiende monsters. Maar nu blijken ze rustig te ‘eten’.

Wetenschappers gingen er altijd vanuit dat sterrenstelsels aan hun brandstof kwamen door andere sterrenstelsels te verorberen. Maar het ging er helemaal niet zo wild aan toe, zo blijkt nu.

Langzaam
Astronomen hebben ontdekt dat sterrenstelsels in het jonge universum de brandstoffen langzaam consumeerden. Ze schrokten normaal gesproken geen andere sterrenstelsels naar binnen, maar deden zich te goed aan de gassen in hun omgeving. Die gassen werden langzaam naar binnen gewerkt.

WIST U DAT…

Zeldzaam
“Ons onderzoek laat zien dat het samensmelten van grote sterrenstelsels niet de meest voorkomende methode was als het gaat om groei van sterrenstelsels in het verre universum,” legt onderzoeker Ranga-Ram Chary uit. “We hebben ontdekt dat dit type kannibalisme zeldzaam was. In plaats daarvan vonden we bewijs dat sterrenstelsels groeiden door zich te voeden met een stabiele stroom gas.”

Telescoop
De onderzoekers baseren die conclusie op een onderzoek met de Spitzer-telescoop. De vorming van sterren bleek honderden miljoenen jaren in beslag te hebben genomen. Dat wijst erop dat sterrenstelsels niet zozeer groeiden door botsingen: die nemen namelijk veel minder tijd in beslag.

Het is wel mogelijk dat sterrenstelsels met elkaar versmolten raken. Sterker nog: het overkomt ons sterrenstelsel binnen vijf miljard jaar, maar het is niet de belangrijkste oorzaak van de groei van sterrenstelsels.

Bovenstaande foto: NASA.