big

Waarom is de één intelligenter dan de ander? Vaak wordt gedacht dat het in de genen zit en dat er aan de mate van intelligentie dus weinig te veranderen valt. Maar een nieuw onderzoek van Nederlandse wetenschappers laat zien dat het verhaal ietsje anders in elkaar steekt.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit ontdekten dat intelligentie het resultaat is van een heel dynamische samenwerking tussen genetische factoren (nature) en omgevingsinvloeden (nurture). Dit samenspel leidt tot verschillen in vaardigheden en kennis en ook tot verschillen in intelligentie.

Samenspel
Dat zowel nature als nurture een rol speelt bij intelligentie is al langer bekend. Maar vaak wordt daarbij de nadruk gelegd op de nature. Dat komt doordat eerdere onderzoeken erop wezen dat verschillen in intelligentie bij volwassenen voor tachtig procent te verklaren zijn door erfelijkheid. Dus, zo concludeerden onderzoekers, is maar twintig procent te verklaren door omgevingsfactoren. Maar dat is te kort door de bocht, zo stellen de Nederlandse onderzoekers. Hun studie wijst er namelijk op dat omgevingsfactoren zoals educatie, maatschappij en cultuur niet alleen directe invloed uitoefenen op de intelligentie, maar ook invloed hebben op de invloed van de genen. Educatie, cultuur en maatschappij zorgen ervoor dat genetische verschillen naar voren kunnen komen. In andere woorden: hoe groter de invloed van educatie, maatschappij en cultuur, hoe groter ook de invloed van de genen is.

IQ-test
Dat laatste blijkt ook wel uit intelligentietesten, zo toont het onderzoek aan. De vragen die mensen tijdens zo’n test moeten beantwoorden en waarbij de invloed van genen groot is, zijn ook de vragen waarbij de invloed van educatie en cultuur groot is. Zo blijken van alle vaardigheden die in een intelligentietest getoetst worden juist de duidelijk aangeleerde en cultureel afhankelijke vaardigheden (zoals woordenschat en algemene kennis) nauw samen te hangen met erfelijkheid. Deze eigenschappen hangen nog nauwer samen met erfelijkheid dan minder cultureel afhankelijke vaardigheden zoals redeneren en herinneren. Het bewijst dat omgeving en genen elkaar versterken: iets waar de huidige theorieën niet aan willen, simpelweg omdat ze gebaseerd zijn op een model waarbij genetische invloeden en omgevingsinvloeden niets met elkaar te maken hebben.

Intelligentie is dus geen puur biologische eigenschap die u van uw ouders meekrijgt en waar u het maar mee moet doen. “De huidige intelligentietheorieën schieten duidelijk tekort,” vindt onderzoeker Kees-Jan Kan. “Van de redenering dat intelligentie vanwege de hoge erfelijkheid maar moeilijk te veranderen is door de omgeving, moeten we af.” Hij illustreert het met behulp van een voorbeeld. “Verschillen in woordenschat zijn het hoogst erfelijk, maar dat betekent ook niet dat woordenschat moeilijk te beïnvloeden is door de omgeving. Je hoeft maar blootgesteld te zijn geweest aan een andere taal of cultuur en je woordenschat ziet er radicaal ander uit.”